Dankzij haar konden zwarte kinderen voortaan naar een witte school

Linda Brown (1942-2018)

Ze mocht zelf niet naar een witte buurtschool. Maar vader Brown ging naar de rechter én won: het einde van segregatie in het Amerikaanse onderwijs.

Linda Brown op ‘gemengde’ school. Foto AP

Maandag 17 mei 1954 was een kantelpunt in de naoorlogse Amerikaanse geschiedenis. Op die dag spraken de negen rechters van het Hooggerechtshof zich unaniem uit tegen rassenscheiding op scholen in de VS. ‘Segregatie van negers en blanken in onderwijs onwettig’ kopte het Algemeen Handelsblad de volgende dag op de voorpagina. Het vonnis zal „een belangrijke sociale revolutie in de zuidelijke staten verplicht maken”, voorspelde persbureau Reuters.

Aan de baanbrekende gebeurtenis is onlosmakelijk de naam verbonden van Linda Brown, destijds een 11-jarig (of volgens sommige bronnen 12-jarig) schoolmeisje dat vergeefs had geprobeerd toegang te krijgen tot een witte school bij haar om de hoek, in Topeka, hoofdstad van Kansas. Na de uitspraak van het Hooggerechtshof kwam er een einde aan die segregatie in het onderwijs. Linda Brown overleed afgelopen zondag op 76-jarige leeftijd in haar geboortestad.

Segregatie van negers en blanken in het onderwijs onwettig

Algemeen Handelsblad in 1950

„Zij was een voorbeeld van de manier waarop eenvoudige schoolkinderen een doorslaggevende rol gingen spelen gingen bij het omvormen van dit land”, reageerde voorzitter Sherrilyn Ifill van de NAACP, een van de oudste burgerrechten-bewegingen in de VS, op haar overlijden. „Het was niet gemakkelijk voor haar en haar familie, maar door haar opoffering werden barricades geslecht en veranderde de betekenis van het begrip gelijkheid in dit land.”

Dat die ommekeer er kwam, is met name te danken Oliver Brown, de vader van Linda. Hij is de ‘Brown’ in de naamgeving van de historische zaak (Brown v. Board of Education) bij het Hooggerechtshof. Oliver Brown, die later predikant werd in Springfield en in 1961 aan een hartaanval overleed, wilde niet langer toezien hoe zijn dochtertje elke dag kilometers moest lopen, en daarbij drukke wegen moest oversteken, om naar de dichtst bijgelegen zwarte school te gaan. In 1951 klaagde hij het schoolbestuur van Topeka aan. Vervolgens werden soortgelijke aanklachten van burgerrechten-activisten uit het District of Columbia, South Carolina, Virginia en Delaware bij de zaak voor het Hooggerechtshof gevoegd.

In Topeka groeide Linda Brown op in een gemengde wijk. Later heeft ze verteld hoe opgewonden ze was bij het vooruitzicht samen met niet-zwarte vriendinnetjes op de school bij haar in de buurt te zitten. Maar de dag in september 1950 dat haar vader haar bij hand nam om naar de ‘beloofde’ school te gaan, eindigde in een deceptie.

Linda Brown (rechts) en haar twee kinderen, 30 april 1974. Foto AP

„Het was een prachtige, zonnige dag en we liepen stevig door, met grote stappen”, zei ze in 1987 tegen The Miami Herald. Maar terwijl ze buiten het kantoor moest wachten, vertelde de schooldirecteur haar vader dat ze niet toegelaten kon worden. „Ik voelde aan dat er iets niet in orde was. Hij kwam naar buiten, nam me bij de hand, en we liepen terug naar huis. We liepen zelfs nog wat harder en ik voelde hoe de spanning van zijn hand naar de mijne trok.”

De unanieme uitspraak van het Hooggerechtshof kwam als een enorme verrassing. De rechters betoogden dat de scheiding van blanke en niet-blanke leerlingen bij het openbaar onderwijs „de grondwettelijke garantie schendt van gelijke bescherming voor de wet van allen”, aldus het Algemeen Handelsblad.

Een van de advocaten die Brown en de anderen bijstond, NAACP-oprichter Thurgood Marshall, werd in 1967 de eerste Afro-Amerikaanse rechter bij het Hooggerechtshof.