Opinie

Defensienota doet vrome, maar valse beloftes

Aan de kaalslag bij de strijdkrachten leek geen eind te komen. Extra geld is meer dan welkom maar het blijft een schijntje, schrijft

Na vijfentwintig jaar bezuinigen op Defensie is nu een keerpunt bereikt. Met het verschijnen van de nieuwe Defensienota, Investeren in onze mensen, slagkracht en zichtbaarheid, zegt minister Bijleveld de bladzijde „definitief om te slaan”.

Dat is nodig ook, want aan de kaalslag leek maar geen einde te komen. Wat nog restte van de krijgsmacht bleek keer op keer niet inzetbaar of slechts kort. Tot overmaat van ramp kwam de grondwettelijke taak van de strijdkrachten (landsverdediging, overzeese missies, partner bij nationale beveiliging) ook nog eens toenemend onder vuur te liggen vanwege roekeloosheid (door de OVV, over ‘Mali’), inefficiëntie (Algemene Rekenkamer), ondoelmatigheid (ministerie van Financiën) en slecht werkgeverschap (vakbonden).

En dat terwijl de wereld onveiliger wordt, oude grenzen tussen externe en interne veiligheid vervagen, en door nieuwe dreigingen (cyber, terrorisme, maatschappelijke ontwrichting) die niet vanzelfsprekend door – maar wel samen met – militairen beantwoord moeten worden. De geopolitieke achtergrond is onzeker, maar de vertrouwde garantie van de NAVO is dat ook geworden door het chaotische leiderschap in Washington.

Een baken is nodig. De Defensienota gebruikt het woord ‘noodzaak’, maar ook nu nog belooft de Defensienota meer dan de noodzaak zou dicteren. In de berichtgeving – ook in het NOS Journaal – wordt gesproken over ‘1,5 miljard euro’ per jaar erbij, maar dat zal pas in 2021 gehaald worden; tot dan moet Defensie het met minder doen.

Slome organisatie

Kamerlid Hanke Bruins Slot (CDA), die als officier in Afghanistan diende, zei medio januari ernstige twijfel te hebben of een slome organisatie als Defensie zo’n bedrag überhaupt wel kon „wegzetten”. En dan is die anderhalf miljard nog te weinig: sinds 2014 heeft de NAVO afgesproken dat iedere lidstaat in 2024 op 2 procent van het bbp moet uitkomen; dat zou 8 miljard euro vergen. Dat zullen we nooit halen, maar wat iedereen in Den Haag weet, wordt in de Defensienota nog in benevelde termen omzeild: er is sprake van „lange lijnen” en een „stapsgewijze” groei die ons „in de richting van de NAVO-norm [doet] bewegen”.

En dan nog zal in 2020 een Herijkingsnota bekijken of zo’n „mogelijke vervolgstap” past „binnen budgetttaire kaders”. Al die slagen om de arm zal Donald Trump niet fijn vinden, het NAVO-hoofdkwartier in Brussel evenmin.

Al die slagen om de arm zal Donald Trump niet fijn vinden, en het NAVO-hoofdkwartier in Brussel evenmin.

De ongemakkelijke waarheid is dat de Nederlandse defensieuitgaven van nu 1,29 procent naar 1,25 procent van het bbp zullen dalen in 2021. En dat de 2 procent in 2024 een vrome, maar valse belofte zal blijken. Met een snel groeiende economie is een boekhoudkundige daling van het defensieaandeel nog wel uit te leggen, maar verder zal het de nieuwe Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra en via hem Trump – die handelsoorlog en defensie-inspanning van bondgenoten aan elkaar verbindt – er niet van weerhouden om Nederland een free rider te noemen.

De enige verdedigingslinie die Nederland heeft, is dat de helft van de NAVO-landen de norm nu ook niet haalt. We kunnen de tandenknarsende Amerikanen hiermee een tijdje op afstand houden.

Half leeg en half vol

Vooralsnog kiest NAVO-secretaris-generaal Jens Stoltenberg er ook voor om het glas niet half leeg, maar half vol te noemen. Half februari koos hij na een NAVO-ministerraad voor de optimistische versie van het we-doen-nog-niet-wat-we hebben-beloofd-verhaal: „Na jaren van daling zien we sinds 2014 drie jaar van stijgende defensie-uitgaven in Europa en Canada ter waarde van 46 miljard dollar [37 miljard euro]. En de plannen van de lidstaten tonen dat we de komende jaren verdere stijgingen kunnen verwachten. In 2014 spendeerden drie bondgenoten 2 procent van hun bbp aan defensie, dit jaar verwachten we dat acht landen die norm halen of overstijgen. En in 2024 verwachten we dat dat voor vijftien bondgenoten geldt. Een bemoedigende start, maar we verwachten meer.”

Commentaar: De echte Defensienota moet nog volgen

Met andere woorden: ook per 2024 zullen naar verwachting nog zo’n 14 landen, ongeveer de helft, niet aan de norm voldoen.

Wifi in de kazerne

Rutte III kiest in de nota weer voor een „veelzijdig inzetbare krijgsmacht” , tot nu toe een recept voor liever drie dingen half doen dan twee dingen goed. Het blijft lastig uit te leggen waarom de EU een gemeenschappelijk defensiebeleid zegt te hebben, en een gezamenlijk (jaarlijks) defensiebudget heeft van zo’n 300 miljard euro, ongeveer evenveel als Rusland en China bij elkaar.

Er lijkt zelfs nog een probleem bijgekomen voor defensie. Lag tot nu toe het accent vooral op het gebrek aan kogels, kapotte pantservoertuigen, niet vaarklare schepen en vermoeide gevechtsvliegtuigen, nu komt het investeren in mensen op de eerste plaats. Met extra arbeidsplaatsen, loonsverhogingen, behoudpremies en snelle wifi in de kazernes moet Defensie de concurrentie met de aantrekkende civiele arbeidsmarkt zien te winnen.

Veel geld gaat nu eerst daarheen, en nadat de luchtmacht met 37 JSF-gevechtsvliegtuigen zijn slag al binnen heeft, gaat het veruit grootste deel van het materieelbudget nu op aan vervanging van de vloot. Niet slecht voor de marine-industrie, omdat de Defensienota schrijft „ruimhartig” te zullen omgaan met de Europese aanbestedingsregels als het gaat om defensieaankopen in „het nationale veiligheidsbelang”, een eufemisme voor economisch belang, want steun aan de eigen defensie-industrie.

Bijna 6,5 miljard zal besteed worden aan nieuwe fregatten, mijnenjagers en een tweede bevoorradingsschip, een kwartet bemande onderzeeboten ter vervanging van de Walrusklasse staat voor het – te optimistische bedrag van 2,5 miljard euro – gepland. Je ziet nu al uit naar de Herijkingsnota die in 2020 een zoveelste keerpunt zal aankondigen.


Correctie (28 maart 2018): Het gezamelijke defensiebudget van de EU-landen is 300 miljard euro, niet 300 miljoen euro, zoals in een eerdere versie stond.