Concert van Tom Chaplin, voormalig zanger van de band Keane, in Paradiso.

Foto Andreas Terlaak

Vijftig jaar vrijplaats Paradiso

Poptempel

Dit weekend wordt gevierd dat Paradiso in Amsterdam 50 jaar bestaat. Hester Carvalho beschrijft de geschiedenis van de popzaal in een jubileumboek. Daaruit een bewerking van de eerste twee hoofdstukken: „Het was een paradijs.”

Dankzij aandacht in muziekblad Hitweek en andere media, groeit de belangstelling voor Paradiso bij tieners in het hele land. Voordat de deur rond het middaguur opengaat, zit de stenen buitentrap al vol verwachtingsvolle bezoekers.

Een van de attracties is de marihuana die openlijk verkrijgbaar is. Het gebruik van softdrugs is op dat moment nog illegaal, maar de Amsterdamse gemeente doet weinig om de distributie van hasjiesj en marihuana in Paradiso te ontmoedigen. Integendeel, volgens berichten vinden burgemeester en wethouders het overzichtelijk dat de drugsgebruikende jongeren zich in één locatie concentreren.

‘Iedereen rookte, de hele dag,’ zegt Laura Dols: ‘Wiet, hasj en lsd waren vanzelfsprekend. We maakten ons nog geen zorgen over verslaving of andere gevolgen.’

De eerste etage staat altijd blauw van de rook. Dols: ‘Het theehuis was soms doodstil, dan zat iedereen ingespannen zijn joint te draaien. We experimenteerden ook met bongs en verschillende soorten waterpijpen. Een van de bezoekers had een keer een tafelpoot uitgehold, bij wijze van chillum, en zat daaraan te lurken. Hij kreeg veel bijval: „Hé vogel, coole chillum”.’

Door artikelen in bladen als Time en Rolling Stone, over ‘vrijplaats Paradiso’, groeit ook de interesse in het buitenland. Jongeren, studenten en andere vrije geesten uit heel West-Europa en Amerika komen naar het centrum van Amsterdam. ‘Als je op straat iemand tegenkwam, herkende je elkaar als geestverwant aan de kleren en het haar,’ zegt Laura Dols. ‘Je stak twee vingers op en zei: „Peace, man”.’

Binnen- en buitenlanders ontmoeten elkaar op de Dam, bij Fantasio bij het Centraal Station, of in het theehuis van Paradiso. Sam Tjioe: ‘Daar zaten we de hele dag te praten. Over drugs, muziek, en alles wat nieuw was. Over dat we met de Magic Bus naar Katmandu wilden, en wat de beste tussenstops waren.’

Hansje Joustra: ‘We waren ook activistisch. Er werden demonstraties georganiseerd tegen Vietnam. Gedeserteerde Amerikaanse soldaten die vanuit Duitsland hierheen kwamen, hielpen we om door te reizen naar Zweden, waar ze asiel konden krijgen.’

In de avond kijken de bezoekers, liggend op matrasjes, naar de optredens. Vanaf het tweede balkon, waar hij platen draait, ziet [Paradiso-oprichter] Willem de Ridder het gedruis beneden. ‘Daar zaten ze in een kring op de grond thee te drinken en te roken. Er werd getrommeld en blokfluit gespeeld. Het was een paradijs. Mensen wilden het liefst altijd blijven.’

Publiek in de grote zaal van Paradiso, 1971.
Foto Adri Hazevoet
Publiek in de grote zaal van Paradiso, 1971.
Foto Adri Hazevoet

Het paradijs – met één kanttekening. ‘Het kon er behoorlijk stinken,’ zegt Sam Tjioe. ‘Er waren geen asbakken, je lag tussen de as en afval. Bovendien was persoonlijke hygiëne niet de grootste prioriteit van hippies. Het ongewassen haar hing tot op je buik, iedereen dampte van het zweet.’

Hansje Joustra: ‘Veel mensen droegen van die lange, geborduurde bontjassen die slecht gelooid waren. Als het regende, rook alles naar Afghaans schaap.’

