Met passie naar Pasen

Ewoud Sanders

Vraag van een lezer: wat is het verband tussen de Passieweek en het woord passie in de betekenis ‘hartstocht’?

De Passieweek begint op Palmzondag en eindigt de zondag erna, op Pasen, de dag waarop Jezus volgens het Nieuwe Testament uit de dood zou zijn herrezen.

Het woord passie is ontleend aan het laat-Latijnse passio, dat ‘lijden’ en ‘foltering’ betekent. In het Nederlands is het voor het eerst opgetekend in de dertiende eeuw. Men zei toen onder meer passie dogen voor ‘foltering ondergaan’ en met de passie ons heren bedoelde men indertijd ‘het lijden van Christus’. Die laatste betekenis is ontleend aan het christelijke Latijn, waarin passio deze betekenisvernauwing had ondergaan.

Lang werd passie voornamelijk gebruikt voor het lijden van Christus, maar aan het begin van de vijftiende eeuw kreeg het er de betekenissen ‘zielsziekte’ en ‘hartstocht’ bij. Gerlach Peters (1378-1411), een mysticus uit Deventer, schreef toen in een brief aan zijn zus Lubbe, die bekendstond als „ene vuerige, oprechte maget”, dat de mens de meeste druk ondervindt van „sine passiën” en dat het erom ging om die „van binnen” te overwinnen.

Inmiddels onderscheidt de Dikke van Dale bij passie vijf betekenissen: het lijden van Christus, de lijdensgeschiedenis; heftige aandoening, onstuimige drang van de ziel of het gemoed; drang die men niet kan weerstaan; hartstochtelijke genegenheid, zinnelijke liefde; en: geval van hartstochtelijke liefde, verliefdheid.

Taalkundig interessant vind ik dat de bekendheid van de oudste betekenis voor de meeste mensen seizoensgebonden is. Zo rond Pasen schiet het velen te binnen dat passie – of beter: de passie – iets met Jezus te maken heeft. Dat komt natuurlijk ook door opvoeringen van de Matthäus-Passion en van de musical De Passie, dan wel The Passion, die veel aandacht in de media krijgen. Gedurende de rest van het jaar zullen de meesten passie in de eerste plaats associëren met ‘hartstocht’.

Dat hoeft niet alleen lichamelijke of seksuele hartstocht te zijn. Al zeker tien jaar menen fabrikanten en reclamemakers dat producten beter verkopen als erbij wordt vermeld dat ze met passie zijn gemaakt. Een zoekopdracht op internet levert duizenden voorbeelden op. Waaronder: „Unieke houtproducten met passie voor u gemaakt”, „Eieren, gemaakt met passie voor chocolade!” en „Catering met Passie zorgt voor een onvergetelijke receptie”.

Hoewel de oudste betekenis van passie dus ‘lijden’ en ‘foltering’ is, zie je op sommige christelijke websites dat aan het lijden van Jezus met terugwerkende kracht ook hartstocht wordt toegekend. Zo geeft de website Alles Over Jezus Christus de volgende herkomstverklaring van het woord Passieweek: „Deze naam is een aanduiding van de passie waarmee Jezus bereidwillig naar het kruis ging. Hij deed dit om de prijs voor jouw zonden te betalen; de zonden van al Zijn mensen.”

In 1957 kon er nog een boek verschijnen getiteld: De lichamelijke passie van Jezus. Maar omdat de betekenis ‘hartstocht’ van passie inmiddels zo dominant is, denk ik dat weinig uitgevers nu nog zo’n titel zouden overwegen. Mooi gevonden vind ik deze boektitel, uit 2008: Passie voor Jezus: groeien in hartstochtelijke liefde voor God. Hier komen passie en hartstocht in liefde samen.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders
    • Ewoud Sanders