Groot warm eerbetoon Herman van Veen bleef vrij van grote hits

De hommage aan een eminent kleinkunstenaar vormt gewoontegetrouw de start van het Amsterdams Kleinkunstfestival. Maar zelden omvatte die zo veel uiteenlopends als nu aan Herman van Veen.

Herman van Veen bij zijn eerbetoon in theater DeLaMar Foto Jaap Reedijk

„Ik vond alles het mooist, het grappigst, het liefst,” zei Herman van Veen in een dankwoordje aan het eind van de hommage die hem maandagavond in theater DeLaMar werd gebracht onder auspiciën van het Amsterdams Kleinkunstfestival. „Dit maak je niet mee als je 21 bent,” merkte hij (73) bovendien op.

De hommage aan een eminent kleinkunstenaar vormt gewoontegetrouw de start van het jaarlijkse festival. Maar zelden omvatte het eerbetoon zo veel uiteenlopends als nu. Van de harpiste Lavinia Meijer met muziek van de door Van Veen bewonderde Philip Glass, via de Scapino-danser Besim Hoti met een hyperlenige solo die deed denken aan Van Veens jongenswens om later een Scapino-achtige harlekijn te worden, tot en met de negenjarige Silver Metz met het Ciske-lied „Ik voel me zo verdomd alleen” waarvoor Van Veen de muziek schreef – misschien wel de grootste hit uit zijn gehele oeuvre.

Het Rosenberg Trio speelde. Claudia de Breij, die in 2015 van Van Veen de Louis Davidsring kreeg, zong toepasselijk: „Zing voor jezelf, dan zing je voor een ander.” Judith Herzberg las haar gedicht „Te willen hebben” voor. Wende Snijders zong het voor haar door Joost Zwagerman geschreven „Voor alles bang geweest”, waarmee ze dit jaar is genomineerd voor de Annie M.G. Schmidtprijs voor het beste theaterlied van het seizoen. Paul van Vliet vertelde wat hun beider mentor Wim Kan verzuchtte toen Van Veen besloot ook in Duitsland te gaan optreden: „Vader houdt z'n hart vast.” En tekstschrijfster Eva Schuurman beschreef het effect dat Van Veen op veel vrouwen als haar moeder heeft: ze veranderen in „een kaarsvet-achtige substantie”.

De avond bood nog heel veel meer, maar bleef grotendeels vrij van Van Veens vele succesnummers, door presentatrice Nina de la Croix omschreven als „de hits die je pensioen verzekeren, maar je neus uitkomen”. Een uitzondering vormde de door twee poppenspelers in beweging gebrachte stripheld Alfred Jodocus Kwak, met zijn lijflied „Ik ben vandaag zo vrolijk”.

Op het programma van het Amsterdams Kleinkunstfestival staan dit jaar onder meer een discussie-avond over satire, diverse masterclasses, de uitreiking van de Annie M.G. Schmidtprijs en een avond vol nieuwe liedjes die het vervolg vertellen van klassiekers als „Anne” en „Oerend hard”.