Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Oorlogsfilm

Ondanks alle publiciteit – de cast, trotse nazaten van bankier Walraven (‘Wally’) van Hall en wat historici ploegden door het medialandschap – wilde niemand met mij naar de film Bankier van het verzet, en de vriendin al helemaal niet. Ik had haar gedwongen naar de trailer te kijken, maar hier ging ze geen oppas voor inhuren.

Mijn vrienden wilden ook niet, de ene zei dat er historisch gezien weinig van de film klopte, een ander had Zwartboek nog niet verwerkt.

Ik vond Nederlandse films die zich afspelen in de Tweede Wereldoorlog ook bijna altijd slecht, maar dat was voor mij juist een reden om wel te gaan. De meeste Duitsers beginnen in de regel al in hun eerste scène te snauwen en het verzet knoeit maar wat aan, hetgeen ze meteen sympathiek maakt.

Ik verheugde me bij Bankier van het verzet vooral op Barry Atsma, die in de talkshows nog steeds in zijn Wally-rol leek te zitten. Toen hij bij Pauw ook nog als een geschiedenisleraar het historische gewicht van de film ging uitleggen wist ik dat ik naar Bankier van het verzet moest.

En zo kwam het dat ik op donderdagavond alleen naar Pathé City Amsterdam ging.

„Zijn er nog kaartjes?”, vroeg ik bij de entree.

Meisje lachen, daarna bijna minachtend: „Sure…”

In de hoek van zaal vijf lagen er twee te vrijen, een paar stoelen bij me vandaan lag een vrouw achter de grootste bak popcorn die ik ooit gezien heb. Bijna net zo groot als haar lijf! Ze was ook helemaal alleen naar Bankier van het verzet gegaan en vrat steeds sneller van haar popcorn. Verbeeldde ik het me, of was ze ook blij dat ze Barry Atsma aan het eind te pakken kregen? Gek was dat, dat Barry Atsma een zo kwezelige verzetsheld wist neer te zetten dat je dacht: nou pak ’m dan maar. De Duitsers waren zoals verwacht bijzonder onsympathiek en Pierre Bokma, onze beste acteur, zette een Rost van Tonningen neer die ik amper geloofwaardig vond. Zo dom zal die in het echt toch niet geweest zijn?

Op een gegeven moment kwam hij, vlak voordat ze Barry Atsma gingen doodschieten, nog even bij hem kijken in zijn cel. Barry Atsma was inmiddels al helemaal gemarteld, maar voegde hem nog wel toe dat hij vond dat hij gewoon wat slimmer had gehandeld dan Pierre Bokma, wat ik gezien de omstandigheden discutabel vond.

Hiervoor was ik gekomen.

Naast me schraapte de vrouw een laatste handje uit haar enorme bak popcorn, ik denk dat zij op de een of andere manier ook een leuke avond had.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen