Opa Spielberg kan nog steeds plezier hebben

Steven Spielberg Weet de regisseur nog wat de kids beweegt? ‘Ready Player One’ is de definitieve testcase voor Hollywoods halfgod, die tegenwoordig meer succes boekt met historisch drama.

‘Ready Player One’: een achtbaanrit van primaire emoties.

Steven Spielberg, 71 jaar, halfgod, heeft nog steeds iets te bewijzen. Toen sf-spektakel Ready Player One twee weken geleden voor het eerst vertoond werd aan een uitgelaten, jong publiek op het hippe SXSW-festival te Austin, Texas, bekende hij dat hij vooraf een paniekaanval had.

Want kan opa Spielberg de kids nog bijbenen? Ready Player One is geen ‘film’, legde hij uit in Austin. Daarover heeft hij „min of meer” controle als regisseur die met zijn camera een verhaal vertelt. Dit is een ‘movie’, een achtbaanrit van primaire emoties die hij als het ware vanuit het publiek filmt: „jullie reactie is alles”. Maar wat weet Spielberg van gamen en sociale media? Sinds hij in 1974 bij de opnames van Jaws stoom afblies met oergame Pong is hij een gamer, beweert hij. Maar een streep die een punt over een zwart scherm kaatst is geen onderdompeling in een virtuele realiteit, en workaholic Spielberg lijkt niet veel tijd te hebben voor games.

Ready Player One, naar de young adult-bestseller van Ernest Cline, speelt in het jaar 2045, als de mensheid na decennia energiecrisis en verloedering zijn tijd verpoost met VR-bril en haptisch pak in OASIS. In die eindeloze spelzone van racebanen, vechtplaneten en nachtclubs ben je wie je wilt zijn; de credits die je daar verdient zijn ’s werelds meest stabiele munt. De stervende uitvinder van OASIS, James Halliday, heeft vijf jaar geleden per testament bepaald dat de zone het eigendom wordt van degene die de drie sleutels – ‘easter eggs’ – vindt die hij er verstopte. ‘Gunters’ – schatzoekers – zijn sindsdien vruchteloos op zoek, tot speler Parzival, de ridder van de heilige graal, de eerste sleutel vindt. Parzival blijkt de alias van Wade Watts, een nobody uit de ‘stacks’ van Columbus, Ohio, een getto van slordig gestapelde woontrailers. Maken Watts en zijn vrienden kans tegen de sinistere CEO Nolan Sorrento van entertainmentbedrijf IOI en zijn leger professionele gamers?

Lees hier de recensie van ‘Ready Player One’

Spielbergs paniekaanval is begrijpelijk. Ready Player One volgt op journalistiek drama The Post. Dat is bijna een traditie: chique historische issuefilms compenseert Spielberg met winstgevende blockbusters. Toen hij na 1975 Hollywood reanimeerde met Jaws, Close Encounters of the Third Kind en E.T., en studio’s hun geld staken in wat voorheen B-films waren, kreeg hij de reputatie van eeuwige kindman die het infantiele vermaak nooit zou ontgroeien. Dat veranderde geleidelijk na het zwarte drama The Color Purple in 1985; sindsdien lijkt Spielberg – die dat zelf overigens ontkent – te werken volgens het principe „één voor mezelf, één voor de studio”.

Zo gunde zijn mentor, studiohoofd Sid Sheinberg van Universal, hem in 1993 zijn holocaustepos Schindler’s List – dat een geheide afschrijfpost leek – als Spielberg eerst dinospektakel Jurassic Park voltooide. In 1989 combineerde Spielberg passieproject Always met Indiana Jones and the Last Crusade, in 1997 slavernijdrama Amistad met Lost World: Jurassic Park, in 2001 het peperdure, cerebrale sf-epos AI, een ereschuld aan zijn pas overleden vriend Stanley Kubrick, met de hits Minority Report en Catch Me If You Can.

