Kabinet wijst locaties aan voor windmolens op zee

Energietransitie Windmolens op zee zorgen in 2030 voor 40 procent van de benodigde stroom. Nieuwe parken komen in de ‘noordelijke’ Noordzee.

Voor de kust bij Egmond aan Zee ligt het eerste Nederlandse windmolenpark in zee. Foto Koen Suyk/ANP

Het kabinet heeft drie gebieden voor nieuwe windparken in de Noordzee aangewezen, waarmee het zijn ambities op het gebied van windenergie invult. Over twaalf jaar moet 40 procent van de elektriciteit via windmolens op de Noordzee worden opgewekt.

Uit de dinsdag bekendgemaakte Routekaart windenergie op zee 2030 blijken twee van de aangewezen gebieden voor de kust van de provincie Noord-Holland te liggen. Het derde kavel ligt ten noorden van de Waddeneilanden. Met dat laatste gebied zegt het kabinet de ambities van Groningen te ondersteunen voor het verduurzamen en stimuleren van de regio. Voor één windpark wordt nog een locatie gezocht.

In 2030 moeten windmolens op zee voor 11,5 gigawatt (GW) zorgen. De huidige parken zorgen nu voor 1 GW. Het in 2013 gesloten Energieakkoord bepaalde dat er binnen tien jaar voor 4,5 GW aan stroom op de Noordzee wordt opgewekt. De kabinetsplannen voorzien nu in een uitbreiding van 1 GW per jaar vanaf 2023.

Dat minister Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) voor een tempoversnelling zorgt, komt niet als een verrassing. Windmolens op land roepen veel weerstand op en daarbij komt dat de kosten voor windenergie op zee snel teruglopen. Vorige week maakte de bewindsman bekend dat Nuon het windpark Hollandse Kust – voor de kust van Noordwijk – mag gaan bouwen, waarbij voor het eerst geen rijkssubsidie wordt verstrekt. Tijdens die bekendmaking sloot Wiebes zelfs niet uit dat exploitanten op termijn geld moeten meebrengen als zij een windpark willen bouwen. Door lange-termijnplannen bekend te maken hoopt het kabinet het vertrouwen van het bedrijfsleven „vast te houden”. Over twee jaar kunnen bedrijven inschrijven voor een kavel dat in 2024 operationeel wordt. Wiebes verwacht dat de nu bekendgemaakte plannen vanaf 2024 tussen de 15 en 20 miljard euro aan investeren vergen, met naar verwachting 10.000 nieuwe banen als gevolg.

Minder ruimte voor visserij

Nadeel is wel dat de visserij geleidelijk aan steeds minder ruimte op de Noordzee krijgt. Een onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving liet begin dit jaar zien dat windparken in 2050 mogelijk een kwart van de Noordzee innemen. Het kabinet stelt dat de aanwijzing van gebieden in de noordelijke Noordzee ervoor zorgt dat de belangrijkste knelpunten in het zuidelijke deel voor de sleepnetvisserij worden ontzien. En de molens, stelt de minister, bieden juist weer kansen voor andere vormen van visserij.

Vooral door wind- en zonenergie komt het aandeel duurzame stroom in 2025 op de helft uit, in 2030 op tweederde van de gevraagde elektriciteit. De totale behoefte aan energie wordt voor 20 procent gedekt door elektriciteit. Wiebes benadrukt in een brief aan de Tweede Kamer dat ook de andere 80 procent verduurzaamd moet worden om Nederland, zoals beoogd in 2050, volledig CO2-neutraal te maken. Dat kan onder meer door het verwarming van huizen of door meer industriële processen te elektrificeren. Momenteel wordt door meer dan honderd partijen onderhandeld over een nieuw klimaatakkoord dat in 2030 tot een halvering van de CO2-uitstoot moet leiden.

In een reactie juicht Greenpeace de plannen van Wiebes toe, maar volgens de milieuorganisatie moet de inzet van de minister nog veel verder omhoog. Volgens een zegsman is een jaarlijkse capaciteitsverhoging van 2 GW (nu is dat 1 GW) noodzakelijk om het Parijsakkoord te halen.

Lees ook over hoe Nederland zijn eigen weerstand tegen wind creëerde, met de provincie Zuid-Holland als voorbeeld: Wind is voor Zuid-Holland nu een besmette term