Walvissen moeten wel zo groot zijn om te overleven

Zeezoogdieren

Een zoogdier kan het in zee alleen redden met een fors lijf. De walvis zit gevangen in natuurwetten, blijkt uit berekeningen van biologen.

Foto iStock

De meeste zoogdieren leven op het land, maar de grootste zoogdieren leven in de oceaan. Waarom dat zo is vragen biologen zich al decennia af. Tot nu toe gaan veel theorieën ervan uit dat dieren in de oceaan minder hinder ondervinden van beperkende factoren: zo hoeven ze niet hun eigen gewicht te dragen, en hebben ze vaak een groter leefgebied.

Drie biologen van de universiteit van Stanford komen deze week in PNAS met een andere hypothese: dat zeezoogdieren zo groot zijn, komt juíst door de sterke invloed van hun omgeving. Of zoals co-auteur Jonathan Payne het verwoordt in een persbericht: „Het is niet dat water je toestaat om een groot zoogdier te zijn; het water dwingt je ertoe.”

De onderzoekers bestudeerden het lichaamsgewicht van duizenden (uitgestorven en levende) land- en zeezoogdiersoorten, en vergeleken aan elkaar verwante soorten. Veel zeezoogdieren zijn nauwer verwant aan dieren op het land dan aan medezeebewoners. Zo behoren walvissen en dolfijnen net als nijlpaarden tot de orde van de Artiodactyla ofwel de evenhoevigen. Zeehonden zijn verre neven van honden en zeekoeien hebben dezelfde voorouders als olifanten.

De biologen zagen dat soorten die tot zeezoogdier evolueerden snel in lichaamsgewicht toenamen. Volgens de onderzoekers komt die toename door het feit dat een groter lichaam minder snel warmte verliest. Payne: „Als je heel klein bent, verlies je zo snel warmte aan het water dat je daar niet tegenop kunt eten.” De oceaan bepaalt dus in feite een ondergrens aan de omvang, al geldt dat niet voor alle diersoorten: otters zijn bijvoorbeeld opvallend licht vergeleken met andere zeezoogdieren. Dat komt vermoedelijk doordat ze veel tijd op land doorbrengen, aldus de onderzoekers.

Té groot worden is voor de meeste zeezoogdieren overigens ook niet weggelegd, omdat ze dan teveel voedsel nodig hebben voor hun stofwisseling. Een uitzondering vormen de baleinwalvissen, die dankzij hun filtermethode (ze persen zeewater door hun baleinen, zodat ze plankton eruit filteren) relatief weinig energie kwijt zijn aan het vergaren van voedsel.

    • Gemma Venhuizen