Beleggers Akzo krijgen hun zin

Verkoop chemietak Het Amerikaanse private-equitybedrijf Carlyle betaalt ruim 10 miljard euro voor de chemietak van AkzoNobel. Het geld gaat naar beleggers, die zo een jaar na een felle overnamestrijd krijgen waar ze op uit waren.

In Nederland werken 2.500 mensen bij de chemietak van AkzoNobel. Foto Eric Brinkhorst

Dolenthousiast reageerden beleggers dinsdagochtend op de onverwacht snelle en lucratieve verkoop van AkzoNobels chemiedivisie aan Carlyle. De Amerikaanse investeringsmaatschappij betaalt 10,1 miljard euro voor ‘Specialty Chemicals’. AkzoNobel (46.000 werknemers, omzet 14,6 miljard euro) heeft beloofd het overgrote deel van de koopsom uit te keren aan zijn aandeelhouders. De beurskoers van het verfconcern maakte prompt een vreugdesprongetje (ruim 5 procent), maar viel daarna terug.

Bij de chemietak van AkzoNobel werken 9.000 mensen, waarvan zo'n 2.500 in Nederland. Het bedrijfsonderdeel produceert onder meer zouten, chloren en polymeren die vervolgens worden verwerkt in producten uiteenlopend van softijs tot behangplaksel, van cosmetica tot plastics.

De verkoop van de chemietak – goed voor ruim eenderde van de omzet en grofweg de helft van de beurswaarde – markeert het voorlopige einde van een machtsstrijd die ruim een jaar geleden werd ontketend. Concurrent PPG deed toen een eerste bod op AkzoNobel. Met steun van politiek, vakbonden én de rechter wist de Nederlandse multinational zich zijn Amerikaanse branchegenoot van het lijf te houden, tot frustratie van aandeelhouders die een overname wél zagen zitten. En dus beloofde AkzoNobel zijn chemiedivisie van de hand te doen, zodat beleggers toch extra geld kregen. Dat kwam ook tegemoet aan een langgekoesterde wens onder beleggers om niet één conglomeraat, maar twee gespecialiseerde bedrijven te hebben: verf en chemie. De splitsing als goedmakertje.

Aandeelhouders hadden vorig jaar een boel aan te merken op AkzoNobel, maar de splitsing van het bedrijf en het vooruitzicht van een vet dividend, zagen ze wel zitten. Lees ook: Zowaar applaus voor AkzoNobel

‘Geen slechte naam’

Carlyle koopt de chemiedivisie samen met het staatsinvesteringsfonds van Singapore GIC. Het was al maanden duidelijk dat de nieuwe eigenaar hoogstwaarschijnlijk een Angelsaksische private-equitypartij zou worden. AkzoNobel-topman Thierry Vanlancker benadrukte eerder weliswaar dat een verzelfstandiging via een beursnotering ook tot de mogelijkheden behoorde, maar dit bod van Carlyle leverde het meeste op, zei hij vanochtend in een telefonische persconferentie. Carlyle kreeg de voorkeur boven drie andere investeringsmaatschappijen.

Wat de overname betekent voor de werknemers van Akzo’s chemietak is nog onduidelijk. Erik de Vries, bestuurder van vakbond FNV, toonde zich in een reactie voorzichtig optimistisch. Carlyle heeft veel ervaring in de chemiesector en staat volgens De Vries niet bekend als een „hakmaatschappij” – een partij die zijn bezit opknipt en in stukken doorverkoopt.

Ook heeft Carlyle volgens De Vries „geen slechte naam” waar het de omgang met werknemers betreft. „Aan de andere kant: eerst stond er met PPG een Amerikaans bedrijf op de stoep. Nu een Amerikaanse investeringsmaatschappij.” Vakbonden en ondernemingsraad maken zich onder meer zorgen over een tekort van 400 miljoen euro in het pensioenfonds.

Vanlancker maakt vanochtend duidelijk dat AkzoNobel geen extra geld in het pensioenfonds zal steken. Volgens hem zullen de nieuwe eigenaren het bedrijf intact laten, blijft het bestaande management en komt het hoofdkantoor in Nederland. „Wat dat betreft: business as usual.” Hij typeerde Carlyle als een verantwoordelijk investeerder, maar „het is niet gewoon om afspraken te maken” hoe lang zij eigenaar blijven.

    • Menno Tamminga
    • Joris Kooiman