Column

Toch blij dat De Wereld Draait Door bestaat

Zap De manier waarop DWDD zijn kijkcijfers beschermt is soms vermoeiend. Daar staat tegenover dat het programma zich ook andere doelen stelt. Dat was te zien tijdens een thema-uitzending over culturele verandering.

Adriaan van Dis en Matthijs van Nieuwkerk in DWDD (BNNVARA)

Het is weer licht na zevenen; Matthijs van Nieuwkerk begint voorzichtig aan vakantie te denken. Wat hij gaat doen, wilde DWDD- tafeldame Ryanne van Dorst maandag weten. Er volgde iets met ideeën, een reisje en inspiratie. De slotweek van De Wereld Draait Door staat een beetje in het teken van de naderende lente-en zomerstop. Vrijdag staat een thema-aflevering over Willem Wilmink gepland.

Het ‘vlinderen’ van Wilmink door het seizoen leverde al mooie momenten op voor het programma dat al dertien jaar balanceert tussen het verlangen een spiegel te zijn van wat er in die doordraaiende wereld gebeurt en het gevaar slechts een spiegel te zijn van wat er op televisie gebeurt.

Ook dit seizoen kregen we weer een grote hoeveelheid gesprekken met artiesten en televisiemakers over hun aanstaande projecten – nuttige kost voor de televisierecensent, maar zelden echt boeiend. Ook is het mij een raadsel waarom ik bijvoorbeeld vijf dagen achter elkaar heb moeten kijken naar liedjes waarmee zanger Waylon misschien naar het Eurovisie Songfestival zou gaan.

De manier waarop DWDD zijn kijkcijfers beschermt is soms routineus en vermoeiend. Daar staat tegenover dat de redactie, als die kijkers er eenmaal zijn, zich ook andere doelen stelt: thema-uitzendingen, kunst onder de aandacht brengen of laten maken, bijna vergeten helden eren, het maatschappelijke debat in beeld brengen. En nieuwe tv-persoonlijkheden ‘ontdekken’, zoals actrice Romana Vrede die met haar rust en vanzelfsprekende ernst een verademing is.

Dinsdag was de naderende vakantie aanleiding voor een groepsgesprek aan de hand van de tekst van Bob Dylans aloude ‘The Times They Are A-Changing’. Want, zo was de gedachte, net als in 1964 wordt er nu een culturele verandering afgedwongen door groepen die lang een bijrol vertolkten: vrouwen, minderheden, jongeren.

Er zaten zes mensen aan tafel: schrijver Adriaan van Dis, politica Lilianne Ploumen, presentator Sahil Amar Aïssa, cultureel ondernemer Stéphanie Afrifa en de journalisten Sander Schimmelpenninck en Noor Spanjer. Ze voerden een gesprek over MeToo, racisme, protesten, tegenprotesten, humor en verpreutsing. Tussendoor was er geen muziek of verlichtend rubriekje. Genoeg om de naar ontspanning verlangende kijker met honderdduizenden tegelijk weg te jagen, zou je denken. (Er bleven er 1.119.000 over.)

Perfect wordt zoiets nooit, maar het was een avond waarop je blij bent dat DWDD bestaat. Van Nieuwkerk (op zeker moment door Ploumen voor ‘ambtenaar’ uitgemaakt) was niet bang om te laten zien dat hij, een witte man die niet oud wil zijn, soms óók niet meer weet wat hij moet vinden of doen.

De tafel helde naar links. Eigenlijk relativeerde alleen Schimmelpenninck het belang van de discussie. Ploumen had het over noodzakelijk ‘terugslaan’. Maar alle aanwezigen probeerden tot een vergelijk te komen, er was al snel consensus over de noodzaak van een inhoudelijk gesprek.

Van Dis, de oudste van de zes, sprak over pendules en legde uit hoe je de bezwaren van een ander tegen je gedrag (zoals een ongevraagde hand op een schouder) kunt verinnerlijken – en dat dat normaal en goed is.

Toen de eindtune eenmaal liep, eerde Van Dis een heel ander element van de revolutionaire jaren zestig, door nog snel hard te roepen: „Allemaal met elkaar naar bed.” Dat moeten we maar als de slotwoorden van het dertiende DWDD-seizoen beschouwen.