Foto Frank Ruiter

‘Ik schrik van wie ik ben in de ogen van de lezers’

Lunchinterview Henk van Straten (38) , schrijver, laat de lezer toe tot wat gist in zijn brein en schrijft over zijn seksdrift, drank- en drugsgebruik. „Ik hou van het gevoel als een feniks uit de as te herrijzen.”

We staan tussen dampende kraampjes en etende mensen in de foodhallen van Eindhoven. Thais, Italiaans, Koreaans en nog tien of twintig tentjes die misschien nog iets lekkerders in de aanbieding hebben. Dit was, constateert Henk van Straten (38), niet de allerhandigste plek om af te spreken. Om de twijfel te verdrijven, kiezen we waar ons oog het eerst op valt. „Precies dát wil ik”, wijst hij. Een poké bowl, een kommetje met koude rijst, rauwkost en rauwe vis. „Doe mij maar een vegetarische”, zegt hij. Om vervolgens naar de overkant van de hal te spurten om bij een ander standje een vleesspies te bestellen. De keuzes voor drank en zitplaats verlopen verrassend vlotjes. Water voor hem – „Ja echt” – en een tuintafeltje achterin de hal.

Henk van Straten is schrijver en zijn leven is zijn materiaal. In We zeggen hier niet halfbroer uit 2017 gebruikte hij zijn jeugd. Hij was een „bastaard en een koekoeksjong”. Als kind woonde hij doordeweeks bij zijn moeder, stiefvader en drie oudere halfbroers in Eindhoven. In de weekenden was hij met zijn moeder bij zijn vader in Rotterdam. Deze week verschijnt Berichten uit het tussenhuisje. Daarvoor leverde zijn huwelijk de stof. Hij trouwde op z’n vijfentwintigste, werd vader van twee zoons van nu 11 en bijna 8. Drie jaar geleden is hij bij zijn gezin weggegaan. „Hoe heb ik ooit kunnen denken dat ik, met mijn romantische ziel, mijn eeuwige twijfel en mijn extreme escapisme dit leven had kunnen volhouden.” Dat zegt hij nu. Maar twijfel en escapisme waren nou juist de reden om destijds zo snel mogelijk te trouwen en kinderen te krijgen. „Ik had een enorme drang een nest te bouwen. Behoefte aan een veilige plek. Als alles maar vastlag, dan zou het aarzelen en twijfelen wel stoppen.”

Na de scheiding huurde hij tijdelijk een ‘tussenhuisje’ in de binnenstad van Eindhoven, ontving daar om de week zijn zoons, installeerde vrijwel direct de dating-app Tinder en begon twee weken na de breuk een column over zijn echtscheiding op de website van vrouwenblad Linda. Tweeëneenhalf jaar tussenhuisje verwerkte hij tot een boek. Een boek zo eerlijk dat het pijn doet. Hij boort nog net geen gaatje in zijn hoofd om ons mee te laten kijken naar wat er gist in zijn brein. Zijn angst voor ziekte, zijn dolende geest, zijn slechte geweten. Maar ook: zijn seksdrift, pil- en drankgebruik. Wil je dat allemaal wel lezen? Nou nee, maar ja. Wel zoals hij het opschrijft. En ook omdat hij de lezer de moeite van het (ver)oordelen van zijn gedrag bespaart. Niemand met meer gêne, meer walging, meer zelfverachting dan hij zelf.

Gestolde werkelijkheid

Passages uit het boek zette hij eerder op zijn Facebook-pagina. „Mijn ambitie is om gelezen te worden.” Online heeft hij een eigen podium, met een harde kern volgers die soms comments achterlaten als ‘Klootzak’, of ‘Tja Henk, misschien wordt het tijd eens volwassen te worden’, of ze geven hem advies over hoe hij zijn leven op orde krijgen kan. „Ik schrik soms van wie ik in hun ogen ben.” Dat is het lastige van het hyperpersoonlijke genre dat hij kiest. Memoires noemt hij het; geen fictie, maar ook niet helemaal non-fictie. „Ik deel niet omdat ik zo graag wil delen. Voor het kunstwerk dat ik maak, is alles materiaal. Ook ikzelf.” Hij vergelijkt zich met een schilder die z’n vervallen schuurtje schildert. „Het schilderij is gelukt als de ander het schuurtje herkent, of als het herinneringen oproept aan dat ene schuurtje van vroeger.” Maar zeg je: ‘Henk, die schuurdeur moet je zus en zo repareren’ dan heb je, zegt hij, niet begrepen wat hij doet.

Zijn boeken zijn gestolde werkelijkheid, de waarheid van dat moment. „Man neukt rond en zuipt zich klem na echtscheiding. Is dat interessant? Nee, dat is een cliché.” Het krijgt pas waarde als kunstwerk, vindt hij, als het geschrevene uitstijgt boven het persoonlijke. En toch wordt hij, bij lezingen en festivals, aangekondigd als ‘Henk van Straten, de schrijver over zijn echtscheiding’. „Het idee alleen al, dat ik op een podium ga staan praten over mijn huwelijk.” Hij, met zijn ‘Eindhovens-boertje-complex’, vermoedt soms een complot om hem buiten de literatuur te houden.