Pink Floyd

Op Hemelvaartsdag in 1968 treedt het in Hitweek-kringen populaire Pink Floyd op, bekend van de geheimzinnige single ‘Arnold Layne’, en de debuut-lp The Piper At The Gates Of Dawn (1967). De Britse groep, op dat moment een band voor fijnproevers, beschouwt popmuziek als een weelderige tuin waar je onbekommerd uit kunt plukken. Het resultaat kan psychedelisch klinken of dreinend; muziek kan achterstevoren worden opgenomen of twaalf minuten lang meanderen richting een duizelingwekkende einder. Pink Floyd weet het op dat moment zelf nog niet, maar hun radicale stijl zal de muziekgeschiedenis nog meerdere keren een verrassende kant op duwen.

Twee maanden voor het optreden is voorman/ oprichter/ songschrijver Syd Barrett uit de band gezet, wegens grillig gedrag en grootschalig lsd-gebruik. Zijn plaats is ingenomen door gitarist David Gilmour.

Op de middag van 23 mei worden Gilmour, bassist Roger Waters, drummer Nick Mason en toetsenist Richard Wright op de parkeerplaats naast Paradiso opgewacht door John Seine. De band komt aanrijden in een gammel busje zonder benzinedop, aldus Seine. ‘Ze waren arm, ze speelden op half versleten versterkers, waar op het podium ter camouflage een laken overheen werd gehangen.’

Met ruim elfhonderd bezoekers is de zaal die avond uitverkocht (het balkon is in die tijd niet in gebruik). Psychologiestudent Boudewijn Smeets, dan zesentwintig, is al vroeg gekomen. ‘Maar het optreden begon heel laat, pas tegen twaalven. Dat was volkomen normaal. Iedereen ging natuurlijk weer op de grond zitten. Dat was de reden dat we vaak zaten: je moest altijd wachten. Maar ook het wachten was deel van de ervaring. Het samen zijn, jointje roken, het hoorde allemaal bij de happening.’

Als de muzikanten eenmaal op het podium staan, spelen ze in drie kwartier vier nummers: ‘Let There Be More Light’, ‘Interstellar Overdrive’, ‘Set the Controls for the Heart of the Sun’ en ‘A Saucerful of Secrets’ – allemaal nieuw, behalve het tien minuten durende, instrumentale ‘Interstellar Overdrive’, bekend van The Piper at the Gates of Dawn.

Laura Dols is er die avond ook. ‘Ik vond het totaal nieuwe, stonede muziek. Het was alsof je werd opgetild en meegenomen op reis. Een donkere reis, niet feestelijk. Ik noemde het tripmuziek.’

Hansje Joustra zal nog veel concerten meemaken in Paradiso, maar deze avond is ‘de allermooiste’, zegt hij. ‘Eerst was ik teleurgesteld dat ze geen bekende liedjes speelden, zoals ‘See Emily Play’. Maar dat ging snel over. Wat ze hier lieten horen aan geluidseffecten, ontsporende solo’s en de galmende gong van drummer Nick Mason, was een totale sensatie voor de oren. De nevelige klanken van ‘Let There Be More Light’ bijvoorbeeld. Het was 100 procent geestverruimend. Zeker na de purple haze die ik geslikt had.’

De psychedelische sfeer wordt nog versterkt door de verlichting die Pink Floyd zelf heeft meegenomen. Het podium is voornamelijk pikdonker, doorkliefd door een stroboscoop, een destijds nog onbekende techniek. Snel knipperende lichtflitsen zorgden voor de optische illusie van ‘vertraging’, wat volgens getuigen een verhevigend effect heeft op de door lsd beïnvloede waarneming.

Op een gegeven moment pakt bassist Roger Waters een snoer met een peertje aan het uiteinde, en zwiert het rond boven zijn hoofd. ‘Als een lasso,’ zegt scholier Henk Hofstede, die later zanger van The Nits zal worden. ‘Zo dat het licht door de ruimte cirkelde. Zoiets had ik nog nooit gezien.’

Hofstede is op dat moment zestien en mag van zijn ouders niet naar het concert. ‘Maar ik was fan sinds de eerste single, ik moest erbij zijn. Dus ik ben stiekem gegaan. Als een van de weinigen daar had ik geen drugs gebruikt. De zaal was in een zweverige stemming, met overal zwierende haardossen, lange jurken en vrouwen die dansten als wuivende bomen.’

