’Ouderenzorg zit op doodlopende weg’

Ouderenzorg Het beleid om ouderen zo lang mogelijk thuis te laten wonen werkt niet, stelt Hans Buijing van branchevereniging BTN. En de minister komt niet met de juiste oplossingen.

„Er komt bijna niemand bij ouderen kijken of ze eten of drinken, of hun medicijnen nemen”, zegt Foto Ilvy Njiokiktjien

Met stijgende verbazing heeft Hans Buijing de afgelopen weken toegekeken hoe minister Hugo de Jonge (VWS, CDA) het ene na het andere pact of actieplan bekendmaakte: het Pact voor de Ouderenzorg, het programma ‘Een tegen Eenzaamheid’ en het Actieprogramma Werken in de Zorg, waar de Tweede Kamer deze donderdag over debatteert.

Ook de organisatie waar hij bestuurder van is, Branchebelang Thuiszorg Nederland (BTN), zette net als een kleine veertig andere organisaties haar handtekening onder dat Ouderenpact en vergaderde mee over het Actieprogramma dat de personeelstekorten in de zorg moet terugdringen. „We hebben met een aantal organisaties gesproken of we dat Ouderenpact wel moesten tekenen. De prioriteiten zijn niet helder, de probleemstelling is niet goed en de oplossingen dus ook niet”, zegt hij.

Buijing’s voornaamste bewaar: De minister komt met oplossingen voor een systeem van ouderenzorg dat niet goed werkt in plaats van het systeem aanpakken. „Er zijn ingrijpende wijzigingen nodig in de manier waarop de ouderenzorg is georganiseerd. De alarmbellen gaan al een aantal jaren af, maar in plaats van nadenken hoe we de zorg radicaal anders kunnen organiseren voor de toekomst, gaan we pleisters plakken op een bestaande structuur.”

Waarom dan toch getekend? „Deze minister heeft kennelijk een enorme behoefte aan profilering. In de hele sector wordt verbaasd gekeken als Hugo de Jonge weer bij Jinek, Pauw of zelfs in De Kwis zit. Maar als we niet tekenen, krijgen we de komende jaren alleen maar meer ellende. We gaan wel mee in de show, hebben we tegen elkaar gezegd. We zien daarna wel hoe we het van binnenuit op het goede spoor krijgen.”

Binnenskamers heeft hij zijn bezwaren geuit, zegt Buijing. „De avond voordat het Actieprogramma Werken in de Zorg werd gepresenteerd, kregen wij pas zicht op de inhoud. De persberichten en filmpjes lagen al klaar. We zagen dat allerlei grondslagen voor een goede aanpak nog niet zijn ingevuld. Het is onduidelijk wie alle projecten gaat financieren. De zorgverzekeraars en de gemeenten zaten niet aan tafel, terwijl zij de rekening moeten betalen. Ik heb de minister voorgesteld dat hij zijn boodschap moest matigen, omdat hij te hoge verwachtingen wekt. Ik kreeg te horen dat ik een sombermans ben, dat ‘we’ het gewoon gaan oplossen. De Jonge roept nog net geen ‘Tsjakka’.”

Buijng heeft net al zijn leden, 154 thuiszorgbedrijven, zover gekregen dat ze akkoord gaan met een cao-stijging voor huishoudelijke hulpen per 1 april. Alleen weten ze niet of de gemeenten dat gaan betalen. Die betalen nu tarieven die ver onder cao-niveau liggen. Zorgverzekeraars hebben volgens Buiijng aangegeven dat ze in hun tariefstelling niet vanzelf de loonontwikkeling zullen volgen. „Een derde van de zorgbedrijven hangt aan de rand van het ravijn. Zij kunnen alleen versoberen aan de kostenkant als de lonen omhoog gaan en de tarieven niet. Of ze gaan kopje onder. Ze leggen dan de planning en administratie bij de hulpen en wijkverpleegkundigen neer, omdat de overhead in de organisatie is weggesneden. Ik begrijp goed dat het personeel klaagt.”

Buijing snapt ook dat mensen niet meer zo snel willen werken bij thuiszorgbedrijven, die juist door vergrijzend personeel de komende tien jaar veel mensen zien uitstromen. „Waarom zou je dat doen als je heel hard moet werken, alles zelf in je eigen tijd moet regelen en heel slecht betaald wordt?”

