Voor één keer loopt hij als winnaar de rechtbank uit

Zitting vastgoedfraudezaak Tijdens de slotzitting van de Klimop-zaak spreekt oud-Bouwfondsdirecteur Diederik Stradmeijer voor het laatst over de zaak. „Get a life, heb ik wel duizend keer tegen mijzelf gezegd.”

De Symphony-toren aan de Amsterdamse Zuidas. Het vastgoedproject is symbool geworden voor de Klimop-vastgoedfraude. Foto Koen Suyk/ANP

Het is dezelfde rechtbank, hetzelfde onderwerp, dezelfde hoofdrolspeler. Maar toch is deze dinsdag alles anders voor oud-Bouwfonds directeur Diederik Stradmeijer. Het is de allerlaatste keer dat hij moet komen opdraven in de zaak-Klimop, het lang uitgesponnen onderzoek naar vastgoedfraude bij zijn voormalige werkgever en het Philips Pensioenfonds. En voor één keer loopt Stradmeijer als winnaar de Haarlemse rechtbank uit.

Het had een hamerstuk kunnen zijn, de zitting waarin de officier van justitie aankondigt dat het Openbaar Ministerie hem definitief financieel met rust zal laten. In juristentaal: dat het OM zelf vindt dat het niet-ontvankelijk is in de ontnemingszaak tegen de telg uit een bekend Amsterdamse makelaarsgeslacht.

Buiten de rechtszaal mag Stradmeijer met geen woord reppen over de financiële schikking die hij vorig jaar onder grote druk trof met de Belastingdienst en de Rabo Vastgoedgroep, de huidige eigenaar van Bouwfonds. Dat staat in de vaststellingsovereenkomst die hij in 2017 tekende. In dit contract beloven alle betrokkenen plechtig de zaak te begraven.

Zwijgcontract

Maar in de rechtszaal geldt deze overeenkomst niet. Daar mag Stradmeijer wel praten over zijn zaak. En dat doet hij, in het bijzijn van een aantal vrienden en familieleden. Als afsluiting: „Het was een machiavellistische fluistercampagne. Mijn beeld en dat van veel mensen om mij heen over rechtvaardigheid is veranderd.”

Stradmeijer heeft vooral vragen over het financiële spierballenrollen door de Belastingdienst en Rabobank, zegt hij in een emotioneel slotbetoog. Waarom moesten die hem „tien jaar” achtervolgen en komt hun zaak nu „geruisloos ten einde?” Waarom liet de fiscus hem een zwijgcontract tekenen waarin stond dat de deal „op geen enkele wijze door dwaling, bedrog of door misbruik van omstandigheden” tot stand was gekomen? En waarom kreeg hij door de advocaten van Rabobank toegebeten „ook al heb je gelijk, we procederen je toch wel kapot?”

Dat steekt hem bijna nog meer dan zijn veroordeling tot 1,5 jaar celstraf in hoger beroep in de Klimop-zaak, niet voor vastgoedfraude maar voor valsheid in geschrifte.

Stradmeijer was bij Bouwfonds de opvolger van de tot 7 jaar veroordeelde Jan van V. – het brein achter de vastgoedfraude. Hij kwam in 2008 in beeld als verdachte en werd direct financieel klemgezet. Het OM en zijn oud-werkgever legden voor meer dan 100 miljoen euro beslag op zijn bezittingen. De deurwaarder die bij Stradmeijer het beslag kwam betekenen had nog nooit zoiets gezien.

Lees ook een beknopt overzicht van de Klimop-zaak

Van het geplande plukken van Stradmeijer kwam weinig terecht, onder meer omdat hij geen financieel voordeel had genoten van de fraude die Van V. optuigde. In 2010 was hij vlak bij een schikking, voor een fractie van de initiële claim. Maar die deal ging van tafel nadat er in de Tweede Kamer verontwaardiging was ontstaan over het treffen van financiële regelingen met fraude-verdachten. Daarna won hij allerlei procedures, werd de claim stapje voor stapje verlaagd, maar ging die nooit helemaal van tafel.

Vooral Rabobank weigerde los te laten, waardoor de zaak zich voortsleepte. Volgens Stradmeijer kwam het de bank goed uit dat hij in financiële nood zat. „Ik kon het nooit winnen van Rabobank, een partij die zelf de afgelopen jaren meer dan een miljard euro heeft betaald aan het afkopen van een scala aan strafzaken”, aldus Stradmeijer in de rechtszaal.

Een keer hardop

Hij is inmiddels een decennium lang onderdeel van het verhaal van de vastgoedfraude en dat heeft zijn leven op zijn kop gezet. Zijn straf heeft hij uitgezeten maar hij is „als mens, echtgenoot en vader” overeind gebleven. Hij kreeg kanker („in mijn overtuiging 100 procent het gevolg van langdurige stress”), herstelde, begroef onlangs zijn oude vader en is een paria geworden in de vastgoedwereld.

En dus wil hij het een keer hardop zeggen. Wat het met je doet als Belastingdienst en bank miljoenen van je eisen. Wanneer je niet kunt pinnen, je advocaat niet kunt betalen. En hoe zakenvrienden en de media hun interesse al lang verloren waren toen de veroordelingen werden uitgesproken.

„Wie zit er in de stroom van nieuwsberichten te wachten op nuancering? Wat doet het nog ter zake als je publicitair toch al door de bagger bent getrokken? Mijn carrière is ten einde. Vergeet het en pak de draad weer op. Get a life, heb ik wel duizend keer tegen mijzelf gezegd.”

En dan pakt Diederik Stradmeijer zijn jas en leren tas en loopt de rechtszaal uit. Niemand zal ooit weten wat hij nog meer zou kunnen vertellen over Bouwfonds, over de vastgoedfraude of de Belastingdienst. Want nu hij buiten staat, geldt weer de vaststellingsovereenkomst die hem tot in de lengte der dagen verbiedt nog maar één woord over de zaak los te laten.

„We hopen je nooit meer terug te zien,” zegt de bode van de rechtbank als Stradmeijer haar voor de deur van de zittingszaal gedag zegt.

De Hoge Raad hield de veroordeling van hoofdschuldige Jan van V. tot zeven jaar in 2016 in stand. Hij zat toen nog steeds in het vastgoed. Lees ook: Jan van V. is het kunstje nog niet verleer
    • Merijn Rengers