Criteria voor gegevens database inlichtingendiensten niet altijd duidelijk

Toezichthouder geheime diensten

EU-samenwerking geheime diensten ontwikkelt zich snel. Internationaal toezicht is dus nodig.

Minister Kajsa Ollongren. Foto Remko de Waal / ANP

Een week nadat de Nederlandse kiezers mochten oordelen over de nieuwe inlichtingenwet, verscheen woensdag een bezorgd rapport van toezichthouder CTIVD op de inlichtingendiensten. Deze laakt de manier waarop geheime diensten internationaal gegevens delen. De toezichthouder wil dat er aandacht komt voor gezamenlijke waarborgen en goed toezicht.

Nieuwe vormen van samenwerking zijn „snel gegaan” en „verregaand”, daarom is het volgens de Nederlandse toezichthouder gepast als er internationaal toezicht komt. Privacy-schending door de uitwisseling van bewaking van gegevens met buitenlandse diensten, was een belangrijke zorg van de tegenstanders van nieuwe Inlichtingenwet.

Het rapport van de toezichthouder geeft een inkijk in de voortrekkersrol van de AIVD. EU-landen maar ook Noorwegen en Zwitserland nemen deel aan de zogeheten Counter Terrorism Group. Na aanslagen in Brussel, Parijs en Londen werd de samenwerking van deze dertig landen steeds intensiever.

Sinds de zomer van 2016 heeft dit samenwerkingsverband een eigen database, waar gegevens over vermeende jihadisten worden gedeeld. Dit soort gegevens zijn realtime opvraagbaar. Dus wat door één dienst in de databank wordt gestopt, is bijna direct te zien voor andere diensten. Die database blijkt op een server in Nederland te staan. Hier wordt ook door de dertig partners vergaderd over concrete gevallen.

Database moet beter geregeld

De toezichthouder wil dat er betere afspraken worden gemaakt over deze database. Zij spreekt over het risico dat er gegevens worden opgenomen „van personen die daar niet thuishoren”. Niet duidelijk is bijvoorbeeld op basis van wat voor criteria personen in die database worden gestopt. Geheime diensten hanteren „allemaal verschillende drempels” en standaarden die „aanzienlijk” verschillen.

Minister Kajsa Ollongren schrijft in een Kamerbrief dat de toezichthouder „goede handvatten” geeft om na het in „na ongekend korte tijd” oprichten van de database te kijken naar „verdere verbetering”. Door de samenwerking zijn volgens haar aanslagen verijdeld.

Kathalijne Buitenweg, Kamerlid van GroenLinks, spreekt van een punt van zorg. „Het ene land slaat misschien een vage aanwijzing op en de ander alleen zware verdenkingen. Het is problematisch als niet duidelijk is wat de waarde en betrouwbaarheid is van informatie.” Tijdens het onderzoek was er geen beleid binnen de AIVD over hoe en door wie de database actueel werd gehouden en gegevens weer werden vernietigd. Inmiddels is dit er wel.

Kritiek is er ook op de AIVD. Vijf maanden lang ontbrak toestemming van de ministers van Binnenlandse Zaken en Defensie voor het delen van bepaalde ongeëvalueerde gegevens. Opvallend is wel dat in de onderzochte periode (begin 2015-medio 2017) alle onderzochte door de AIVD gedeelde persoonsdata voldeden aan de wettelijke eisen van noodzakelijkheid, proportionaliteit en zorgvuldigheid.

Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken heeft dit rapport sinds 9 februari. Wettelijk heeft ze zes weken om zulke rapporten te publiceren: tot uiterlijk afgelopen vrijdag. Volgens haar ministerie was er vertraging omdat buitenlandse diensten bezwaren hadden. Een deel van het rapport werd dan ook verplaatst naar een geheime versie, in te zien door de parlementaire controlecommissie (‘Commissie Stiekem’).

    • Liza van Lonkhuyzen