‘Opeens wil Nederland het braafste jongetje van de klas zijn’

Belastingklimaat

Donderdag bespreekt de Kamer de kabinetsplannen tegen belastingontwijking. Fiscale experts vrezen voor ’s lands aantrekkelijkheid.

Vorig jaar deed de parlementaire ondervragingscommissie Fiscale constructies onderzoek naar belastingontwijking. Foto BART MAAT/ANP

„Fiscale zelfkastijding”, noemt hoogleraar belastingrecht Rudolf de Vries het. „Nederland wil opeens het braafste jongetje van de klas zijn, terwijl in de ons omringende landen helemaal niet kritisch naar de eigen fiscaliteit wordt gekeken. Dat is niet goed voor onze fiscale aantrekkelijkheid en kan Nederland op termijn business en daarmee belastingopbrengsten kosten.”

De Vries, tevens partner bij accountants- en adviesbureau EY, is niet de enige fiscale expert die zich zorgen maakt over de vorige maand gepresenteerde belastingplannen van het kabinet. „De VS, Duitsland en Japan zijn het aantrekkelijkst voor bedrijven om te zitten omdat daar de meeste rijke consumenten wonen. Kleinere overheden moeten meer doen om aantrekkelijk te zijn”, zegt Aart Nolten, voorzitter de sectie Internationale Fiscale Zaken bij de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs. „Nederland heeft dat jarenlang heel goed gedaan, maar het is een positie die je gemakkelijk kunt verliezen.”

Het vorige kabinet benadrukte dat alleen al brievenbusbedrijven de schatkist jaarlijks 3 miljard euro opleverden, nog los van alle multinationals met ‘echte’ activiteiten. Rutte II hamerde erop dat ’s lands fiscale industrie volgens onderzoek voor 8.000 tot wel 13.000 voltijdbanen zorgde. Juist vanwege dat economisch belang was het kabinet „zeer beducht voor schade aan de concurrentiepositie” van Nederland.

Nederland mocht door criticasters dan wel steeds vaker een belastingparadijs worden genoemd, het leidende principe bleef dat belastingregels nooit op eigen houtje zouden worden aangescherpt – enkel in internationaal verband. Bedrijven zouden anders meteen verhuizen naar landen die fiscaal een eigen koers varen.

Wat dat betreft lijkt de portefeuilleoverdracht op het ministerie van Financiën niet helemaal soepel te verlopen. Want in het onlangs gepresenteerde kabinetsplan tegen belastingontwijking rept staatssecretaris Menno Snel (D66) nauwelijks over het economisch belang. Het principe dat geen unilaterale fiscale stappen worden gezet, is zelfs verlaten.

Lees ook: dit artikel over fiscale plannen in het regeerakkoord

Opeens wil Nederland aantrekkelijke fiscale maatregelen schrappen terwijl dat helemaal niet hoeft en „gaat het kabinet verder dan” wat in Europa wordt afgesproken. Voor het relatief rechtse Rutte III is het zelfs een ‘beleidsspeerpunt’ om het „beeld te kantelen dat Nederland het internationale bedrijven gemakkelijk zou maken belasting te ontwijken”. Nederland wil nu zelfs „een voortrekkersrol” spelen in de strijd tegen belastingontwijking. Snel constateert zelfs al minnetjes dat „niet alle landen het ambitieniveau van Nederland” delen.

Er is natuurlijk ook wel wat gebeurd. Achter de schermen in Europa wordt met name door Frankrijk al langer hard ingehakt op ‘Belastingparadijs Nederland’. De Europese Commissie oordeelde in 2015 dat de belastingconstructie van Starbucks via Nederland illegale staatssteun was. Momenteel wordt onderzocht of voor Ikea hetzelfde geldt.

En ook de binnenlandse druk is groot met stapels krantenartikelen over fiscale schandalen als de Panama Papers, kritische onderzoeken van Oxfam en continue kritiek van GroenLinks en SP.

En dus is zelfs het principe losgelaten om het belastingklimaat alleen aan te passen als dat internationaal gezamenlijk gebeurt, bijvoorbeeld via de OESO – het samenwerkingsverband van 35 rijke industrielanden.

In fiscale kringen vraagt men zich bezorgd af of Nederland niet té ver gaat. „We hebben altijd de koopman en dominee gehad. De koopman verdwijnt nu wel heel ver naar de achtergrond”, constateert EY-fiscalist Helmar Klink.

Hij wijst erop dat Snel zelfs van plan is om uitgaande rente- en royaltystromen in bepaalde gevallen te gaan belasten. „Dat hebben we in dit land nog nooit gehad.” Juist door het ontbreken van die bronbelasting kiezen veel bedrijven voor Nederland als plek om hun leningen uit te geven. Klink verwacht dat die hun heil elders zoeken.

De Vries benadrukt dat zekerheid en duidelijkheid belangrijk zijn voor bedrijven en dat die momenteel op veel fiscale punten ontbreekt. Zijn grootste inhoudelijke zorg is dat Nederland na een recente uitspraak van het Europees Hof een einde maakt aan de mogelijkheid voor bedrijven en ondernemers om al hun vennootschappen als één fiscale eenheid te mogen behandelen. „Straks moeten al die bedrijven, zelfs de bakker en slager, voor al die vennootschappen aparte aangiftes gaan doen.”

Nolten, tevens partner bij adviesbureau Deloitte, waarschuwt voor weer een ander vlak waarop Nederland verder gaat dan nodig: het voornemen om in één klap veel belastingverdragen aan te passen waaronder de regels voor de ‘vaste inrichting’. Hierdoor ontstaat grote onduidelijkheid voor ondernemingen aan welke landen winst moet worden toegerekend. „Dat kan niet waar zijn”, zegt de fiscalist. Hij begrijpt niet dat Nederland stappen neemt terwijl binnen de OESO nog helemaal geen overeenstemming over de wijze van winsttoerekening is.

Net zoals De Vries en Klink benadrukt Nolten dat hij bezorgd is over Nederland en niet zijn eigen portemonnee, de verandering van fiscale regels levert namelijk automatisch weer meer advieswerk op.

Nolten waarschuwt dat het kabinet en de Kamer ondanks de internationale druk niet moeten vergeten hoe bedrijven hier belanden. „Zodra een bedrijf in Nederland is, zal het benadrukken dat het vanwege de infrastructuur en hoogopgeleide bevolking is. Maar wij zijn betrokken in de slag vóór ondernemingen besluiten waar ze naartoe gaan. Daar is fiscaliteit en wat je onder de streep betaalt een hele belangrijke factor.”

Lees ook deze reconstructie over hoe buitenlandse bedrijven worden gelokt: Nederland rolt de oranje loper uit
    • Camil Driessen