Shell doet aangifte tegen oud-bestuurder

Omkoping De Australiër Peter Robinson zou smeergeld hebben aangenomen in Nigeria. Robinson wordt al vervolgd voor een andere zaak in Italië.

Shell denkt dat een van zijn oud-bestuurders in Afrika smeergeld heeft aangenomen. Robin van Lonkhuijsen/ANP

Shell heeft bij het Openbaar Ministerie aangifte gedaan tegen voormalig bestuurder Peter Robinson die zich schuldig zou hebben gemaakt aan corruptie in Nigeria. De aangifte komt op een uiterst ongelegen moment voor Shell dat al verdacht wordt van omkoping in Nigeria. Robinson behoort tot de voormalige Shell-medewerkers tegen wie al in Italië een rechtszaak loopt vanwege corruptie in het Afrikaanse land. Volgens Shell staan beide zaken los van elkaar.

Het olieconcern spreekt na een intern onderzoek het vermoeden uit dat er „een misdrijf tegen Shell” is gepleegd. Naast de aangifte bij het Nederlandse OM zijn ook het Amerikaanse ministerie van Justitie en de Amerikaanse beursautoriteit SEC door Shell op de hoogte gesteld. „We waren verbijsterd en teleurgesteld toen we hoorden van deze kwestie”, zegt Shell in een verklaring. Het concern bekijkt nog welke andere stappen tegen Robinson, die dertig jaar bij Shell werkte, kunnen worden genomen.

Bij een inval in Perth zou volgens informatie van Australische autoriteiten blijken dat Robinson het smeergeld bij een door hem opgezet bedrijf op de Seychellen had gestald. Hij zou hiervoor ook twee bankrekeningen in Zwitserland, die op zijn naam stonden, hebben gebruikt.

OPL 245

De omkoping van de voormalige vicepresident voor ‘sub-Sahara Afrika’ zou in 2011 hebben plaatsgevonden tijdens de verkoop van olierechten aan het Nigeriaanse bedrijf Neconde Energy. Daarbij ging het om rechten op het Nigeriaanse veld Oil Mining Lease (OLM) 42. Volgens verschillende bronnen zou het bewijsmateriaal zijn ontdekt bij een politie-inval in een huis in Perth, dat eigendom is van de Australiër Robinson. Die inval was een gevolg van zijn mogelijke betrokkenheid bij corruptie rond een ander olieveld, OPL 245. Daarover loopt momenteel een rechtszaak in Milaan. Naast Robinson zijn in die zaak ook drie andere bestuurders van Shell en topmensen van het Italiaanse energiebedrijf Eni aangeklaagd. Ook de twee bedrijven zullen later dit jaar terechtstaan.

Lees ook dit achtergrondverhaal over de rechtszaak in Italië.

Shell, de grootste olieproducent van Nigeria, benadrukt in een verklaring dat de beide zaken, „op basis van wat we nu weten”, niet zijn gerelateerd. Bij OPL 245 gaat het om een concessie waarvoor Shell en Eni 1,3 miljard dollar (circa 1,1 miljard euro) hebben betaald aan Nigeria. Van dat geld kwam slechts 200 miljoen in de schatkist terecht. De rest belandde bij Nigeriaanse politici en zakenmensen.

Centrale vraag tijdens de komende rechtszaak in Milaan is of de bedrijven wisten van het doorsluizen van het geld, en dus kunnen worden vervolgd wegens omkoping. Shell heeft altijd gesteld dat de mogelijke corruptie zonder medeweten van de bestuurders heeft plaatsgevonden. De corruptie van OPL 245 speelde in 2011, net als met olieveld OLM 42. Het concern geeft aan, ook na de aangifte tegen Robinson, zich „krachtig” te blijven verweren tegen de beschuldigingen van de Italiaanse aanklager.

Volgens Barnaby Pace van de Britse actiegroep Global Witness, die zich lang sterk maakte voor vervolging van Shell en Eni, is de aangifte tegen Robinson „een enorme klap” voor het concern. „Shell heeft jaren gezegd dat er bij hun geen plaats is voor omkoping of corruptie, maar uiteindelijk geven zij toe dat een van bestuurders smeergeld heeft geaccepteerd.”

Lees ook dit achtergrondverhaal als je meer wilt weten over waarom de Italiaanse justitie achter Shell en Eni aanzit.