Recensie

Fabuleuze acteurs triomferen in megaproductie ‘JR’

Theater De grootschalige multimediaproductie ‘JR’, van de Vlaamse theatergroep FC Bergman, in juni te zien op het Holland Festival, laat zien hoe het kapitalisme zijn klauwen zet in de mens.

Voor de voorstelling is een stellage gebouwd die een vierkant gebouw van vier verdiepingen vormt. Boven de live gespeelde scène. Eronder de film die op alle vier de zijdes tegelijk wordt vertoond. Rechts met capuchon de jonge titelfiguur JR (Kes Bakker). Foto Kurt van der Elst

Het Vlaamse gezelschap FC Bergman speelt de voorstelling JR (in juni op het Holland Festival in Amsterdam), in een elektriciteitshal buiten Antwerpen. De kolossale ruimte wordt gevuld door een stellage die een vierkant gebouw van vier verdiepingen vormt, met eromheen aan elke zijde een tribune.

Meer dan theater is JR een film die live wordt gespeeld en direct wordt vertoond op de schermen op de zijdes van de stellage, die open en dicht kunnen. Waar ze open zijn, is het zicht op het spel van de acteurs beperkt: vaak staan er cameramannen bij die afleiden of ervoor staan.

De open delen laten een ingenieuze inrichting zien van het gebouw: er is een winkel, een café, kantoren, een sauna en appartementen. Meest bijzonder is de dik in de graffiti zittende metrotrein. Met bijpassend geluidsdecor worden in deze kunstmatige opzet hyperrealistische treinreizen gecreëerd.

Alles is grootschalig aan deze theaterproductie: de ruimte, de duur van de voorstelling (vier uur, inclusief drie kwartier pauze), de tientallen acteurs en figuranten, de limousine die rondjes rijdt, het ‘echte’ regenwater, de rijk geschakeerde soundtrack, die loopt van hits uit de pop en klassieke muziek tot nerveuze stadsgeluiden, en de maar liefst vier regisseurs om de zaak in goede banen te leiden. Die opzet wedijvert met de gelijknamige, monumentale en kaleidoscopische roman van William Gaddis, uit 1979, waarop de voorstelling is gebaseerd: een satire op het kapitalisme en Amerikaanse bedrijfsleven waaraan de auteur zo’n twintig jaar werkte.

Drie verdiepingen van het gebouw. Met in het midden Amy (Marie Vinck) en Jack (Jan Bijvoet). Eronder en erboven stil spel. Foto Kurt van der Elst

Des te wonderlijker is het dat de krachtpatserij op een cruciaal punt hapert. Het beeld en geluid van de film lopen niet gelijk. Zeker bij de emotionele close-ups, waar er vele van zijn, is het alsof je kijkt naar een slecht nagesynchroniseerde film. Voor zo’n ambitieuze productie is dat een blamage. Bovenal is het een domper bij het genieten van de acteurs, van wie er enkele formidabel spelen.

Hebzucht

JR biedt een blik op de vernietigende kracht, de hebzucht en de oncontroleerbare machten van de financiële wereld, die wordt voorgesteld als een parallel universum. Gewone burgers krijgen daar geen vat op, omdat de producten en het taalgebruik abstract en onnavolgbaar ingewikkeld zijn. Gaddis vat die onmacht in duizelingwekkende dialogen en de regisseurs volgen Gaddis in zijn gejaagde stijl. Het geratel van de directeuren, adviseurs en advocaten in de voorstelling is opzettelijk onbegrijpelijk en sneeft in jargon.

Er is zelfs een acteur die als Kevin Spacey in House of Cards enkele keren in de camera kijkt en het publiek toespreekt na een lawine van termen. Op een keer zegt hij schalks tegen het publiek: „Doe geen moeite”. De chaos maakt de satire eendimensionaal: er is geen inzicht, het kapitalisme is in JR louter luidruchtig roofdier.

Veel spannender in JR is het drama dat de personages treft die wel geraakt worden door de financiële wereld, maar zo hun eigen problemen hebben. Tegenover de arrogantie van het geld plaatst JR zoekende en twijfelende kunstenaars. In hun leven vindt de voorstelling pakkende plotlijnen, met universeel leed en vonken van ware liefde. Zo zijn er de aandoenlijke pogingen van de neurotische, anarchistische Jack om zijn collega-leraar Amy te verleiden, terwijl hij tegelijk probeert een bezoekregeling met zijn ex en zijn kind in stand te houden. De would-be schrijver Jack is een fabuleuze rol van de energieke Jan Bijvoet, met een charmante, lichtvoetige Marie Vinck als zijn geamuseerde tegenspeelster.

Zebramuziek

Even mooi zijn de geestige scènes tussen beurshandelaar Crawley en componist Edward Bast. Geert Van Rampelberg imponeert met zijn gepassioneerde spel als de patjepeeër die een film heeft gemaakt om investeerders over te halen geld te steken in zijn plan een dierenpark te beginnen. De arme Bast, vertolkt door Oscar Van Rompay, de meest subtiele acteur van de avond, moet daar bijpassende „zebramuziek” voor schrijven. Bast, het archetype van de dolende kunstenaar, wil maar al te graag componeren, vraagt daarbij vergeefs om een vergoeding, verliest zich in zijn almaar uitdijende compositie en wordt ook nog eens overlopen door de scholier JR, die met zijn hulp een bedrijf is begonnen dat onwaarschijnlijk succesvol is.

Na de pauze klinkt er enkele scènes lang onbekommerd hard getrommel waarmee de acteurs bewust onverstaanbaar worden gemaakt. Dan wordt JR even de experimentele jazz die de makers wellicht voor ogen hadden. Maar daarna komt de voorstelling langzaam tot rust, met minder decorwisselingen en aandacht voor het onvermijdelijke lot van Jack en Bast. JR gedijt het best wanneer menselijke emoties de kans krijgen zich te ontplooien.

    • Ron Rijghard