Recensie

De manipulatie van de mens tot object

Beeldende kunst ‘Blind Faith’, in het Haus der Kunst in München, is een van de beste tentoonstellingen die dit jaar gemaakt zullen worden.

Beeld uit de video Fake Paradise van Melanie Bonajo beeld Melanie Bonajo/ Akinci

En dan sta je, na de tentoonstelling Blind Faith te hebben gezien, op het vliegveld van München. Bij de bagagecontrole doe je je jas uit en je riem af, haalt je laptop uit je tas en passeert de scanner. Die begint te piepen – horloge vergeten. En je beseft: Ed Atkins heeft gelijk. Zo mechanisch en vanzelfsprekend gaat dat op een vliegveld – je bent de illusie al lang voorbij dat je zelf nog iets hebt in te brengen. Machteloosheid hoort erbij.

Toch?

Om er niet omheen te draaien: Blind Faith in het Münchense Haus der Kunst is ongetwijfeld een van de beste tentoonstellingen die dit jaar te zien zullen zijn. De expositie heeft ook een ambitieus uitgangspunt: Blind Faith wil de subtiel sluipende sensatie vangen dat je als mens in de hedendaagse wereld steeds vaker als een object wordt beschouwd, dat door externe instanties wordt gebruikt als doorgeefluik voor eigen belangen.

Als deze kunstenaars slagen, ontstaat er een nieuw verband, dat niemand zag. Een nieuwe wereld.

In Atkins’ geweldige video Safe Conduct (2016) wordt dat gesymboliseerd door een man die op een vliegveld door de veiligheidscontrole gaat – waarbij hij volkomen desintegreert. Eerst legt hij nog provocerend een pistool in de witte plastic bak, dan een gebraden kip, maar vervolgens worden het een lever, hersenen, zijn eigen handen en liters bloed dat als dikke tomatenketchup de bak in gulpt.

Beeld uit de video Safe Conduct (2016) van Ed Atkins BEELD eD aTKINS

Eigen wil

De man, die in Atkins-stijl perfect hyperrealistisch is geanimeerd, ondergaat zijn desintegratie afstandelijk, bijna mechanisch. Wat moet hij ook anders? Het gaat toch om zijn eigen veiligheid? Iedereen doet het toch? Daar wordt het werk ook pijnlijk: Atkins’ man is geconditioneerd op het idee dat het hebben van een eigen wil niet de bedoeling is. Want er zijn andere, grotere, belangen. Die van de collectieve veiligheid. Van het publiek delen van informatie, zodat je zichtbaar blijft, en controleerbaar.

Maar, lijkt Atkins zich af te vragen, als het belang van het individu ondergeschikt wordt gemaakt aan het collectief, wat blijf er dan van dat individu over? En hoe gaat dat met kunst, bij uitstek het domein van individualisme?

Blind Faith is dus zo’n prijzenswaardige tentoonstelling die actuele dilemma’s op scherp zet en het denken erover verder voert. Dat komt mede doordat de curatoren een aangenaam radicaal uitgangspunt hebben durven nemen: in bijna alle werken wordt de mens niet bekeken als individu, als een unieke drager van een complex stelsel van gedachten en emoties (zoals iedereen zichzelf tegenwoordig graag ziet) maar als een object waar van buitenaf voortdurend impulsen doorheen worden gejaagd.

De eerste consequentie daarvan is dat er veel nadruk ligt op het menselijk lichaam als een machine die je kunt programmeren en demonteren – zelden heb ik op een tentoonstelling zoveel losse ledematen en ingewanden voorbij zien trekken als op Blind Faith. Dat begint al in de eerste zaal, die door de Duits-Ierse kunstenares Mariechen Danz is getransformeerd tot een soort pathalogisch-anatomisch laboratorium in baarmoeder-stijl. Het licht is er zacht-rood, aan de wanden hangen (delen van) ingewanden en in het midden ligt een cyborg-achtige sculptuur in hardroze en blauw met opengesperde buik. Het lijkt kil en kunstmatig, tot je het beeld aanraakt (waarom nadrukkelijk wordt gevraagd), en het bijna intiem warm blijkt te zijn.

Mariechen Danz: ‘Knot in Arrow: Ore Oral Orientation’ (2017) Beeld Mariechen Danz

Zo gaat het door. Een twintig meter lang darmenstelsel van Nicholas Hlobo dat als een zeemonster van zwart rubber over de vloer ligt uitgespreid. Olga Balema toont oude landkaarten die tot ‘moeder aarde’ zijn omgetoverd door er troosteloos bungelende siliconenborsten op te plakken. En Jon Rafman komt met een video waarin we (onder andere) diep in het menselijk darmkanaal afdalen onder leiding van een blauw mannetje dat opvallend veel lijkt op het symbool van DeepMind, Googles bedrijf voor kunstmatige intelligentie.