Doodlopende weg

Buijing stelt dat de ouderenzorg „op een doodlopende weg zit”. Het beleid om ouderen zo lang mogelijk thuis te laten wonen werkt niet, als ouderen door te weinig hulp sneller in de problemen komen en ze daardoor te snel een beroep moeten doen op zware en dus duurdere zorg. „We hebben het over een grote groep kwetsbare mensen. Met een beetje ondersteuning kunnen die nog lang thuis blijven wonen. Maar gemeenten zijn heel terughoudend geworden met huishoudelijke hulp en sociaal contact bieden. Er komt bijna niemand meer om te kijken of het wel goed gaat. Of mensen genoeg eten en drinken, of ze hun medicijnen goed innemen.”

En dat gaat volgens hem dus vaak niet goed. „Een op de vijf ouderen die in het ziekenhuis komt, is ondervoed. Of hebben uitdrogingsverschijnselen. We hebben jaarlijks 3 miljard euro schadelast in de zorg, omdat mensen hun medicatie niet goed innemen. Als mensen uit het ziekenhuis naar huis gaan, krijgen ze weer geen zorg. Zo krijg je draaideurpatiënten, waarbij ze steeds zwaardere zorg moeten krijgen die duur is. En vaak onnodig als er meer preventie was geweest”, zegt hij. „Als er wel huishoudelijke hulp is, is er door de lage tarieven geen tijd om even in de koelkast te kijken of om een gesprek van vijf minuten te voeren of alles wel goed gaat. De hulpen zijn hun signaalfunctie kwijtgeraakt. Als iemand drie uur huishoudelijke hulp krijgt voor een tarief van 25 euro per uur, kun je een ziekenhuisopname van 800 tot 1.000 euro per dag voorkomen. Tel uit je winst.”

Er gaat nu 2,1 miljard euro naar de verpleeghuizen. Daar zit slechts 7 procent van de kwetsbare ouderen.

Lees ook dit vragenstuk over het personeelstekort in de zorgsector.

Te zware en dure zorg

Ruim tien jaar geleden werd een nieuw ouderenzorgbeleid opgezet. Het aantal verzorgingshuizen werd sterk teruggebracht, ouderen moesten langer thuis blijven wonen. De hulp voor die thuiswonende oudere werd via de Wet maatschappelijke ondersteuning verschoven naar de gemeenten, die sinds een grote decentraliseringsoperatie in 2015 de verantwoordelijkheid hebben. Als de oudere meer medische hulp thuis nodig heeft van wijkverpleegkundigen, verschuift die verantwoordelijkheid naar de zorgverzekeraars. En als er echt zware verpleegzorg thuis nodig is of opname in een verpleeghuis, draait via de Wet langdurige zorg het Rijk er voor op.

Juist die drie ‘systeemschotten’ leiden tot grote problemen, stelt Buijing. „Iedereen schuift die kwetsbare ouderen zo snel mogelijk van zijn bordje af. Gemeenten duwen de problemen door naar de zorgverzekeraars, en doen dan net alsof mensen uit hun plaats verhuisd zijn. Verzekeraars willen de mensen zo snel mogelijk in de Wet langdurige zorg hebben, omdat zij er dan geen verlies op lijden. Binnen de kortste keren krijgen mensen zo veel te zware en dus te dure zorg.”

Of gemeenten geleerd hebben van de eerste ervaringen, betwijfelt Buijing. „De vorige staatssecretaris Martin van Rijn heeft vorig jaar gemeenten opgedragen fatsoenlijke tarieven te betalen. Gemeenten negeren dat massaal. Zij zijn door het Rijk in het pak genaaid met de decentralisatie. Maar de ouderen die bij gemeenten aankloppen en geen of te weinig hulp krijgen zitten met de gebakken peren.”

In de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen is het Buijing, zelf voormalig PvdA-wethouder in Leiden, opgevallen dat zorg nauwelijks een issue is. „Lokale politici voelen het als een opgelegde taak, waar ze geen affiniteit mee hebben. Ze snappen de problematiek niet.”

Nederlanders zijn optimistisch en bezorgd over de ouderenzorg