De Joodse viool is weer in goede handen

Klassiek Een Nederlandse familie geeft een viool van Holocaustslachtoffers aan een Israëlische vioolbouwer, nadat de zoektocht naar de eigenaars op niets was uitgelopen.

De Israëlische vioolbouwer Amnon Weinstein met een viool die hij de ‘Auschwitz Viool’ heeft genoemd. Hij restaureert violen van Holocaustslachtoffers. Foto AFP

Zijn Amsterdamse grootouders kregen in de oorlog een viool in bewaring van Joodse buren. Omdat een jarenlange zoektocht naar Joodse rechthebbenden niets opleverde, schonk Aart Bosse, die tegenwoordig in Canada woont, de viool onlangs aan de Israëlische vioolbouwer Amnon Weinstein uit Tel Aviv.

Weinstein, wiens familie grotendeels in de oorlog omkwam, verzamelt en restaureert muziekinstrumenten van Holocaustslachtoffers. Hij leent deze uit voor concerten van gerenommeerde orkesten overal ter wereld. „Na zeventig jaar is de viool weer echt in goede handen”, zegt Aart Bosse opgelucht aan de telefoon. Graag vertelt hij het verhaal van de viool.

Zijn grootouders, Jan en Lena Visser, woonden tijdens de Tweede Wereldoorlog in Amsterdam naast de familie Hecht, een Joods gezin. Deze familie vroeg hun om waardevolle spullen te bewaren indien de bezetter het gezin zou komen halen. De viool, in 1743 in Duitsland gemaakt, was hun kostbaarste bezit.

Na de deportatie van de familie ontstond in huize Visser een verwoede discussie. Bosses opa was bang dat de Duitsers lucht zouden krijgen van hun actie met als gevolg represaillemaatregelen. Maar oma Lena zette alles op alles om de spullen toch in eigen huis te bewaren. En dat gebeurde.

Dreigen met de kogel

Het veiligstellen van de viool door Bosses grootouders ging niet zonder problemen. Want, vertelt Bosse: de viool werd tijdens de oorlog ook nog uit het huis van zijn grootouders gestolen, na een vioolles. De vioolleraar ging ermee vandoor. Gelukkig vond Bosses oma de viool terug in een muziekwinkel.

De winkelier – actief in het verzet – dwong de leraar het instrument terug te geven aan de familie Visser. Hij dreigde hem met de kogel als hij de Gestapo zou inlichten over de daad van Bosses grootouders. Aart Bosse: „De leraar belde met hangende pootjes aan bij mijn grootouders en bracht de viool terug. Je kunt je niet voorstellen hoe blij ze waren.”

Na de oorlog zochten de grootouders tevergeefs naar een teken van leven van het Joodse gezin of hun nabestaanden. Hun dochter Heleen, de moeder van Aart die met haar gezin naar Canada emigreerde, nam de viool mee en vervolgde na de dood van haar ouders de zoektocht.

Gelijktijdig wilde zij graag Joden op de viool laten spelen. Maar de geïnteresseerden hadden vooral oog voor de mogelijke financiële waarde van het instrument. „We dachten toen nog dat het een Stradivarius zou kunnen zijn.”

Toen Bosses vrouw Janet de documentaire Violins of Hope op de Canadese tv zag, geheel gewijd aan Amnon Weinstein, begon een nieuw hoofdstuk. De viool speelt in veel Joodse families een belangrijke rol in het sociale leven, zoals de documentaire duidelijk maakt. Dat was ten tijde van de Holocaust niet anders: Joden die in het kamp in een orkest speelden, waren in principe vrijgesteld van zwaar werk. Ze kregen betere huisvesting en voedsel en bleven hierdoor langer gespaard. Vioolspelen voelde voor veel Joden als een bevrijding en het gaf hoop.

Lees ook een interview met cellist Rafael Wallfisch: De zoon van de celliste van Auschwitz

Violen met davidsterren

Bosse en zijn vrouw waren na het zien van de documentaire vastbesloten de viool aan Weinstein te schenken. Bosse ging naar het atelier van de vioolbouwer in Tel Aviv, samen met zijn vrouw, zus en zwager. Hij zag daar violen, maar ook bassen, cello’s en fluiten, met daarop davidsterren, de namen van de eigenaren en de data waarop zij waren overleden.

Tijdens die reis knaagde een grote frustratie: nog steeds was het onduidelijk of leden van de familie Hecht, of hun nabestaanden, nog in leven waren. Een bezoek aan een bibliotheek in Yad Vashem in Jeruzalem, de staatsinstelling voor het herdenken van de Joodse Holocaustslachtoffers en de redders van Joden, bracht het antwoord.

De ouders Fanny Hecht (56) en Alex Hecht (62) kwamen in 1943 in Auschwitz om het leven. Hun zoons Ernst (17) en Fritz (24) stierven in datzelfde jaar in Sobibor en Krakau.

Voor Bosse en zijn reisgenoten was het zwaar deze informatie tot zich te nemen. Wel zijn ze er nu volledig van overtuigd dat de viool bij Amnon Weinstein in de beste handen is: „Het gaat hem niet om het financieel gewin. Hij was vol passie over de instrumenten. De gitzwarte oorlogsbladzijden blijven zo in herinnering en de instrumenten van Holocaust-slachtoffers komen op deze wijze weer volledig tot hun recht”, zegt Bosse.

Op 14 april wordt de viool van de familie Hecht bespeeld tijdens een concert in de Amerikaanse stad Birmingham. Bosse: „We zijn hiervoor uitgenodigd, dat is natuurlijk heel bijzonder.”