‘Voorzitter, er ligt daar iemand die dood is’

Boos werd Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib pas later. Op donderdagochtend was een man van de balustrade gesprongen, in de plenaire zaal van de Tweede Kamer – met een riem om zijn nek. De volgende dag stond hij, net uit het ziekenhuis, opnieuw bij de ingang. Arib hoorde het van de beveiliging.

Dan weet je, dacht Arib, dus echt niet wat je hebt aangericht. Op vrijdag zijn veel Kamerleden op werkbezoek. Maar de bodes en medewerkers van de griffie die hem hadden zien hangen, konden hem zo weer tegenkomen.

Arib vertelt het op maandagochtend. ’s Middags zal ze camerabeelden terugkijken. Er wordt extern onderzoek gedaan, maar ze wil zelf ook al nagaan hoe het mogelijk was dat de man uit Groenlo – 65 jaar, actievoerder voor de legalisering van wiet – zichzelf kon vastmaken en over de rand stappen. Op een plek waar altijd bodes en politieagenten staan.

Of ze ook boos is op die bodes en agenten? „Nee. Ik heb meteen tegen de bodes gezegd: betrek het niet op jezelf. Het overkomt ook ouders: dat ze net wegkijken en hun kind stopt iets in zijn mond.”

Arib stond die donderdagochtend buiten de zaal, ze wilde net de voorzittershamer overnemen van VVD-Kamerlid Helma Lodders die haar had vervangen. Ze hoorde een schreeuw en een doffe klap. Een bode wilde haar bij de deur tegenhouden. „Hij zei: mevrouw de voorzitter, er ligt daar iemand die dood is.”

Ambtenaren hadden de man losgemaakt. Hij lag op een tafel. Kamerleden, bodes, beveiligers en de minister van Justitie en Veiligheid stonden om hem heen, een medewerker van de griffie hield zijn hoofd vast. Waarom die medewerker – zelf met een been in het gips – juist aan háár vroeg of ze het wilde overnemen? Geen idee. Ze weet ook niet meer hoe lang ze daar heeft gestaan met zijn hoofd in haar handen. Hij had misschien nekwervels gebroken, ze sprak hem streng toe: „Niet bewegen.” De man wilde praten, uitleggen waarom hij had gedaan wat hij had gedaan. „We hebben naar hem geluisterd, niet veel gezegd.”

Arib is nog steeds opgelucht: meestal zit er een schoolklas op de publieke tribune, deze keer niet. Er was wel een vrouw van tegen de tachtig die de debatten altijd op televisie volgt en het nu wel eens echt wilde zien. „Ik ga met haar lunchen en ze krijgt een rondleiding. Om haar de mooie kanten van de Tweede Kamer te laten zien.”

Ze is ook bezorgd. Brengt dit anderen op een idee? Hoe voorkom je dat? Op de tribune zitten vaker mensen met psychische problemen. „Dat moet ook, ik wil graag dat het zo blijft.”

De man uit Groenlo, besliste ze op vrijdag, mag er voorlopig níét meer in. „Juridisch is het een gedoe. Dat moet dan maar.”

Petra de Koning (p.dekoning@nrc.nl; @pdekoning) vervangt Tom-Jan Meeus.
    • Petra de Koning