Recensie

Popmagie herleeft in foto’s op expositie over Paradiso

De tentoonstelling ‘Paradiso 50 jaar’ in het Amsterdam Museum toont de verhalen achter de posters en foto’s van muzikanten: van punk tot Prince in een klein broekje.

Een stukje mozaïekvloer zoals die ook in de entreehal van Paradiso ligt. Eventjes leunen tegen de witte tegeltjeswand uit de toiletten waartegen fotograaf Max Natkiel begin jaren tachtig zijn punkers, new-wavers en rasta’s zette om te fotograferen. En daar zijn de knalrode bretels van Doe Maar-toetsenist Ernst Jansz waarmee hij volgens skinheads ‘hun identiteit’ stal. Bij het optreden van Doe Maar op 8 april 1983 in Paradiso verzamelden Amsterdamse skinheads zich op het Leidseplein om ‘de vijand’ Doe Maar te bestormen. Tot de ME verscheen blokkeerde de staf van het poppodium de toegangsdeur voor de grote zaal vol jonge fans.

Maar het sentiment op de tentoonstelling Paradiso 50 jaar in het Amsterdam Museum zit ’m eigenlijk niet in deze tastbare relikwieën. Het zijn vooral de verhalen achter posters en vele foto’s van de talloze muzikanten, het in het eerste decennium in bonte kleuren geverfde, markante gebouw en zijn uiteenlopende bezoekers.

De kleine, maar zeer gedocumenteerde tentoonstelling over het mooiste poppodium van het land is een halve eeuw muziek en beleving, met de nadruk op de eerste helft van die vijftig jaar. De roemruchte openingsjaren, hoe een jeugdhonk annex drugshol een serieuze concertzaal werd, hoe langzaam een popcultuur gevormd is. Van hippie naar punk, van rock naar dance.

De oude kerk van de Vrije Gemeente nabij het Vondelpark stond al een tijd leeg. De hedonistische summer of love is net voorbij als 30 maart 1968 ‘Cosmisch ontspanningscentrum Paradiso’ zijn deuren opent. Hippievoormannen als Willem de Ridder en Koos Zwart voorzien in het voormalig kerkgebouw een vrijplaats voor creatief talent, een ‘psychodeliese’ club, voor happenings en debat.

Affiches voor concerten in Paradiso

Beeld van geheugenvannederland.nl
Affiches voor concerten in Paradiso
Beeld van geheugenvannederland.nl

We horen erover in een door zanger Huub van der Lubbe ingesproken audiotour („Ik moet hier zelf wel meer dan 70 keer hebben opgetreden met De Dijk”), die losjes maar informatief leidt langs alle periodes. Er klinkt in de zalen geroezemoes van publiek, concertaankondigingen (de Zangeres zonder Naam!), muziek.

Paradiso in de seventies. Een bont geschilderd gebouw in rode, witte, blauwe blokken. De vuurrode entree. En binnen ook weer wanden in alle kleuren. Er was veel, het was anders, kunstzinnig en extravagant. Een plek voor poëzie, kritiek op de maatschappij en protest. Er waren jazzconcerten. Of er werden plaatjes gedraaid. Bezoekers dansten. Vaker lagen ze op banken of op de grond naar de muziek te luisteren.

Blowgangetje

Natuurlijk op deze tentoonstelling: aandacht voor de fleurige, psychedelische, steeds weer veranderende vloeistofdia’s en collages van geluids- en lichttechnicus Adri Hazevoet. Ze werden geprojecteerd op de achterwand en de balkons en zetten Paradiso en zijn artiesten in alle kleuren.

Een grote zwart-witfoto toont het beruchte blowgangetje op de bovenste verdieping. Er werd volop geëxperimenteerd met drugs; Paradiso had z’n huisdealer in de kelder voor hasj en wiet. Sowieso zocht ieder naar vrijheid en bevrijding. Dat je daar af en toe je kleren bij uittrok op en naast het podium, ja.

1974-’75 is een cruciale periode. Paradiso is dan bijna failliet. Sloop dreigde, projectontwikkelaars hadden plannen voor een hotel. Maar het podium bleef na veel protest overeind. Punk zorgde voor een muzikale revolutie die zich in volle glorie aandiende met optredens van de Sex Pistols in 1977 en hun New Yorkse tegenpool The Heartbreakers. Punkgroepen volgden elkaar in rap tempo op: Ramones, Stranglers, Clash en Blondie gevolgd door de new wave van Talking Heads en Television.

Lees ook deze voorpublicatie uit het boek van Hester Carvalho: Vijftig jaar vrijplaats Paradiso

Op zuilen zijn concertposters van Paradiso te bekijken. Ze waren tussen 1972 en 1983 stoer en opvallend met zelf ontworpen letters. Helder, kleurrijk en groot, bedacht door Martin Kaye. De Britse letterfanaat had zijn atelier in de kelder van Paradiso. De affiches bracht hij zelf rond op zijn fiets.

Voor een biertje op de foto

De jonge punks die in Paradiso rondhingen, zetten zich af tegen hun ouders, spijbelden, kraakten en gebruikten drugs. Fotograaf Max Natkiel maakte destijds een boek met zwart-witportretten van Paradisobezoekers uit die tijd: punks, new-wavers, rockers, rasta’s en skinheads gingen in ruil voor een biertje graag op de foto bij de toiletten in de kelder. Nu sieren diezelfde foto’s, metershoog gevangen in witte lijsten die met hun ronde bogen doen denken aan de kerkramen van Paradiso, lange zwarte wanden.

Op de tentoonstelling heeft het wc-gangetje met diezelfde tegeltjes anekdotes: hoe Iggy Pop het in 1979 aan de stok kreeg met de Hells Angels. Hoe voor de New Yorkse band Blondie met zangeres Debbie Harry zoveel kaarten te veel verkocht waren dat de menigte buiten de tram blokkeerde en een groot deel bezoekers alsnog via een zijdeur binnen stormde.

Prince trad in 1981 voor het eerst op in Paradiso. Foto Kees Tabak

Een zaal verder openen de jaren tachtig met een metershoge foto van een bijzonder debuutconcert van Prince in 1981. Voor een paar honderd man verscheen hij in een klein broekje onder zijn lange jas op het toneel en likte zijn gitaar. Ook punkdiva Nina Hagen is een spraakmakende verschijning. Eddy de Clercq zet de toon met zijn PEPclubnachten.

De expositie komt hier in een versnelling. De jaren negentig zijn alweer in aantocht. Veel, veel concerten. Het ‘dodenhoekje’ valt op. Amy Winehouse. Prince. Grunge-zanger Kurt Cobain natuurlijk. Op 25 november 1991 trad Nirvana op in Paradiso – een van de meest legendarische concerten op dit podium. Dan rock-’n-rolljunkie Herman Brood. Een heel ander verhaal. Na zijn zelfmoord werd de muzikant en kunstenaar opgebaard en herdacht in bomvol Paradiso. Zijn dood werd een evenement waarbij duizenden mensen buiten zijn naam scandeerden.

De laatste zaal toont de euforie van liveconcerten: verhitte hoofden, intense overdracht. Hoe willekeurig deze selectie concertfoto’s (o.a. De Staat, D’Angelo, Snoop Dogg en rockband John Coffey) en diverse dance-avonden ook een beetje is, de opgebouwde opwinding, de prille die avond gesmede band tussen artiest en een stampvol Paradiso is herkenbaar en voelbaar. Pure magie in die oude kerk.

    • Amanda Kuyper