Van der Veer gniffelt om boze Kamer

Kruisverhoor ING beloning De salarissprong voor ING-baas was misrekening van de publieke opinie, inhoudelijk klopte het besluit, betoogde Van der Veer.

President-commissaris Jeroen van der Veer van ING zei dat de salarissprong voor de ING-baas de uitvoering van oud beleid was, dat in 2010 „in nauw overleg met het ministerie van Financiën” was vastgesteld. Remko de Waal/ANP

In een ongekende eenheid onderwierpen tien Tweede Kamerfracties president-commissaris Jeroen van der Veer van ING donderdagmiddag aan een publiek kruisverhoor. Van der Veer moest zich verantwoorden voor de omstreden, en inmiddels al weer ingetrokken, loonsverhoging van 50 procent voor de bestuursvoorzitter van ING, Ralph Hamers, eerder deze maand.

De financieel woordvoerders van de tien partijen – alleen ChristenUnie, SGP en Forum voor Democratie ontbraken – zijn nog altijd eensgezind in hun afkeuring van de omstreden salarissprong van 2 miljoen tot 3 miljoen euro per jaar. De vragen waren kritisch en de toon bij vlagen hard. „U hebt gefaald!” (Farid Azarkan, Denk), „Het vertrouwen is geschaad” (Bart Snels, GroenLinks), „Het ordinaire gegraai aan de top is terug” (Tony van Dijck, PVV) en „Waarom stapt u niet op?” (Renske Leijten, SP).

Van der Veer bleef tamelijk rustig onder de commotie, vond de eensluidendheid „vrij uniek” en moest soms gniffelen om de kritiek die hij om zijn oren kreeg. Hij was zelfs begripvol over de suggestie van de SP dat hij zou moeten terugtreden – „dat past in het politieke denken” – maar zei er meteen bij dat het voorstel voor de loonsverhoging voor de topman niet eens meer aan de aandeelhouders wordt voorgelegd. Bovendien staat op diezelfde aandeelhoudersvergadering zijn aftreden sowieso op de agenda, omdat zijn termijn eindigt.

Twee verdedigingslijnen

De 70-jarige Van der Veer koos voor zijn openbare verantwoording voor twee verdedigingslijnen. Allereerst probeerde hij nog eens uit te leggen dat een concurrerend beloningsbeleid voor de top van ING noodzakelijk is om mee te kunnen als internationaal georiënteerde bank. De bank is overigens ook overwegend internationaal: ongeveer tweederde van de activiteiten van ING vindt buiten Nederland plaats en ook ongeveer tweederde van het topmanagement komt niet uit Nederland. Dus waarom een puur Nederlandse maatstaf kiezen voor het beloningsbeleid?

Drie miljoen voor de hoogste baas van ING is nog altijd relatief bescheiden vergeleken met andere grote beursgenoteerde Europese bedrijven. En die miljoenen voor Hamers zijn ook aanzienlijk lager dan het salaris van Hamers’ voorgangers van vóór de financiële crisis. Van der Veer zei er niet bij dat ING vóór 2008 met verzekeringstak Nationale Nederlanden destijds een totaal andere, veel grotere onderneming was.

Geen verrassing

De tweede verdediging van Van der Veer was impliciet een verwijt aan politiek Den Haag. Eigenlijk kon de voorgenomen loonsprong voor de top bij ING immers geen verrassing zijn. Het was de uitvoering van oud beleid, dat in 2010 „in nauw overleg met het ministerie van Financiën” was vastgesteld. In dat jaar zat ING nog vol aan het infuus van de staat, dat het concern in 2008 met een injectie van 10 miljard euro had moeten redden. Toenmalig minister Wouter Bos (PvdA), diens twee ‘overheidscommissarissen’ bij ING, de aandeelhouders en ook de Tweede Kamer hadden heel bewust ingestemd dat het beloningsbeleid voor de top voortaan zou worden gerelateerd aan andere (internationale) bedrijven dan alleen financiële instellingen. Want juist in die sector waren beloningen destijds zo buitensporig.

Na afloop van de hoorzitting vertelde Van der Veer aan journalisten dat hij ook de huidige top van het ministerie van Financiën herhaardelijk had geïnformeerd over de voorgenomen salarissprong voor Hamers. Hij was dan ook verbaasd geweest over de felle reactie op 8 maart van minister Wopke Hoekstra (CDA). Die was „wat anders dan ik had verwacht”, zei hij droogjes.

De voormalige topman van Shell realiseert zich dat de beloningskwestie niet voorbij is. Het voorstel is slechts ingetrokken, maar de bank zal volgens hem hoe dan ook moeten kunnen blijven concurreren op de internationale arbeidsmarkt. Tussen neus en lippen, maar voor de Kamer heel duidelijk te horen zei Van der Veer dat hij nog altijd „op het niveau van 3 miljoen” wil proberen te komen.

De parlementariërs reageerden met ongeloof dat bij de president-commissaris kennelijk „het kwartje niet was gevallen” (Van Dijck, PVV). Ja, hij had gefaald, had Van der Veer erkend, maar dat behelsde kennelijk alleen de verkeerde inschatting van de publieke opinie. Inhoudelijk staat hij nog steeds achter de noodzaak van de loonsverhoging.

Of ING echt wil vasthouden aan de 3 miljoen voor de topman, daarover was Van der Veer na afloop van het Kamergesprek iets minder stellig. „Voor we iets nieuws bedenken”, zei hij tegen journalisten, „moet er eerst begrip komen voor de maatvoering die nodig is”. Van der Veer wil ook opnieuw met de minister in gesprek.

Met andere woorden: als het aan hem ligt moet niet de beloning worden aangepast om tot voldoende draagvlak te komen, maar moet dat draagvlak veranderen om tot voldoende beloning te komen.

    • Philip de Witt Wijnen