Column

Makkelijk kind

In mijn familie hebben we een redelijk talent voor neerslachtigheid en zodra het voorjaar aanbreekt worden we bijna allemaal depri. Zondag hing mijn oudste neefje (12) levensmoe op de bank. Nu mijn zus voor een congres in Australië zit, logeren hij en zijn broertje (10) bij mij en het is verdrietig om te zien dat hij het zwaar heeft. Ik zat er stilletjes naast: ook mijn hoofd deed de afgelopen dagen moeilijk. Opeens stond ik op.

„Hardlopen”, zei ik tegen hem. Terwijl hij puffend zijn veters strikte kwam zijn broertje de kamer binnen.

„Wij moeten even rennen”, zei ik tegen hem, en hij knikte.

„Ik heb zin in eggs benedict”, zei hij, „willen jullie straks ook?” Dit is zo’n tiener die op zijn achtste al lowcarb ovenfriet van bataat maakte en over twee jaar Heel Holland bakt wint.

Tijdens het hardlopen bleef ik aan hem denken. Hij is altijd onuitstaanbaar blij (we vergelijken hem weleens met Ernie van Bert) maar het kan niet makkelijk zijn om een sombere broer te hebben. We hebben zelfs een tijdje gedacht dat die opgewektheid een façade was, maar zelfs na hem een paar keer naar de kinderpsycholoog te hebben gestuurd bleek dat hij helemaal oké is en nergens passief-agressief. Natuurlijk is hij ook weleens verdrietig en boos maar over het algemeen is het een monter ventje. En toch. Soms ben ik weleens bang dat hij ook een klap krijgt omdat veel aandacht toch naar zijn zwaarmoedige broer gaat.

Eenmaal thuis was de keuken een puinhoop maar de eggs benedict smaakten voortreffelijk. Terwijl de jongste ging puinruimen sloeg ik mijn arm om hem heen.

„Jij gaat lekker vandaag hè”, zei ik, en hij knikte.

„En je hebt niet de neiging om van een gebouw af te springen?” vroeg ik, en hij schudde blij zijn hoofd.

„En je loopt ook niet stiekem in jezelf te snijden”, probeerde ik en giechelend zei hij van nee.

„Ik kan soms niet geloven dat je familie van mij bent”, zei ik ten slotte, terwijl hij zingend de vloer dweilde.

„Het is eigenlijk best logisch”, zei hij. „Ik heb gewoon alle blijheidsstofjes gekregen. Net zoals er soms in hele lelijke families opeens een heel knap kind wordt geboren. Dus ik ben allang blij dat jullie geen hekel aan mij hebben, want het moet ook wel een beetje jaloersmakend zijn, als je zo gelukkig bent als ik.”

Hummend ordende hij de messen en borg het hakblok op.