De KPMG’ers mochten niet schikken

Rechtszaak

De strafzaak tegen drie oud- KPMG-accountants is dinsdag begonnen. Justitie verdenkt hen van het verhullen van omkoping.

Ballast Nedam betaalde steekpenningen voor een brug over de Surinamerivier bij Paramaribo. Foto Olaf Kraak/ANP

„Willekeur.” Alle drie de advocaten verwijten het Openbaar Ministerie hetzelfde. Waarom vervolgt het OM deze drie accountants wel, en de mensen die daadwerkelijk verantwoordelijk waren voor de omkoping niet? Het woord „grilligheid” valt ook meermaals, net als „onbegrijpelijk”.

Dinsdag was de eerste zitting in de strafzaak tegen drie voormalige accountants van KPMG, in de rechtbank in Utrecht. De accountants worden verdacht van het verhullen van omkoping door Ballast Nedam. Zowel het bouwbedrijf als KPMG kwamen er met een miljoenenschikking vanaf, in 2012 en 2013. De mensen van Ballast Nedam die zich schuldig zouden hebben gemaakt aan de omkoping waren aanvankelijk wel verdacht, maar kwamen uiteindelijk met de schrik vrij. Alleen tegen twee oud-directeuren die ervan worden verdacht zichzelf met de omkoping te hebben verrijkt loopt wel een strafzaak.

Van de steekpenningen die de oud-directeuren van Ballast Nedam, hielden ze volgens justitie 14 miljoen euro zelf. Afgelopen najaar stonden ze voor de rechter.

De drie verdachte KPMG’ers zijn niet in de rechtszaal aanwezig, maar hun advocaten voeren namens hen uitgebreid het woord. Ze zijn het roerend eens: het Openbaar Ministerie moet niet-ontvankelijk worden verklaard. Deze strafzaak moet van tafel.

Om de beurt vuren ze argumenten af. Ze betogen dat deze zaak niet thuishoort in het strafrecht, maar in het tuchtrecht voor accountants. Het is een „tuchtrechtelijke zaak, thans in een strafrechtelijk jasje gegoten”, zegt advocaat Petra van Kampen van accountant Jack van R. „Onbegrijpelijk”, vindt advocaat Thomas Felix van accountant Renze H. het.

Gelijkgezind hameren de advocaten er ook op hoe lang geleden het allemaal is. De strafbare feiten waar de KPMG’ers van verdacht worden, vonden plaats tussen 2003 en 2005. De daadwerkelijke omkoping vond nog eerder plaats. Een „stokoud feitencomplex”, aldus advocaat David Schreuders van accountant Dirk Jan R. „Ouderdom komt met gebreken”, zegt advocaat Petra van Kampen. De verwachtingen van accountants zijn sindsdien veranderd.

En dan is er nog die ‘willekeur’ waar de advocaten zoveel moeite mee hebben. Aanvankelijk heeft justitie de accountants óók een schikking aangeboden. Met een schikking zou vervolging van de baan zijn. De KPMG’ers stemden in december 2013 in met het schikkingsvoorstel van het OM en maakten het geld over – de hoogte van het bedrag is onbekend. Alles was geregeld, het persbericht stond klaar, maar toen liet het OM ineens weten dat de deal toch niet doorging. Het geld kregen de accountants weer terug op hun rekening gestort. ‘Den Haag’ is ervoor gaan liggen, al blijft ter zitting onduidelijk wie dat precies is geweest. Het advocatendrietal wil dat Ivo Opstelten, toenmalig minister van Justitie (VVD), als getuige wordt opgeroepen om dit op te helderen.

Ballast Nedam en KPMG mochten wél schikken, en de verdachten bij Ballast Nedam, onder wie bestuurcders, gingen vrijuit. Zij kregen een brief waarin stond dat hun zaak geseponeerd was. Dat is „niet te bevatten”, vindt advocaat Schreuders. Want hun rol – „deelnemers aan een criminele organisatie die jarenlang voor aanzienlijke bedragen buitenlandse personen hebben omgekocht” – is toch niet te vergelijken met die van zijn cliënt? Dat was „een te goeder trouw zijnde externe accountant”.

Niet te goeder trouw

Daar is het de officieren van justitie nu juist om te doen: te goeder trouw. De accountants van KMPG wáren niet te goeder trouw, stellen zij.

Een van de officieren, Josien Mooijen, gaat uitgebreid in op de argumenten van de verdediging. De stelling dat deze zaak thuishoort in het tuchtrecht, wijst zij van de hand. „We vervolgen ook advocaten en notarissen, die hebben ook tuchtrecht.” Ook het verwijt dat justitie met de bril van nu naar oude feiten kijkt, weerspreekt ze. Deze KPMG-accountants stonden toe dat Ballast Nedam met „valse contracten” werkte en er „een schaduwadministratie” op na hield. Dat was toen óók verboden. Mooijen: „Dit gaat verder dan een tuchtrechtelijk verwijt, dit is gewoon verhullen.”

En die willekeur? Het zijn „serieuze verdenkingen op grond van serieuze strafbare feiten”, zegt officier Mooijen. Verder wijst ze op de „grote persoonlijke verantwoordelijkheid” van de verdachten. „Accountants hadden en hebben een maatschappelijke taak.” Daarmee hebben ze een andere rol dan een bestuurder van een bedrijf. De maatschappij moet op het oordeel van accountants kunnen vertrouwen. „Dat vertrouwen is beschaamd.”

Op 19 april oordeelt de rechtbank over de ontvankelijkheid. Als de zaak doorgaat als gepland, vindt de inhoudelijke behandeling plaats in juni.

    • Teri van der Heijden