Ook zijn er verschillende werken die gaan over de manipulatie van de geest, zoals Melanie Bonajo’s geweldige video Fake Paradise, waarin hippe westerse mensen verslag doen van hun reactie op het drinken van Ayahuasca (een hallucinatie stimulerende drank) of Kader Attia’s antropologische Reason’s Oxymorons, waarin wetenschappers en therapeuten uit verschillende culturen vertellen over de manier waarop ze geestesziekten behandelen – waarbij duidelijk wordt dat zelfs de definitie van geestesziekte per cultuur volkomen verschilt.

Veel van de werken op Blind Faith lijken zo op het eerste gezicht tamelijk analytisch en emotieloos, maar als je langer kijkt, besef je dat de tentoonstelling eigenlijk romantisch is – en dan bedoel ik de kunststroming. Toen die ontstond, in de achttiende eeuw, was de Romantiek vooral een reactie op de Verlichting, en kwam mede voort uit het besef dat er op de wereld krachten zijn die de mens niet beheerst – vooral in de natuur, in al haar onmetelijkheid en onvoorspelbaarheid.

William Turner

Het perfecte romantische schilderij is dan ook misschien wel William Turners The Slave Ship, waarop we een schip zien dat op zee in moeilijkheden is gekomen door een onverwacht opgekomen tyfoon. De eerste opvarenden (die Turner, om hun machteloosheid te benadrukken, aanduidt als slaven) zijn al overboord geslagen en worden verzwolgen door de monsters van de zee.

Op Blind Faith gebeurt hetzelfde: ook hier een parade van machteloze lichamen die ten prooi vallen aan krachten van buitenaf die ze niet kunnen beheersen. Dat is ook de reden waarom Blind Faith, ondanks alle machteloosheid en kilte, geen sombere tentoonstelling is. Dat komt door de romantische uitweg, die Turner ook al gebruikte. Want het tafereel dat hij ons op The Slave Ship voorschotelde mag dan deprimerend zijn, er is in Turners romantische wereld één wezen dat wél boven de getoonde krachten uitstijgt, dat zelfs als een God heerst over de getoonde wereld: dat is de kunstenaar, die in zijn zelfgeschapen wereld alle wetten bepaalt.

Dat is ook precies wat er op Blind Faith gebeurt. Alleen is er een cruciaal verschil: de wereld waartoe deze kunstenaars zich willen verhouden bestaat niet uit verf of doek, maar het is de echte waarin we dagelijks rondlopen. Ze gebruiken hun aanwezigheid, hun handelen om invloed uit te oefenen: elk kunstwerk hier wil de toeschouwer stimuleren anders naar de wereld te kijken, kritisch, je te laten zien dat je je niet aan machteloosheid hoeft over te geven.

Natuurlijk beseffen ze allemaal dat de krachten van collectiviteit, van religie, van externe beheersing dwingend zijn, maar ze willen een tegenkracht vormen al is het maar door je te laten zien dat die collectiviteit je er niet van hoeft te weerhouden erover na te denken, en je leven zo in te richten dat je je individuele integriteit naar eigen behoefte waarborgt – wat dat betreft is er vanaf de Romantiek weinig veranderd. Maar er is één verschil: hoe meer mensen die collectieve kracht nu proberen te sturen, hoe meer het kan betekenen. De natuur, dat ben je nu zelf.

Dat maakt Blind Faith tot een soort slagveld. De tentoonstelling laat zien dat het individu tegenwoordig de meeste betekenis kan genereren als het het collectief opzoekt, als het een ‘kracht’ wordt – wat ter plekke wordt bewezen door deze afzonderlijke kunstenaars zo, bij elkaar, te presenteren.

Kan dat zomaar? Raak je dan niet je individualiteit kwijt, zoals Atkins’ vliegveldman? Of worden individuen samen echt sterker? Hoe langer je over Blind Faith loopt, hoe meer je beseft dat de spanning tussen individu en collectief een van de grote thema’s is van deze tijd. En dat kunstenaars, individualisten bij uitstek, die spanning op scherp kunnen zetten.

Kijk naar het werk van Ed Atkins, of naar Melanie Bonajo of naar Otobong Nkanga of naar Cécile B. Evans, die allemaal het lef tonen een volstrekt eigen wereld te tonen. Dat ze daarbij het risico lopen zich te isoleren, nemen ze voor lief – want als ze slagen, ontstaat er een nieuw verband dat niemand zag. Een nieuwe wereld.