Spielbergs laatste grote dubbelklapper – één movie, één film – dateert uit 2005, War of the Worlds en paranoiathriller Munich. Daarna kwam er zand in de machine: inmiddels zijn juist Spielbergs ‘volwassen’ drama’s – The Post, Bridge of Spies, Lincoln, War Horse – financieel solide en wankelen zijn ‘movies’. Het vreugdeloze Indiana Jones and the Crystal Skull was in 2008 wel een hit, maar werd alom gekraakt. Stripanimatie The Adventures of TinTin betekende in 2011 een kleine verliespost, Roald Dahl-film The BFG vijf jaar later een forse zeperd.

Is Spielberg, in de woorden van The New York Times, vergeten hoe het is om ‘fun’ te hebben? Die vraag zal hij zichzelf ook stellen. Bij Ready Player One overschreed hij zijn budget met 25 miljoen dollar tot 175 miljoen: een fors bedrag voor een ‘movie’ buiten een vertrouwde ‘franchise’ als Marvel of Star Wars. Flopt hij, dan kan Spielberg zich voortaan beter tot kwaliteitsdrama beperken en belandt deel vijf van Indiana Jones, die hij in april 2019 wil opnemen met de dan 76-jarige Harrison Ford als bejaarde schatgraver, wellicht in de gevarenzone.

Motivatie lijkt een probleem. Toen Spielberg in 2016 in Cannes even van zijn superjacht The Seven Seas kwam om de futloze kinderfilm The BFG aan te prijzen, leek er weinig op het spel te staan. Gewoon leuk, zo’n boek dat hij vroeger zijn kinderen voorlas. Zoals filmen voor hem überhaupt „hard, leuk en aantrekkelijk werk” was: anders dobberde hij maar wat op zee rond. De Sturm und Drang spatte er niet vanaf.

Deze week bekent Spielberg in de NYT dat hij geschiedenis tegenwoordig altijd verkiest boven populaire cultuur: alleen verhalen met „sociale betekenis” boeien hem. Zoals Ready Player One, in zijn ogen een waarschuwing om tussen al het virtuele vermaak de realiteit niet uit het oog te verliezen. Maar als moraal van een film die 2 uur en 20 minuten lang videogames verheerlijkt is dat net zo hypocriet als de schurk van Ready Player One: entertainmenttycoon Nolan Sorrento, voor wie popcultuur niet in eerste plaats passie is, maar commercie. Dat zal bij filmdistributeur Warner Bros niet heel anders zijn. Vele jaren na The Matrix en Ari Folmans The Congress heeft opa Spielberg bar weinig te melden over realiteit versus virtualiteit. Bij hem geen keus tussen rode en blauwe pil. Slik van beide een halfje, maar ravot ook eens in de tuin en vergeet je huiswerk niet.

Wat Ready Player One leuk maakt, is niet de plot – van zero tot hero – of de ‘sociale betekenis’, maar de talloze citaten, refenties en hommages aan de jaren tachtig, Spielbergs glorietijd. Dat decennium beleeft in 2045 een massieve revival, dus kan hij naar hartelust stoeien met popiconen, vooral uit de stal van Warner Bros natuurlijk. Je komt ogen tekort voor al die verwijzingen naar Back to Future, Akira, King Kong, The Iron Giant, Chucky, Lara Croft, Halo, tienerfilms van John Hughes, New Order en Saturday Night Fever. Het meest memorabele segment is een minutenlange, liefdevolle hommage aan Kubricks horrormeesterwerk The Shining.

Waarschijnlijk hoopt Spielberg dat fanboys en -girls watertanden bij de popculturele paaseitjes die hij zo kwistig rondstrooit en Ready Player One bezoeken en herbezoeken. Maar dat het zijn levendigste ‘movie’ in vijftien jaar is, ligt persoonlijker. In een interview beweert Spielberg nooit achteruit te kijken; hij is bevreesd om „nostalgisch herinneringen op te halen” en op die manier weg te kwijnen als de verlepte filmster Norma Desmond in Sunset Boulevard, die in haar huiskamer wegdroomt bij films uit haar glorietijd. Maar ligt het hart van elke 71-jarige niet stiekem toch een beetje bij terugkijken? Ready Player One geeft Spielberg een legitimatie, die hij enthousiast aangrijpt om een ‘movie’ te maken die niet louter uit zijn hoofd, maar ook een beetje uit zijn hart komt. Hij heeft plezier. En dat zie je.

    • Coen van Zwol