Wie werkt als zzp’er wordt niet zomaar werknemer

Deze rubriek belicht elke woensdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week: ruzie over zzp-schap en de hoogte van de WOZ-waarde.

Foto ANP

Hij mocht kiezen: een fulltime baan of een overeenkomst van opdracht als zzp’er. De consultant koos, om fiscale redenen, voor het laatste. Hij werkte al 13 jaar als zelfstandige en had een fiscale oudedagsreserve opgebouwd. Loondienst – en dus staking van zijn onderneming – betekende dat hij fiscaal zou moeten afrekenen over de reserve. Vier jaar lang werkte hij als interim rayonmanager bij het kwaliteitscontrolebureau voor de agrarische sector. Hij ging van het ene halfjaarcontract naar het andere. Nog drie jaar wilde hij het volhouden voordat hij in loondienst ging, maar bij de bespreking van het vijfde halfjaarcontract bleek het bureau van gedachte te zijn veranderd. De consultant kreeg nog een laatste half jaar om zich te bewijzen. Na zes maanden liet het bureau weten niet meer verder te willen.

Volgens de consultant was er inmiddels een arbeidsovereenkomst ontstaan die niet zomaar kon worden opgezegd. Een vast dienstverband was altijd het doel geweest van beide partijen. Om fiscale redenen zou hij op papier als zzp’er werken, maar verder was zijn situatie gelijk aan die van een werknemer. Zijn uurtarief was gebaseerd op de salarisschaal van andere rayonmanagers, voor vakantiedagen en ziekte golden dezelfde regels en hij had een laptop, telefoon en visitekaartjes van het werk.

Het bureau stelde echter dat de man herhaaldelijk een dienstverband had afgewezen. Op zijn verzoek werden er zelfs geen functionerings- maar voortgangsgesprekken gevoerd. Zowel de rechtbank als het gerechtshof Amsterdam geven het bureau gelijk. De man presenteerde zich naar de Belastingdienst toe altijd als ondernemer. Van een verkapt dienstverband is dan ook geen sprake.

www.rechtspraak.nl ECLI:NL:GHAMS:2018:318