Opinie

    • Maxim Februari

Afschaffen hyperbool is einde van de beschaving

Buitelend over het internet stuit ik op een tweet van Ingmar. Hij reist per trein en kennelijk is het druk. Hij beschrijft de situatie zo: „Willen jullie allemaal stoppen met ademen mensen, dan hoeven we minder mensen achter te laten op het perron. Groetjes, de conducteur.” Daaronder een reactie van ‏Geverifieerd Account @NS_online. Jeetje Ingmar, zijn dit de woorden van een conducteur geweest?” Ingmar in antwoord op @NS_online: „Nee, gelukkig niet. Ik gebruikte een hyperbool om vorm te geven aan mijn negatieve emotie”’ ‏Geverifieerd Account @NS_online in antwoord op Ingmar: „Ik schrok al!”

Het vrolijke stijlmiddel is een groeiend maatschappelijk probleem. Steeds meer mensen gebruiken de hyperbool en steeds minder mensen begrijpen de ironie erachter. Hierdoor ontstaat een kloof die groepen mijlenver uit elkaar drijft en gemeenschappen gigantisch van elkaar vervreemdt. Als ik het Centraal Planbureau was, zou ik uitrekenen wat het onderling onbegrip jaarlijks kost en hoe het onze hoogconjunctuur nadelig beïnvloedt.

Je eindigt met de verplichting zo saai en zo duf te formuleren.

Zelf probeer ik op eigen initiatief het gebruik van stijlmiddelen tegenwoordig drastisch te beperken. De tijden zijn er niet naar. In alle ernst ben ik opnieuw gaan nadenken over mijn neiging tot dramatiseren sinds De Telegraaf vorig jaar schreef dat het ‘kinderlijk eenvoudig’ is na een royement toch te blijven voetballen en NRC besloot deze stelling te controleren. In de factcheckrubriek viel het oordeel dat de stelling slechts ‘grotendeels waar’ was. Want het systeem van royement is inderdaad niet waterdicht en blijven voetballen komt nogal eens voor, „maar ‘kinderlijk eenvoudig’ is het niet”, schreef NRC streng. Sindsdien zwalk ik een beetje in mijn teksten. Ik weet in ieder geval dat ik niet meer mag overdrijven als ik nog begrepen wil worden door de lezers van deze krant.

Er zit aan het strenge vereiste van letterlijkheid uiteraard een politieke dimensie, omdat die samenhangt met de opkomst van onecht nieuws. Als onwaarheden invloed krijgen op verkiezingen, is het logisch dat in reactie daarop behoefte ontstaat aan precisie. Feitelijkheid. Waarheid. Tel daarbij de toenemende gevoeligheid op voor kwetsende taal – „willen jullie allemaal stoppen met ademen, mensen” – en je eindigt met de verplichting zo saai en zo duf te formuleren dat je tenminste het sociale weefsel van het land niet beschadigt.

Een tijdje geleden schreef taalwetenschapper Jan Blommaert over hyperbolen in het online Diggit Magazine. In de publieke communicatie zijn twee ontwikkelingen gaande die met elkaar samenhangen en elkaar versterken, zei hij. Eén: het verschijnsel dat mensen een publiek debat aangaan over steeds kleinere thema’s. „En twee, een uitgesproken voorkeur voor het gebruik van straffe taal en overdrijving: superlatieven en hyperbolen.” Zo worden minimale gebeurtenissen in maximale termen beschreven. Onbetekenende, statistisch verwaarloosbare misstanden heten „hallucinant”, „verbijsterend”, „misselijkmakend” en „knettergek”. Er hoeft maar iets te gebeuren of het is „het einde van de beschaving”.

Waar de een opgewekt aan het overdrijven slaat, wil de ander bewijzen zien.

Dit beeld van Blommaert is wel herkenbaar en dus valt ook best te begrijpen dat in serieuze kringen de hyperbool onder verdenking is komen te staan. Tot op het punt dat de overdrijving – „kinderlijk eenvoudig” – niet meer als zodanig wordt herkend en lezers op zoek gaan naar bronnen die de bewering in al haar letterlijkheid kunnen staven. Ook in niet zo erg serieuze kringen gebeurt dat. Zelfs als iemand in een Twitter-onderonsje raillerend schrijft wat ambtenaren van de EU nu weer willen – „twee seksslaven ‘assistenten’ (uit Oekraïne) 5 jaar lang voor ex-EU commissarissen, plus auto en chauffeur plus heel de dag gratis zuipen, vreten en naaien” – vraagt een ander in alle ernst „Bron?? Aub”.

Dit alles maakt communiceren erg lastig. Waar de een opgewekt aan het overdrijven slaat, wil de ander bewijzen zien. Er zijn al ironietekens ingevoerd, emoticons, smileys en andere hulpmiddelen om onderling begrip te vergroten, maar die worden alleen gebruikt door degenen die toch al niet begrijpen wat ironie is. En zou De Telegraaf in het vervolg bij ieder stijlmiddel een excuus moeten plaatsen? „Kinderlijk eenvoudig” met een knipoog erachter?

Eigenlijk is een duidelijk onderscheid nodig tussen onwaarheid die schade toebrengt en onwaarheid die alleen maar een wijze van spreken is. Helaas bestaat daar geen politiek neutraal criterium voor en dus zullen we zelf gevoelig moeten blijven voor stijl. Al was het maar door net als de NS – „Jeetje, Ingmar” – even navraag te doen. Want te veel overdrijven mag dan misselijkmakend zijn, het afschaffen van de hyperbool is echt het einde van de beschaving.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.

    • Maxim Februari