Onderzoek Turkije naar Nederlandse ‘spion’

De Nederlandse diplomaat ‘A.Z.’ zou in werkelijkheid een spion zijn, zegt Turkije. Hij zou contact hebben gehad met bronnen die Turkije „zwart wilden maken”.

Boten op de Bosporusrivier in Istanbul. Foto Lefteris Pitarakis / AP

De Turkse autoriteiten zijn een onderzoek begonnen naar een Nederlandse diplomaat die als spion in Turkije zou werken. Dat hebben verscheidene Turkse media maandag gemeld.

De vermeende spion, die in Turkse media wordt aangeduid met zijn initialen A.Z., zou in Turkije zijn om onderzoek te doen naar de vermeende banden tussen de Turkse regering en de terreurbeweging Islamitische Staat (IS), en naar de Turkse militaire operatie in de Koerdische enclave Afrin in Noord-Syrië.

De regeringsgezinde kranten Aksam en Sabah melden dat de Turkse inlichtingdienst de vermeende spion al enige tijd in de gaten houdt. Ze publiceerden foto’s waarop hij in een restaurant zou zitten met een andere man. De populaire nieuwszender A Haber, eveneens op de hand van de regering, toonde beelden van een ontmoeting tussen drie mannen, gemaakt met een bewakingscamera. Volgens de presentator is één van hen de Nederlandse spion.

Diplomatiek paspoort

Sabah beschrijft de man als een medewerker van de militaire inlichtingendienst MIVD, verbonden aan het Nederlandse consulaat in Istanbul. Hij zou eerder in Afghanistan hebben gediend en zou over een diplomatiek paspoort beschikken. Sinds hij Turkije is, zou hij geregeld contact hebben gehad met de Syrische oppositie, diverse rebellengroepen en andere spelers in het conflict. Volgens Turkse media vonden deze ontmoetingen plaats in appartementen die voor één dag waren gehuurd.

Daar is op zich niets opmerkelijks aan. Net als veel andere westerse landen heeft het Nederlandse consulaat in Istanbul een afdeling die zich bezighoudt met Syrië. Medewerkers hebben de taak om inlichtingen te verzamelen en beleidsnotities te schrijven. Ook ondersteunen ze meerdere projecten in Syrië, zoals de Witte Helmen, een organisatie van vrijwilligers die na bombardementen eerste hulp verrichten. Contact met oppositieleden, activisten en rebellen is in principe een regulier onderdeel van hun werk.

‘Bronnen tegen betaling’

Maar volgens de Turkse autoriteiten heeft de Nederlander de grenzen van zijn diplomatieke werk overschreden. Zo zou hij contact hebben gehad met groepen die Turkije „zwart wilden maken”. Hij zou bronnen hebben betaald voor informatie over vermeende banden tussen Turkije en IS. Om geen aandacht te trekken zou hij elke dag een nieuw email-adres hebben aangemaakt. Ook zou hij een zogenoemde ‘jammer’ hebben gebruikt, zodat zijn telefoon niet kon worden afgeluisterd.

Een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken zegt: „Voor zijn eigen veiligheid - zie de publiciteit - heeft betrokken ambtenaar Turkije vanavond (maandag) verlaten. Hij werkte op het Nederlandse Consulaat generaal in Istanbul, en was mede belast met regionale werkzaamheden.”

Het nieuws komt op een moment dat Nederland geen ambassadeur heeft in Turkije – en vice versa. Sinds het diplomatieke conflict van vorig jaar rond het bezoek van de Turkse minister van Gezinszaken aan Rotterdam zijn de betrekkingen tussen beide landen sterk bekoeld.