Wiebes zoekt het liever zelf uit

Profiel Minister Eric Wiebes ligt onder vuur in het dossier over de dividendbelasting. Tot nu toe was er juist lof voor de bewindspersoon, vooral voor de manier waarop hij het probleem van de aardgaswinning in Groningen heeft behandeld.

Minister Eric Wiebes (VVD) wordt door vriend en vijand geroemd om zijn duidelijke taal en nederigheid. Foto Werry Crone

Of Eric Wiebes echt zo aardig en begripvol is? Dat is niet zeker. Hij zei dat hij zelf „een stuk bozer” zou zijn geweest dan de gemiddelde Groninger als híj zo lang op schadevergoeding had moeten wachten en noemt zichzelf „een driftig mannetje”. Minister Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) kan bovendien snoeihard zijn. Bijvoorbeeld als hij het overheidsoptreden in Groningen van voor zijn komst „overheidsfalen van on-Nederlandse proporties” noemt - en zo, bedoeld of onbedoeld, zijn voorganger en partijgenoot Henk Kamp neersabelt.

Donderdag komt Wiebes met zijn plannen om de vraag naar Gronings gas in Nederland flink terug te schroeven. Na de aardbeving in Zeerijp, op 8 januari, had de minister al aangekondigd de gaswinning „zo snel mogelijk” naar beneden te brengen – nu maakt hij concreet welke opties er wat hem betreft zijn. Tegen mei volgt een definitief voorstel over de hoogte van de winning.

Lees ook over de eerdere aardbeving in Zeerijp op 8 januari: Nieuwe beving in Groningen is tegenvaller voor betrokkenen.

De minister is aan het werk gegaan. Precies zoals nodig was, zoals de coalitiepartijen begin dit jaar lieten weten toen een deel van de oppositiepartijen in de Kamer pleitte voor een parlementaire enquête naar dat ‘overheidsfalen van on-Nederlandse proporties’ - naar Wiebes’ eigen woorden. Een meerderheid was er in het parlement vooralsnog niet voor een parlementaire enquête.

Wiebes (Delft, 1963) was al voortvarend begonnen op het complexe Groningse gasdossier. Van alle kanten klonken begin dit jaar voorzichtig positieve geluiden. In de eerste plaats omdat de minister zich invoelender opstelt dan zijn voorganger Kamp, die in Groningen zeer impopulair was door zijn starre houding. „Voor het eerst hebben we een minister die een mens is”, zei de 82-jarige akkerbouwer Berend Jan Westerdijk uit Garsthuizen bij Jinek.

Goudsmid Arne van Hulsen uit Zeerijp is nog altijd onder de indruk van het bezoek van Wiebes aan zijn dorp, vlak na de zware aardbeving van begin dit jaar. Hij bood Wiebes zijn ‘aardbevingsspeldje’ aan – een afbeelding van een verscheurde provincie Groningen. „Die speldde hij meteen op”, zegt Van Hulsen, nog altijd wat verbaasd. „Ik heb het ook aangeboden aan zijn voorganger Henk Kamp, maar die heb ik het nooit zien dragen.”

‘Gruwelijk’ z’n best gedaan

Niet alleen zijn communicatie met gedupeerden levert Wiebes krediet op – hij zet ook inhoudelijke stappen. Na de aardbeving in Zeerijp leek er in een paar weken meer te gebeuren dan in de jaren ervoor. Zo kwam er eindelijk een nieuw schadeprotocol, waarvan zelfs Kamerlid Liesbeth van Tongeren van oppositiepartij GroenLinks zei dat de minister „gruwelijk” zijn best heeft gedaan. Op dit moment overlegt Wiebes met lokale overheden over de inrichting van de versterkingsoperatie in Groningen: mogelijk gaat de staat de kosten hiervan voorschieten zodat bewoners niets meer met gaswinner NAM te maken hebben.

Hij moet het nog waarmaken, klinkt het in Groningen en Den Haag, maar voorlopig krijgt Wiebes het voordeel van de twijfel. Zelf realiseert de minister zich ook dat het allemaal nog broos is. „Uiteraard geldt: eerst zien, dan geloven”, zei hij in februari tijdens een debat over de gaswinning. „Het vertrouwen is nog niet terug. Dat is een feit.”

Maar de eerste scepsis in Groningen is al overwonnen, dat is duidelijk. Neem Jan Wigboldus, voorzitter van het Groninger Gasberaad, de belangenorganisatie die met Wiebes onderhandelde over het nieuwe schadeprotocol. Zijn twijfel over dat „cijferwonder van Financiën”, zoals Wigboldus hem inschatte, was niet nodig, zegt hij nu volmondig. Hij prijst het feit dat Wiebes onmiddellijk duidelijk maakte dat het dossier zíjn probleem is. Volgens Wigboldus is dat een „complete ommezwaai”. „Kamp zei altijd: jullie hebben een probleem met de NAM, die is aansprakelijk, die moet betalen. Wiebes zei tijdens zijn eerste bezoek: dit is overheidsfalen en heeft een nationaal belang.”

