Met de trein naar het ‘zesde Waddeneiland’

Treinstation Eemshaven Roodeschool is niet langer het noordelijkste station van Nederland. Vanaf station Eemshaven vaart de boot naar eiland Borkum.

Sinds dinsdag rijdt de Arriva-trein na Roodeschool een paar keer per dag door naar station Eemshaven. Foto Kees van de Veen

Windmolens, een dijk, een stootblok. Als je één plek in Nederland tot ‘het einde van de wereld’ moet bombarderen, laat het dan het nieuwe treinstation Eemshaven zijn. Onheilspellend gezoem van de turbines klinkt hoog in de mist boven het kleine perron, dat vlak achter de Waddenzee ligt. Twee OV-chipkaartpalen trotseren de regenachtige zeewind deze grijze woensdag.

Bij de kaartautomaat staat Sandra Vos (50), inwoner van het verderop gelegen Roodeschool en bestuurslid van de dorpsvereniging. Ze heeft geen kaartje nodig, maar wil er wel graag een. „Als aandenken, aan de eerste rit. Gewoon om te hebben.”

Het dichtstbijzijnde dorp ligt zeven kilometer verderop en heeft al een eigen halte. Toch opende in het onbewoonde, noordelijke puntje van de Groningse Eemshaven woensdagochtend om 09.43 uur een nieuw station.

De vraag waarom hier, in the middle of nowhere, zo noordelijk als Ameland, geïnvesteerd moet worden in infrastructuur ligt voor de hand. Waarom hebben de provincie, het Rijk, de gemeente Eemsmond en nog een reeks andere partners 25,8 miljoen euro over voor de eerste buitendijkse spoorlijn in Nederland, de meest recente uitbreiding van het netwerk sinds de Hanzelijn in 2012? Een Overijssels stationnetje, Geerdijk, sloot in 2016 juist omdat het nabijgelegen gehucht te weinig reizigers opleverde.

Het grootste deel van het antwoord ligt nog eens 50 vaarminuten verder, aan de overkant van de Eems, in Duitsland. Wie over de dijk tuurt, kan bij helder weer in de verte het eiland Borkum zien liggen – het grootste Oost-Friese Waddeneiland. Met duinen, een historisch stoomtreintje, en ietsje kleiner dan de Nederlandse Waddeneilanden. Maar: in Nederland vrijwel onbekend.

Noordelijke Nederlanders hebben vaak nog wel gehoord van het kuureiland, waarvan het dorp met ruim 5.000 inwoners groot is, vergeleken met de Friese Waddeneilanden. Zij vormen een klein deel van de jaarlijks circa een half miljoen bezoekers. Greet Schipper (71) uit Roodeschool, die met haar kleinkind geniet van de treinrit door de haven is er al eens geweest. „Je kunt er mooi fietsen, het is precies groot genoeg.” Is het heel anders dan de Nederlandse eilanden? „Het verschilt niet zó.”

Dagjesmensen

De meerderheid van de eilandbezoekers zijn Duitsers die met speciale treinen uit de hele Bondsrepubliek ’s zomers naar de haven in het Duitse Emden komen. Ook het merendeel van de circa 185.000 mensen die jaarlijks vanuit de Eemshaven naar Borkum afreizen, komt met de auto uit Duitsland. De Nederlandse adjunct-directeur Rolf Bouwman van veerbedrijf AG Ems – dat meebetaalde aan het nieuwe spoor – noemde Nederlandse dagjesmensen in een interview uit 2009 „een stukje extra beleg op onze boterham”.

Vooral nieuwsgierige Roodescholers rijden de eerste dag mee.

Foto Kees van de Veen
Foto Kees van de Veen
Foto Kees van de Veen

Ook vandaag de dag is de band met Nederland nog beperkt, zegt directeur van AG Ems Bernard Brons in een mix van Duits en Nederlands. „We zijn vooral zusammengewachsen met het Groningse Ommeland.” Hij weet dat de rest van Nederland veelal nog van niks weet.

Roodescholers kunnen zich dat nauwelijks voorstellen. De suggestie dat er wellicht Nederlanders zijn die het Duitse Waddeneiland niet kennen, verbaast Sandra Vos – die er „meerdere keren per jaar” komt – zichtbaar. „Zou het echt?” De meesten van de tientallen dorpsbewoners die woensdag met een camera in de hand een proefritje maken in de trein stappen niet uit en rijden gelijk terug – de haven en het eiland kennen ze al wel, in het dorp zijn feestactiviteiten.

De betalende partijen weten dat er nog wel wat tijd en moeite nodig is voordat Borkum, dat nu in feite beter bereikbaar is dan Ameland en Schiermonnikoog, het ‘zesde (bewoonde) Waddeneiland’ wordt. Uit een studie die de provincie liet uitvoeren door Grontmij valt op te maken dat de verwachting is dat jaarlijks zo’n 6.500 Nederlandse Borkumgangers per trein naar de Eemshaven zullen gaan, vooral in de zomer en als er combitickets voor boot en trein worden verkocht. Schiermonnikoog trekt jaarlijks zo’n 280.000 toeristen.

De provincie verwacht 33.000 reizigers per jaar op het nieuwe station, van wie een groot aantal Borkumers zal zijn. Zij gaan gemiddeld vijf keer per jaar naar het vasteland om te shoppen of voor vakantie: voor hen is de dichtsbijzijnde grote Duitse stad, Oldenburg, vier uur weg; Groningen nu slechts twee uur.

Directeur Brons: „Borkumers beschouwen Groningen steeds meer als hun metropool.” Geen verkeerde positie voor de provinciehoofdstad, die zichzelf graag wil profileren als „internationale hub”, aldus de vervoersstudie. De betere verbinding met Borkum „past in die filosofie”.

Station Eemshaven. Foto’s Kees van de Veen

Google

En dan is er ook nog een aantal forenzen dat in de Eemshaven werkt, alhoewel maar wordt uitgegaan van dagelijks dertig van de 1.500 werknemers: op het terrein liggen veel bedrijven (onder andere Google) kilometers ver van het station. Zij vereisen dus „aanvullend vervoer”.

Mochten de prognoses kloppen, dan nog zal het station een van de rustigste van Nederland zijn (in de zomer kan er wel gepiekt worden). Eemshaven is dan ook ’s lands enige halte waar niet op zijn minst een uurdienst zal worden gereden. In het hoogseizoen zal de stoptrein uit Groningen vier keer per dag doorrijden na Roodeschool om aansluiting te bieden op de boot, in het laagseizoen drie keer.

Het record van noordelijkste station van Nederland is Roodeschool daarmee wel kwijt. Dat leidt bij sommige van de 890 inwoners, die al decennialang niet anders weten dan dat hun dorp het eindpunt van Nederland is, tot gemengde gevoelens. Maar wat doe je eraan? Greet Schipper, terwijl de trein zich door de Eemsdijk boort: „De vooruitgang moet doorgaan.”

    • Milo van Bokkum