Functionele veroudering

Deze rubriek belicht elke woensdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week: ruzie over zzp-schap en de hoogte van de WOZ-waarde.

Foto Lex van Lieshout/ANP

Het aantal kinderen liep al een tijdje terug in de gemeente Boxmeer. De bezettingsgraad van de kinderopvang daalde en ook het aantal basisschoolleerlingen nam af. Voor een stichting die een kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang exploiteerde in een oud schoolgebouw genoeg reden om de hoogte van de WOZ-waarde aan te vechten. De gemeente had de WOZ-waarde vastgesteld op 507.000 euro, maar daarbij geen rekening gehouden met de ‘functionele veroudering’. Hierbij moet onder meer de economische veroudering (in hoeverre is er maatschappelijk gezien nog behoefte aan het pand) en de belemmering in gebruiksmogelijkheden (kan het pand nog optimaal worden benut) worden meegewogen. Volgens het bestemmingsplan was het pand alleen bestemd voor onderwijsdoeleinden, dus de gebruiksmogelijkheden waren beperkt. En ook bij de behoefte kon vraagtekens worden gezet, gezien de demografische ontwikkelingen. De stichting had het pand zelf laten taxeren en kwam uit op 331.000 euro. De gemeente bleef de aftrek voor functionele veroudering weigeren.

De rechtbank Oost-Brabant gaf de gemeente gelijk en handhaafde de WOZ-waarde van 507.000 euro. In hoger beroep oordeelt het hof Den Bosch dat enige aftrek vanwege de structurele overcapaciteit van het schoolgebouw inderdaad op zijn plaats is. Omdat de veel lagere taxatiewaarde van de stichting volgens het Hof onvoldoende is onderbouwd, stelt het zelf de WOZ-waarde vast op 480.000 euro.

www.rechtspraak.nl ECLI:NL:GHSHE:2018:747