Volgens de Groningse Commissaris van de Koning René Paas (CDA) helpt daarbij dat Wiebes in een ander tijdperk opereert. Dit kabinet maakt andere keuzes, constateert hij. Volgens Paas ziet deze coalitie de „ernst en noodzaak” van ‘Groningen’. Economisch gezien gaat het nu bovendien een stuk beter, waardoor Wiebes zich lagere opbrengsten uit de gaswinning kan permitteren dan Kamp.

Duidelijke taal, nederige opstelling

Het is niet voor het eerst dat Wiebes goed afsteekt bij zijn voorganger. Ook in 2014, toen hij zijn stuntelende partijgenoot Frans Weekers verving, die vanwege de chaos bij de Belastingdienst moest aftreden als staatssecretaris van Financiën, noemden velen de komst van Wiebes een verademing. Hij sprak tenminste duidelijke taal, stelde zich nederig op in de Kamer en erkende ruiterlijk wat er allemaal niet deugde bij de fiscus. Monter beloofde Wiebes dat hij orde op zaken zou stellen, hoewel dat uiteindelijk niet lukte.

Problemen oplossen is wat de in Delft geschoolde ingenieur zijn hele carrière al het liefst doet. Als consultant, eerst bij het fameuze McKinsey en bij het door hemzelf opgerichte OC&C, maar ook later als topambtenaar op het ministerie van Economische Zaken (EZ) en als wethouder verkeer en vervoer in Amsterdam. „Geef hem een moeilijk probleem en hij leeft op”, zegt Chris Buijink, indertijd de hoogste ambtenaar bij EZ. „Hij is een problemsolver in chief.”

Als wethouder verkeer ging Wiebes zelf bij kruispunten kijken.

Als wethouder stond hij al snel bekend als iemand die zélf aan het rekenen sloeg. Die zelf op een verkeersknooppunt poolshoogte ging nemen, om vervolgens met een oplossing te komen. Buijink: „Hij vertrouwt er niet op als iemand zegt hoe iets zit. Hij wil het zelf uitzoeken. En daarna gaat hij zitten tekenen en rekenen, zijn neus een beetje omhoog…”

Maar bij de Belastingdienst kwam Wiebes er niet uit. Hij moest héél diep door het stof om te voorkomen dat hij Weekers achterna ging. „Hij trof een erfenis die je niemand gunt”, zegt PvdA-Kamerlid Henk Nijboer. „Maar hij liet ook een erfenis na die je niemand gunt. Onder zijn leiding is niet veel verbeterd. De dienst piept en kraakt nog altijd in zijn voegen.”

Toch heeft Wiebes’ positie daar niet onder geleden, hij mocht in Rutte III terugkeren als bewindspersoon, dit keer zelfs als minister, van Economische Zaken en Klimaat – een departement dat grote uitdagingen wacht tijdens deze regeerperiode. Hij heeft zichtbaar plezier in het debatteren met de Kamer en is spitsvondig en ontspannen. Hij weet dat hij als een betweter kan overkomen, en maakt daarom aan de lopende band zelfrelativerende grapjes. Het levert teksten op als: „Ik verexcuseer mij dat ik ook maar een mens ben.”

Op zijn nieuwe portefeuille is hij meer op zijn plek, vermoedt Nijboer. „Dit ligt hem beter dan dat fiscaal-juridische.”

Daarnaast heeft Wiebes inmiddels de nodige Haagse ervaring. „Ik zie andere bewindspersonen nog wat onwennig om zich heen kijken en ambtelijke adviezen volgen”, zegt Nijboer. „Maar hij neemt de ruimte om het regeerakkoord op te rekken.” De coalitie sprak af de gaswinning op 20 miljard kuub te houden, Wiebes zei al na drie maanden de winning te willen verlagen naar 12 miljard kuub.

Klimaat is hete aardappel

Zijn kwaliteiten als probleemoplosser zal hij nog hard nodig hebben bij de Klimaatwet die het kabinet onder druk van D66 en ChristenUnie in het regeerakkoord heeft opgenomen – en waar Wiebes als minister van Klimaat verantwoordelijk voor is. Op dat dossier zal hij zijn lenige geest extra moeten uitrekken: hij heeft te maken met een omvangrijk pakket aan dwingende, internationale klimaatafspraken. En dus moet hij nauw samenwerken met álle Kamerfracties, inclusief de linkse oppositiepartijen die heel andere opvattingen over het klimaat hebben dan de coalitiepartijen.

Wat een reden kan zijn dat de coalitiepartijen de parlementaire enquête naar het gasdossier vooralsnog tegenhouden, is dat het Wiebes zijn kop kan kosten. Als blijkt dat daadwerkelijk sprake was van ‘overheidsfalen van on-Nederlandse proporties’, in Wiebes’ eigen woorden, rest de minister maar één ding: opstappen. Ook al was hij destijds niet verantwoordelijk.

Voorlopig piekert de coalitie er niet over Wiebes te offeren. Hij is veel te voortvarend bezig met het oplossen van problemen.

Bekijk ook het dossier over de Groningse gaswinning om te zien wat NRC eerder schreef over dit onderwerp.