Opgevoed: Mijn dochter maakt zo’n rommel

Opgevoed Elke week legt Annemiek Leclaire een lezersvraag voor aan deskundigen. Deze week: een rommelprobleem.

illustratie Martien ter Veen

De kwestie

Moeder: „Wat doen we met een dochter met een rommelprobleem? Onze dochter heeft haar hele leven al behoefte aan rommeltjes in plaats van speelgoed. Ze is nu 13 en heeft een enorme verzameling papiertjes, tekeningen, knutselspullen, post-its, tasjes, elastiekjes, paperclips, pennen en markers op haar kamer. Als ze het huis binnenkomt, kan ik exact volgen waar ze geweest is, ze laat een spoor aan kleding, tassen, papiertjes, bordjes en glazen achter. Datzelfde geldt voor haar kleding. Nadat ze de kleding heeft aangehad, eindigt alles op een grote stapel op haar bureau. Ze wacht tot het moment waarop de stapels zo groot zijn dat ze niet meer aan haar bureau kan zitten en brengt dan de helft naar de wasmand.

„Ik heb om het opruimen voor haar te vergemakkelijken bakken voor haar gemaakt, die staan op haar kamer en in onze huiskamer. Ze hoeft alleen alles in de juiste bak te stoppen. Maar ook dat zorgt er niet voor dat zij haar rommel wel opruimt.

„In onze huiskamer ben ik onverbiddelijk. Maar ik heb mijn pogingen opgegeven om haar slaapkamer opgeruimd te krijgen, daar laat ik haar haar gang gaan. Op dit moment mijd ik haar kamer zoveel mogelijk. Hoe leer ik haar wat opgeruimder te leven?”

Naam is bij de redactie bekend. Deze rubriek is anoniem, omdat moeilijkheden in de opvoeding gevoelig liggen. Wilt u een dilemma in de opvoeding voorleggen? Stuur uw vraag of reacties naar opgevoed@nrc.nl.

Kaders aangeven

Tischa Neve: „Deze tiener is op dit moment van haar leven totaal niet geïnteresseerd in opruimvaardigheden. Pubers zijn bezig met hun eigen dingen en de rest filteren ze weg. Dus ‘leren opruimen’ zal haar niet overhalen. Maar ze heeft wél last van een moeder die er last van heeft, want die loopt aan haar hoofd te zaniken.

„Moeder kan hier de kaders aangeven, maar hoeft niet zelf de oplossingen te bedenken. Dus: ‘Ik wil graag dat je je spullen in de huiskamer opruimt, want daar leven we met z’n allen. Wat je met je kamer doet is jouw zaak, maar ik wil wel dat het schoon is. Dus als ik, of de hulp, daar eens per week stofzuig, wil ik dat alles van de vloer is. Hoe kan ik jou helpen om dit te doen slagen, zodat ik dan niet meer aan je hoofd zanik?’

„De dochter moet hier zelf invulling aan geven. Dat is hoe ze uiteindelijk leert opruimen. Moeder kan nog wel vragen: ‘Hoe zal ik jou daaraan herinneren als je het vergeet?’”

Stop met helpen opruimen

Stijn Sieckelinck: „Wat iets tot rommel maakt zijn niet de eigenschappen van een voorwerp zelf, maar de plek waar je het neerzet. Een paar schoenen in de gang is logisch, zet ze op het salonkleed en het is rommel.

„Een dertienjarige met een rommelprobleem is dus een dertienjarige die spullen niet op de juiste plaats zet. Toch is het zeer de vraag of de dertienjarige dit zelf ook zo ervaart. De ene persoon vaart wel bij een opgeruimd bureau, de ander gruwt ervan. Bovendien, de dochter is dertien en het allerbelangrijkste in haar leven is nu om niet langer een verlengstuk van de ouders te zijn maar om zelf iemand te worden met een eigen identiteit. Misschien is het rommelprobleem voor haar wel een onafhankelijkheidsstrijd waarvoor ze het huishouden als strijdtoneel heeft gekozen. En zo hebben jullie allebei een verschillende definitie van wat er aan de hand is.

„Mijn advies: stop met haar helpen opruimen, zeker in haar eigen kamer, en laat haar zelf de gevolgen ervaren van verloren voorwerpen, niet gewassen kleding, onvindbare schoolboeken. Dat is de snelste weg naar zelfredzaamheid.”

    • Annemiek Leclaire