Het idee alleen al, dat ik op een podium ga staan praten over mijn huwelijk

Henk van Straten

Wat niet meehelpt is zijn uiterlijk – zijn nek, zijn handen, zijn vingers, elk stukje huid dat ik kan zien, is bedekt door tatoeages. Overgehouden aan de tijd dat hij zanger was in een punkbandje, en tatoeages nog een uiting van rebellie waren en geen trend, zoals nu. „Ik heb een hekel aan literaire snobs die bepalen wat literatuur is en wat niet. Tegelijkertijd wil ik zelf ook een grens tussen welke schrijver er wel of niet bij hoort. En eerlijk, ik zou als lezer ook mijn bedenkingen hebben bij een getatoeëerde schrijver uit de provincie.” Hij klopt zich op de flanken. „Dit is nu mijn lichaam. Mijn harnas, getatoeëerd en wel. Ik heb respect voor wie onbeschreven is gebleven. Die heeft de druk weerstaan.” Hij overweegt op zijn linkerduim ‘Eindhoven’ te zetten. Toch trots op z’n herkomst? Hij haalt zijn schouders op, weifelend. „Dan is het maar duidelijk.”

Foto´s Frank Ruiter

Hij strekt nu zijn rug, helt voor- en achterover. Stijve onderrug. Van het boksen?, gok ik. Hij doet aan thaiboksen, las ik in zijn boek. Nee, van het schrijven, zegt hij. „Al dat gezit.” Hij heeft nu een fitnessbal gekocht om op te zitten. „Werkt perfect. De bal dwingt mijn lichaam balans te zoeken.” Hij tartte en martelde dat lichaam. Met drugs, slaaptabletten, heel veel drank. „Met drank verdwijnt mijn overgevoeligheid voor prikkels. Het voelt precies zoals het moet zijn. En elke keer weer denk ik: Geweldig, dit spul. Moet ik meer van hebben. En meer en meer. Na twintig jaar drinken weet ik nog steeds niet wanneer het genoeg is.” En dan, na een dag braken en rillen? „Ik hou van het gevoel als een feniks uit de as te herrijzen. Uit de misère, op tijd naar bed, naar de sportschool. Tot ik weer denk: nu mag de controle er weer even af.” Hij is een jojo-alcoholist? „Met seks is het net zo. De drang, de lust, de spanning, de voorstelling ervan, de daad.” Daarna rolt hij zich op als een boa constrictor die een geitje heeft gegeten. Die heeft voorlopig geen honger.

Eénachtste dosis lsd

Tot de volgende optie lonkt. Nog een ayahuasca-sessie, waarbij hij – met een hallucinogeen drankje op – zijn demonen onder ogen ziet (hij deed er al zeven). Nu is hij gegrepen door microdosing. In plaats van een volledige dosis lsd of andere psychedelische drug, neemt hij een klein beetje. „Eénachtste. Op een zegeltje onder de tong.” De hallucinerende effecten blijven uit, wat blijft is een verhevigde werkelijkheid. „Je barst bijna uit elkaar van de creativiteit.” Voordeel voor hem is dat lsd maar eens in de drie dagen werkt. „Doe je het de dag erop weer, dan heeft het geen effect.”

Alsof de duivel ermee speelt, blijkt zijn thaiboksleraar achter ons te zitten. Henk van Straten staat op om hem de hand te drukken. Gaat weer zitten als een betrapte spijbelaar. „Ik heb zo lang niet getraind, ik wil niet dat hij slecht over me denkt.” Geen school of opleiding heeft hij ooit afgemaakt. „Ik heb negen maanden gewerkt als intercedent bij een uitzendbureau. Das, overhemd, systeemplafond.” Ook dat hield hij niet vol. Zijn ex ontmoette hij in de horeca. Zij achter de bar, hij in de bediening. „Ik had talenten noch diploma’s. Maatschappelijk zag ik weinig perspectief.” Voor trouwen en kinderen krijgen is geen talent nodig. „Een koophuis, een hypotheek, zwangerschap, een hond. Ik wilde het allemaal en wel meteen.”

Toen Henk van Straten nog getrouwd was schreef hij voor NRC over zijn voorgenomen sterilisatie

De vraag waarom zijn huwelijk is misgegaan, wordt niet beantwoord in zijn boek. „Ik pleeg heus wel censuur.” En dus blijven de lezers – hij noemt ons ramptoeristen – achter met tig vragen én de drang hem te helpen zoeken naar een uitweg. Na een aantal jaren huwelijk nestelde zich in hem een klein zwart embryo: de naderende scheiding. Dat embryo kreeg tanden en vrat zich naar buiten. Hij zegt: „Halverwege ons huwelijk kwam mijn schrijverschap tot wasdom.” Pas na z’n twintigste was hij boeken gaan lezen. „Charles Bukowski. Hij schreef zoals ik leefde. Misantropisch, cynisch en dronken.” Hij ging ook proberen te schrijven. Zijn eerste boek werd uitgegeven op z’n 27ste. Daarna volgden er in rap tempo nog drie. „Het kwam te snel, te gehaast. Ik schaam me voor die boeken.”

Bij het schrijversbestaan hoorde een schrijversleven van optredens in het hele land. „Dat gaf aandacht, identiteit, opties en mogelijkheden.” Overnachtingen in hotels, gewillige lezeressen? Hij knikt. „Dat ook. Het schrijversbestaan droeg bij aan een verhevigde onrust. Ik wilde de vruchten plukken van het talent dat ik toch bleek te hebben.” Hij moest zich bevrijden uit het korset waarin hij zich vrijwillig en vol overgave had gestoken.

Inmiddels is hij bijna drie jaar verder. Het tussenhuis heeft hij verlaten, hij woont nu in het voormalige gezinshuis. Hij is vader in deeltijd en schrijver met een continu-rooster. Hij tikt op z’n achterhoofd. „Hier zit een schrijver die voortdurend meekijkt en cynisch commentaar levert.” Is dat vervelend? „Ik zal moeten leren hem niet weg te duwen. Dit is hoe ik ben. Verzetten heeft geen zin.”

    • Rinskje Koelewijn