Recensie

Een Ethiopische zoon eist erkenning in Friesland

Een Fries ontdekt dat hij een Ethiopische halfbroer heeft en redt hem van de doodstraf. Maar het verbluffende The Bastard verweeft neokoloniale geschiedenis met drama over vaders en zonen.

Daniel, de zoon van Joop Hoek in Ethiopië en centrale figuur in The Bastard.

Wat een blunder van documentairefestival IDFA om The Bastard af te wijzen vorig jaar. Zo tref je het zelden in Nederland: een opwindend, ontroerend en relevant verhaal met genoeg lussen en knopen voor een miniserie.

The Bastard gaat over (neo)koloniale identiteit en de behoefte ergens bij te horen, maar is ook een verknipte familiekroniek over afwezige vaders en behoeftige zonen. Documentairemaker Floris-Jan van Luyn, voorheen correspondent in China voor NRC Handelsblad, vertelt binnen anderhalf uur en soms noodgedwongen op zevenmijlslaarzen het verbluffende relaas van de over Ethiopië, Zuid-Afrika en Friesland versnipperde familie Hoek.

Uitgangspunt is een longread van Dick Wittenberg uit 2007, Bloedbroeders. In 2003 ontvangt fietsenmaker Michiel Hoek in het Friese Oudemirdum een brief uit Addis Abeba, de hoofdstad van Ethiopië. De afzender, Daniel, zit in de gevangenis en beweert zijn halfbroer te zijn. Vader Joop werkte in 1967 namelijk voor Handels Vereniging Amsterdam (HVA), een koloniaal landbouwbedrijf dat vanaf 1951 de Wonji-vlakte voor suikerriet in cultuur bracht, twee suikerfabrieken opende en in zijn hoogtijdagen 30.000 Ethiopiërs in dienst had. Joop ontkent dat Daniel zijn zoon is, maar waarschuwt Michiel: „Blijf met je poten van mijn zaken af!” Waarna Michiel naar Ethiopië reist en ontdekt dat zijn halfbroer Daniel ter dood is veroordeeld wegens moord.

The Bastard is vooral Daniels verhaal: een charismatische, irritante praatjesmaker die opgroeit in het stadje Nazareth. Hij is te lang – 1,85 meter – en te wit om niet op te vallen, ze noemen hem killis of dikkila: bastaard en drekvod. Daniel klampt zich vast aan zijn Nederlandse identiteit: als elfjarige wandelt hij honderd kilometer naar de ambassade voor een visum. Maar vader Joop weigert hem te erkennen, al stuurt hij soms wel geld, boeken over suikerrietteelt of vaderlijk advies. De verbitterde Daniel loopt weg van huis, bedelt en promoveert van treinrover tot wapenhandelaar, valsemunter en ten slotte moordenaar.

Zijn Friese halfbroer Michiel weet zijn doodstraf voor 5.000 dollar in levenslang om te zetten, waarna Daniel bij een amnestie vrijkomt en in Oudemirdum belandt. Daar zien we hem op homevideo’s tussen zijn welwillende, licht bezorgde verwanten. In Friesland ontpopt Daniel zich met uit Amerikaanse zelfhulpboeken geleend vocabulaire tot dwingeland. Zijn levensverhaal moet en zal een bestseller worden, wat niet lukt in Nederland, maar later wel in Ethiopië. Daniel eist erkenning, schopt ruzie met zijn halfbroer, begint een relatie met een oudere vrouw.

The Bastard gaat niet zozeer over broers, maar over vaders en zonen. Geleidelijk verschuift de focus naar een tweede antiheld: vader Joop Hoek. Hij liet zich, toen de documentaire al gemonteerd werd, tot ieders verbazing alsnog interviewen over zijn abjecte rol. Joop woont in een bejaardenkolonie voor Afrikaners in Zuid-Afrika; de landbouwingenieur streek daar neer na omzwervingen door Suriname, Ghana, Gabon, Dominicaanse republiek, Liberia en Ivoorkust.

Een botte, onverschillige vader

Joop Hoek lijkt een botte, onverschillige klootzak vol racistische praatjes over bloedvermenging en zwarten („Ze lijken je beste vriend, maar ’s nachts krijg je een mes in je buik, ja?”) . Ethiopië herinnert hij zich als rock-’n-roll: „Het dak ging er elke avond af” en „die vrouwtjes drongen zich op, hè?” Dat hij zijn Ethiopische vrouw en zoontje na twee jaar met vage smoesjes dumpte, was niet netjes. Dat wil hij best toegeven. Maar Daniel „interesseert me geen fluit”.

Het blijkt kolossaal zelfbedrog: Joop Hoek lijdt onder schaamte en schuldgevoel en vreest Daniels wraak: op een homevideo zien we hoe hij Daniel bij een hereniging een audio-cd cadeau doet over ‘anger management’. Een kwetsbare man wiens krampachtige ontkenning voor onze ogen wegsmelt als hij beseft waarom hij is wie hij is. Dat zelfinzicht bezorgt The Bastard een heftige finale.

De familiekroniek is zo’n aantrekkelijk filmgenre omdat het klein individueel drama naadloos verweeft met collectieve geschiedenis. The Bastard heeft de ideale familie: de Hoeks vertellen een wereldverhaal over koloniale geschiedenis en bloedbanden, culturele verwevenheid en vervreemding. Tegelijk is het een intiem drama met twee antihelden die hun demonen uitdrijven. Als vader Joop na afloopt zegt dat hij zich „vederlicht voelt omdat het hele verhaal nu op de planken is gekomen” geloof je hem direct. Wat een catharsis. Of zelfs: happy end.

    • Coen van Zwol