Vroeg of laat heeft de pers het altijd gedaan in Egypte

Nieuwsmedia in Egypte

Egypte zet een Britse correspondent uit, voert een hetze tegen de BBC en opent een kliklijn tegen ‘fake news’. De pers ligt onder vuur – nu ook de buitenlandse.

Correspondent Bel Trew van het Britse dagblad The Times werkte in het verleden ook voor de Russische internationale nieuwszender RT. Foto RT

Bel Trew, sinds zeven jaar correspondent in Egypte van dagblad The Times, interviewde een maand geleden een man in een café in Kairo. Ze spraken over diens neef, schreef ze zaterdag in de Britse krant. De neef was verdwenen – wellicht verdronken – op weg naar Europa.

Het was niet meteen een staatsgevaarlijk verhaal. Maar bij het verlaten van het café werd Trew door vijf politieagenten in burger in een bestelwagen gesleurd. De volgende dag – na 24 uur detentie – werd Trew op een vliegtuig naar Londen gezet. Ze kreeg geen kans om haar spullen of haar twee katten op te halen.

In het café zat een politie-informant die beweert dat Trew de betrokkenheid van de Egyptische staat had besproken bij het zinken van een migrantenboot in 2016. Later kwam daar de beschuldiging bij dat zij over gedwongen verdwijningen wilde schrijven. Dat laatste is een gevoelig thema, sinds Egypte eerder dit jaar een hetze begon tegen de BBC nadat die een reportage had gemaakt waarin een moeder haar beklag deed over haar dochters verdwijning.

De Egyptian Commission for Rights and Freedoms, een mensenrechtenorganisatie, heeft zo’n 1.500 gevallen van gedwongen verdwijningen gedocumenteerd. Ook NRC heeft daarover bericht. Vaak duiken de verdwenen personen na enige tijd op in een politiecel. In het geval van de BBC-documentaire verscheen de dochter echter in een tv-programma, waar zij vertelde dat zij helemaal niet was opgepakt. Ze was van huis weggelopen om te trouwen. De moeder werd gearresteerd. De BBC blijft achter het verhaal staan.

Papieren

Trew gaf de politie een opname waaruit bleek dat zij over geen van die zaken had gesproken. Het maakte niets uit. Volgens de versie die SIS, de Egyptische overheidsinformatiedienst, zondag verspreidde, werd Trew het land uitgezet omdat ze niet over de juiste papieren beschikte.

Elke journalist die in Kairo heeft gewerkt, is vertrouwd met de Egyptische papiermolen. SIS levert elk jaar een perskaart af. In de vijf jaar dat deze NRC-correspondent in Egypte heeft gewoond, is die kaart nooit op tijd afgeleverd. Elk jaar waren er ‘technische problemen’ waardoor maandenlang moest worden gewerkt met een verlopen perskaart. Dit jaar is het niet anders.

Trew had dan maar een voorlopige perskaart moeten aanvragen, stelt SIS. Maar andere collega’s zeggen dat zij juist te horen hebben gekregen dat dat niet nodig was: de kaart van vorig jaar bleef geldig. Of die verwarring het gevolg is van bureaucratische incompetentie, of een bewuste strategie, blijft altijd een raadsel.

Pers krijgt de schuld

Eén ding staat vast: wie in Egypte ook aan de macht is, vroeg of laat krijgen de buitenlandse pers de schuld voor alle problemen in het land. Tijdens de opstand tegen Mubarak in 2011 werden buitenlandse journalisten op straat aangevallen; zij zouden de aanstokers zijn geweest.

In de periode daarna, toen het leger kort zelf het land runde, werd een video verspreid waarin jonge Egyptenaren werden gewaarschuwd tegen buitenlanders die met sinistere bedoelingen hun vrienden wilden worden. De Egyptische acteur die de buitenlander speelde, werd later op straat afgetuigd.

Ook president Morsi van de Moslimbroederschap speelde de kaart van de „buitenlandse vingers” die achter het protest tegen zijn bewind zouden zitten. Sinds Morsi in 2013 werd afgezet door toenmalig legerchef en huidig president Sisi worden buitenlandse journalisten er vooral van beschuldigd dat zij betaald worden door de Moslimbroederschap, nu een verboden organisatie. De autoriteiten worden gesteund door een legertje commentatoren die journalisten aanvallen op de sociale media.

En in 2014 werd de Nederlandse journaliste Rena Netjes bij verstek tot tien jaar veroordeeld in de marge van een proces tegen Al Jazeera-journalisten die valselijk waren beschuldigd van steun aan het terrorisme. Aan hen werd in 2015 gratie verleend.

In de aanloop naar de presidentsverkiezingen van deze week is de druk nog opgevoerd. Begin maart zijn speciale telefoonnummers verspreid waar bezorgde burgers journalisten kunnen aangeven die ‘fake news’ verspreiden. Eind februari al werden twee Egyptische journalisten gearresteerd terwijl ze een onschuldige reportage maakten over de antieke trams van Alexandrië.

Dat incident was symptomatisch voor de ‘mediafobie’ die in Egypte heerst, zei persorganisatie Reporters sans Frontières toen. „Meer en meer journalisten worden gevangen gezet en beschuldigd van terrorisme, simpelweg omdat zij onafhankelijk informatie proberen te vergaren. De Egyptische media zijn het zwijgen opgelegd, en de buitenlandse media worden in diskrediet gebracht.”