Recensie

Vlotte, vluchtige hommage aan analoge popcultuur

Sciencefiction ‘Ready Player One’ is speels, vlot, onderhoudend spektakel, voorzien van een overduidelijke moraal waar niemand aanstoot aan kan nemen: verdoe niet je hele leven achter de computer.

Tye Sheridan en Olivia Cooke in ‘Ready Player One’.

Met Ready Player One komt Steven Spielberg terecht in een merkwaardig spiegelpaleis. De film is gebaseerd op een jeugdroman van Ernest Cline die valt in de categorie ‘fan-fictie’: een werk dat bol staat van de liefdevolle verwijzingen naar fenomenen uit de popcultuur – films, muziek en games – uit de jaren zeventig en tachtig; de jeugdjaren van de schrijver. Dat waren natuurlijk ook de gouden jaren van Spielberg met films als Jaws en E.T. De meester heeft in zijn verfilming de verwijzingen naar zijn eigen werk moeten dempen, om niet de indruk te wekken met Ready Player One vooral een hommage aan zichzelf te willen brengen.

De film speelt zich af in een toekomst waarin „mensen besloten hebben om problemen niet meer op te lossen, maar alleen nog te overleven”. Wade (Tye Sheridan) is een wees die in armoedige omstandigheden opgroeit bij een tante en haar hardhandige vriend. Hij vlucht in de virtualrealitywereld van de ‘Oasis’. Daar manifesteert hij zich als zijn stoere en dappere avatar Parzival.

De schepper van die virtuele game-wereld is nerd James Halliday (Mark Rylance). Bij zijn overlijden heeft hij vastgelegd dat hij zijn wereld zal overdragen aan degene die drie verborgen sleutels in de spelwereld weet te vinden en een finale opdracht doorstaat; een spel binnen het spel dus. Maar ook de kwaadaardige Nolan Sorrento (Ben Mendelsohn) jaagt op de oplossing.

Zo ontvouwt zich een film die evenzeer film is als de weergave van een game. Spielberg heeft zichzelf daarmee opgezadeld met een flinke uitdaging. Als er iets vervelend is, is het kijken naar een game waar je zelf als toeschouwer niet aan meedoet.

Spielberg komt er grotendeels mee weg. Het zegt veel over zijn vakmanschap, dat hij de kijker van het begin tot het eind bij de les houdt en geïnteresseerd in zijn kunstmatige, lichtelijk chaotische filmwereld.

De computereffecten zijn daarbij evenzeer hinderlijk als behulpzaam; de motion capture-techniek is nog altijd niet in staat om een volledig overtuigende wereld te creëren. Maar Spielberg geeft wel enorme vaart aan zijn gamefilm en zorgt ervoor dat de acteurs niet alleen in dienst staan van het spektakel, maar ook nog enkele karaktereigenschappen meekregen.

Juist een film die zo speelt met nostalgie naar de popcultuur van weleer roept soms weemoed op naar de Spielberg van destijds. Hij wist zelfs aan zijn meest spectaculaire films een intieme, persoonlijke draai te geven. Maar de laatste jaren is de persoonlijke touch enigszins verbleekt. Ready Player One is speels, vlot, onderhoudend spektakel, voorzien van een overduidelijke moraal waar niemand aanstoot aan kan nemen: verdoe niet je hele leven achter computers; bemoei je ook met de echte wereld. Maar veel meer dan vluchtig, betrekkelijk anoniem vermaak biedt Ready Player One niet. Met een heel arsenaal van digitale middelen een eerbetoon brengen aan de analoge popcultuur blijft ook voor Spielberg een ingewikkelde operatie.