Lees ook: Popmagie herleeft in foto’s op expositie over Paradiso
Amy Winehouse
8 februari 2007.

Foto Andreas Terlaak
Nirvana
25 september 1991.

Foto Peter Pakvis/ Hollandse Hoogte
Red Hot Chili Peppers
20 februari 1988.

Foto Robert Lagendijk/ Hollandse Hoogte
The Stranglers
27 november 1977.

Foto Gie Knaeps/ Getty Images
New York Dolls
7 december 1973.

Foto Gijsbert Hanekroot

5 legendarische concerten:

  1. New York Dolls

    7 december 1973

    Eerder dat jaar hebben de New York Dolls, een glamrockband van vijf met travestie en drugsverslaving flirtende muzikanten, hun debuutalbum uitgebracht. Om kwart voor elf komen ze het podium van Paradiso oprennen met klappertjespistolen. De bandleden dragen hoge hakken, blousjes en glitterkousen. De broek van gitarist Sylvain Sylvain heeft ‘vrolijke gaten bij het kruis’, aldus de recensie in de Volkskrant. Zanger David Johansen, met de microfoon losjes in zijn hand, loopt heupwiegend over het podium. Rechts van hem flitst de graatmagere Johnny Thunders heen en weer, zijn gitaarriffs onderstrepend met knikkend hoofd en wuivende zwarte haardos. Ze klinken niet strak, maar wel onwaarschijnlijk hard, en hun onstuimigheid overdondert de zaal. Na het optreden paraderen ze uitdagend over het Leidseplein.

    Wat het publiek in 1973 nog niet weet, is dat met de New York Dolls een nieuwe muziekstroming wordt geboren. Een jaar later ziet Jeff Hyman een van hun optredens, noemt zichzelf vanaf dat moment Joey Ramone en richt The Ramones op. De manager van de New York Dolls, de Brit Malcolm McLaren, begint niet veel later in Londen zijn eigen punkband: Sex Pistols.

  2. The Stranglers

    27 november 1977

    Zondag 27 november is de dag dat Nederland officieel in de ban raakt van punk. De Britse band The Stranglers geeft dan het eerste van twee uitverkochte concerten. Behalve de Stranglers-aanhang is er die avond voor het eerst ook een afvaardiging van de Hells Angels aanwezig. Die Angels kopen geen kaartje, betalen niet voor hun bier, en staan schouder aan schouder opgesteld naast de bar.

    Op een verwoestend volume speelt de band hun eerste nummer ‘No More Heroes’. De zaal springt als een deinende massa mee, zo’n vijftienhonderd man, allemaal in de maat. In de kelder van Paradiso blijkt dat het plafond hevig aan het golven is. De scheuren springen in de gewelven. Ter plekke worden balken gezaagd om de vloer te ondersteunen.

    In de zaal is het ondertussen een beestenbende. Woest duwende en pogoënde punks, Angels die zich uitleven en met zwaaiende armen discodansen, publiek dat probeert apparatuur van het podium te trekken. Het optreden eindigt met een nieuw fenomeen: de podiuminvasie. Tientallen punks, motorrijders en andere fans bestormen het toneel. De band speelde gewoon rustig door. NRC-journalist Peter Koops beschrijft het optreden als ‘geladen’ en ‘bezeten’ en roemt de koelbloedigheid van de muzikanten.

  3. Red Hot Chili Peppers

    20 februari 1988

    Begin 1988 toeren de Red Hot Chili Peppers, vier schoolvrienden uit Hollywood, door Europa. Het is hun eerste buitenlandse tournee, het viertal trekt in een klein busje rond, onder moeizame omstandigheden. Maar de ambitie is groot. Uit een mix van funk, punk en hiphop hebben ze een eigen stijl gepeurd. En ze hebben een geheim wapen: de witte sportsok.

