Unfair is een kunstbeurs geboren uit baldadigheid

Interview

De jonge kunstenaars die op Unfair exposeren hoeven geen standhuur en afdracht te betalen. De kunstbeurs wil een springplank zijn, zeggen oprichters Adam Nillissen en Peter van der Es.

Peter van der Es en Adam Nillissen begonnen Unfair uit frustratie over bezuinigingen op cultuur. Foto Merlijn Doomernik

Er wordt hard gewerkt in de Zuiveringshal op het Amsterdamse Westergasterrein. Tientallen jonge mensen zijn met verfrollers en zaagmachines in de weer. De vierde editie van Unfair, „kunstbeurs en museale tentoonstelling ineen”, moet de grootste tot nu toe worden. Oprichters Adam Nillissen en Peter van der Es verwachten 8.000 bezoekers.

De voormalige fabrieksruimte wordt omgetoverd in, ja, in wat eigenlijk? Een wit labyrint, die omschrijving komt het dichtst in de buurt. Het decor telt talloze piepkleine doorgangen die leiden naar ruimtes met vreemde hoeken en rondingen. Lopend door het doolhof stuit je op onverwachte objecten. Een metershoge graafmachine bijvoorbeeld, die daar niet blijkt te staan voor de opbouw, maar onderdeel is van een kunstwerk.

Selectie

De veertig jonge kunstenaars die op Unfair exposeren zijn geselecteerd door een commissie van curatoren, museumdirecteuren en kunstcritici. Ze hoeven geen standhuur te betalen, en als ze werk verkopen, hoeven ze geen percentage af te staan aan de organisatie. Naast de opbrengsten uit kaartverkoop en een aantal commerciële sponsoren, wordt de beurs vooral gefinancierd door culturele fondsen. Nillissen schat in dat zij zo’n 70 procent van de financiering voor hun rekening nemen. „Maar het is de bedoeling dat we steeds meer op eigen benen kunnen staan.”

Je zou kunnen zeggen dat Unfair is geboren uit baldadigheid. De draconische bezuinigingen die de culturele sector in 2012 troffen, frustreerden Nillissen en Van der Es, destijds net afgestudeerd van de Arnhemse kunstacademie Artez. Niet eens zozeer de bezuinigingen zelf, maar vooral de manier waarop er door veel politici over kunstenaars werd gesproken, irriteerde hen. „We werden weggezet als luie subsidietrekkers”, zegt Nillissen. „Terwijl de meeste kunstenaars keihard werken.”

Geland op het Westergasterrein

Tot voor kort was de ‘onbeurs’ (slogan: ‘we used to be an art fair’) een rondreizend circus. Iedere editie vond op een andere plek plaats. Dat moest ook wel, want de ambities werden steeds groter. Tot ze in 2016 neerstreken op het Westergasterrein. Unfair heeft er zijn vaste plek gevonden: voor de tweede keer wordt de beurs nu in de Zuiveringshal georganiseerd. En vanaf nu doen ze dat niet meer iedere anderhalf jaar, maar eens in de twee jaar, besloten de oprichters.

Uiteindelijk is Unfair ook een ‘gewone’ kunstbeurs: Van der Es schat in dat op de vorige editie grofweg een derde van de tentoongestelde werken werd verkocht. Maar de kunstenaars proberen niet alleen hun werk, maar ook zichzelf te verkopen. Van der Es: „Als er een curator van het Palais de Tokyo in Parijs rondloopt, gaat dat hier als een lopend vuurtje rond.” Unfair is een springplank, zeggen de oprichters. De deelnemende kunstenaars hopen contacten op te doen, en op andere plekken te kunnen exposeren – als het even kan in het buitenland.

Unfair, 29/3 t/m 2/4, Westergasterrein Amsterdam. Inl: unfair18.nl