    Paradiso is die avond meer dan uitverkocht. Meteen vanaf openingsnummer ‘Out in L.A.’ stort de band hun voortjakkerende energie uit over het publiek. Vier goeddeels naakte lichamen, badend in rood licht, schieten stuiptrekkend over het podium. Naast punkfunkcocktails als ‘Love Trilogy’ en ‘Fight Like a Brave’, spelen ze plagerige tussendoortjes, zoals ‘We Got the Biggest Cocks’, waarbij ze op de melodie van Miles Davis’ ‘Jean Pierre’ alleen die ene regel herhalen. Voor de toegift komt de band geheel naakt het podium op, met slechts een sok om hun geslacht.

    Om hotelkosten te besparen slaapt de band na het optreden ‘op een rijtje’ bij tatoeëerder Henk Schiffmacher thuis. De volgende dag tatoeëert Schiffmacher bij zanger Anthony Kiedis in één vijfenhalf uur durende sessie een Indiase dondervogel op diens dan nog onbeschreven rug.

  4. Nirvana

    25 september 1991

    Het optreden had eigenlijk plaats moeten hebben in de Melkweg, voor 800 man. Maar omdat Nirvana met ‘Smells Like Teen Spirit’ plotseling een hit heeft en opklimt van obscuur naar wereldberoemd, is het concert op verzoek van de groep verplaatst naar Paradiso. Zanger Kurt Cobain draagt een blauwe trui en afzakkende spijkerbroek. Op zijn linkshandige Fender Stratocaster prijkt een sticker: ‘Vandalism: beautiful as a rock in a cop’s face’. Al bij het tweede nummer, het kolkende ‘Aneurysm’, komt het stagediven op gang.

    De tengere Cobain staat het hele concert met dichte ogen te zingen en maakt geen enkel contact met het publiek. Zijn gezicht gaat schuil achter een gordijn van haar. Aan het eind van het tiende nummer, ‘Breed’, gooit hij zijn microfoonstandaard op de grond en laat zich op zijn knieën vallen. Dubbelgevouwen zingt hij acht keer ‘she said’ in de liggende microfoon. Zijn stem klinkt rauw en pijnlijk.

    Tijdens de toegift kijkt Cobain links over zijn schouder en staart naar VPRO-cameraman Sander Snoep, alsof hij hem voor het eerst ziet. Dan slaat Cobain zijn gitaar tegen de lens en probeert hem van het podium te duwen. Snoep duwt hard terug. Bij Cobain zijn drie snaren gebroken.

    Tijdens de echoënde lawaaiuitbarsting van het laatste nummer, ‘Territorial Pissings’, loopt Cobain naar het drumstel en schopt de trommels uit elkaar. Als hij zich languit tussen de brokstukken heeft laten vallen, tilt drummer Dave Grohl hem op en draagt hem over zijn schouder naar de kleedkamer.

  5. Amy Winehouse

    8 februari 2007

    Amy Winehouse is 23 als ze voor een nachtconcert naar Paradiso komt. Haar tweede album Back To Black is net uit en een enorm succes. Vlak voor half twee stapt de zangeres het podium op, gekleed in een zwart jurkje en zwarte pumps. Ze is opvallend mager en wankelt op haar hoge hakken. Maar ze klinkt meteen geweldig, met haar gruizige stem die smeekt om liefde. Soms maakt ze een danspas, maar hijst dan meteen aan haar strapless jurk, alsof ze bang is dat die zal afzakken. Winehouse zingt met gemak en diep doorvoelde emotie. Ze is in vorm deze avond.

    Een paar maanden later zegt Winehouse haar geplande optredens op Pinkpop en North Sea Jazz af. Als ze in oktober 2007 optreedt in de Heineken Music Hall, is haar stem krakerig en de show lusteloos. Het nachtoptreden in Paradiso zal haar laatste volwaardige concert in Nederland blijven.

    Fotograaf Andreas Terlaak herinnert zich nog goed hoe hij tegen het eind van het concert dé foto maakte waarmee hij een jaar later de Zilveren Camera zou winnen. „Ze hield de microfoon tussen twee handen, op een deftige manier. Haar houding, haar haar, die Audrey Hepburn-achtige stijl in dat indirecte licht maakte het voor mij een geslaagd beeld. Ook omdat ze zelfverzekerd keek. Ondanks haar zenuwen en gefrunnik had ze het naar haar zin.”

    • Hester Carvalho