Nog meer competitie in het hockey

Hockey

Met de invoering van een nieuwe promotieklasse moet vanaf volgend seizoen het gat tussen de topclubs en de rest kleiner worden.

De overgangsklassewedstrijd tussen Laren (lichtblauwe shirts) en Klein Zwitserland kan volgend seizoen een duel in de nieuwe promotieklasse zijn. Foto OranjePictures

Zondagmiddag 14.45 uur. Tijd voor Laren-Klein Zwitserland. Twee hockeygrootmachten van weleer in duel op het sportpark van de Larensche Mixed Hockey Club. De vlaggenschepen van de twee gerenommeerde clubs dobberen alweer jaren rond in de overgangsklasse, het tweede niveau in Nederland. En ook dit seizoen verdwijnen de klasseringen die recht geven op promotie naar de hoofdklasse langzaam uit het zicht. Toch bieden de vierde (Klein Zwitserland) en vijfde plaats (Laren) dit seizoen wel degelijk perspectief; de hockeywereld staat voor een verandering.

Geen grootscheepse omvorming van het competitiesysteem, maar toch zeker vernieuwing: de promotieklasse doet vanaf volgend seizoen zijn intrede. Een nieuwe competitie die zich zal nestelen tussen de hoofdklasse en de twee overgangsklassen.

Het doel: de krachtsverschillen in de top van het hockey kleiner maken, zegt Leon Rutten, manager competitiezaken en arbitrage bij de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond (KNHB). Het moet voor clubs die promoveren naar de hoofdklasse een realistischer scenario worden om erin te blijven.

En dat komt de competitie in het hockey ten goede, vindt ook Pieter Nieuwenhuis. Hij is oprichter van Hypercube, een bedrijf dat gespecialiseerd is in de innovatie binnen sportcompetities. Volgens Nieuwenhuis wordt het tweede hockeyniveau met de komst van de promotieklasse versterkt. „Speelden eerst de nummer dertien tot en met 36 tegen elkaar, vanaf volgend seizoen vormen de nummer 13 tot en met 24 het tweede niveau.” Daarmee nemen de onderlinge krachtsverschillen af en gaat de gemiddelde speelsterkte omhoog, met als passend gevolg meer spannende duels.

Voordeel van de twijfel

Het duel in het lenteachtige Laren staat deze zondagmiddag in het teken van de strijd om een plaats in de promotieklasse. De nummers een tot en met vijf van beide overgangsklassen zijn verzekerd van een plekje in de nieuwe competitie. In kruiswedstrijden tussen de nummers zes en zeven worden de laatste twee promotieklassers bekend. „En dat snap ik niet”, zegt Ties Kruize, hockeylegende en voormalig speler, coach en voorzitter van Klein Zwitserland. „Als je na 22 wedstrijden zesde bent geworden, vind ik dat je die plek in de promotieklasse gewoon verdient.”

Maar volgens KNHB-vertegenwoordiger Rutten zijn de play-offs, die gaan over maximaal drie wedstrijden, juist eerlijker. „Aan het begin van het seizoen delen we de overgangsklassen in, maar we weten dan niet precies of de poules even sterk zijn. Vandaar dat we de nummers zes en zeven kruislings tegen elkaar laten spelen.”

Ondanks zijn kritische noot geeft Kruize de promotieklasse het voordeel van de twijfel. Al vraagt hij zich wel af of juist dit systeem het gat tussen de twee hoogste hockeycompetities kleiner zal maken. Lager geklasseerde teams in de hoofdklasse verliezen vaak snel een goede speler aan een team dat elk seizoen meedoet om de play-offs. „Dat probleem los je hier niet mee op”, zegt Kruize, die in de jaren zeventig en tachtig 202 keer uitkwam voor het Nederlands elftal.

Dat de invoering van de promotieklasse geen rigoureuze verandering betreft, lijdt geen twijfel. Een aantal jaar geleden besloten de KNHB en Hypercube gezamenlijk het competitiebestel binnen het hockey volledig te vernieuwen, vertelt Nieuwenhuis. „Deze verandering is in mijn ogen een beetje koudwatervrees. Het grote plan lag klaar.”

Dat de KNHB uiteindelijk besloot daar vanaf te zien, vindt hij nog altijd vreemd. „We hadden de toezegging van veertien van de zeventien hoofdklasse-clubs, maar toch durfde de bond het niet aan.”

Topcompetitie met zestien clubs

De clubs stemden uiteindelijk vóór een topcompetitie met zestien teams, ter vervanging van de huidige hoofdklasse, die zowel bij de mannen als vrouwen uit twaalf clubs bestaat. Maar pas na die stemming werd er vanuit de hockeybond gekeken naar de praktijk. „Het aantal wedstrijden dat gespeeld moest worden, bleek simpelweg onhaalbaar”, zegt Rutten. En dat heeft te maken met de internationale toernooien die het hockeyseizoen omringen, waardoor het aantal speeldata beperkt is. „In overleg met de clubs is toen besloten om niets te veranderen”, voegt Rutten toe.

Volgens Nieuwenhuis werd dat besluit ingegeven door tegenstemmen van Bloemendaal, het toenmalige Oranje-Zwart (nu Oranje-Rood) en Rotterdam. „Alsof Ajax, PSV en Feyenoord tegen een nieuw idee voor de eredivisie zijn.”

Dat er in Laren wel degelijk iets op het spel staat, is te merken. De ruim honderd toeschouwers zien twee luidruchtige coaches langs de zijlijn en een gevecht om iedere bal. De verbetenheid bij de bezoekers uit Den Haag blijkt net iets groter. Met een 1-3 uitslag neemt KZ op de ranglijst voorlopig afstand van Laren.

Goed voor hoofdklassers

De hoofdklasseteams hebben zich verenigd in de Hockey Hoofdklasse cv (HHcv), waar Madeleine Buise voorzitter van is. „We hebben in het verleden inderdaad gekeken naar een aanpassing van de competitie. Maar die nieuwe opzet bleek niet toereikend.” Volgens Buise is de promotieklasse juist goed voor de hoofdklasseclubs. „Mocht je onverhoopt degraderen, dan kom je straks in een sterkere klasse terecht, een niveau dat dichter bij de hoofdklasse zal liggen.”

Kruize weet uit eigen ervaring hoe belangrijk het is om als club aansluiting met de top te houden. Hij miste in 1973 met KZ promotie naar de toen opgerichte hoofdklasse. De Haagse hockeyers maakten in het tweede seizoen hun opwachting en na twee tweede plaatsen werd KZ vanaf 1977 acht keer op rij landskampioen. „Het wordt heel belangrijk om bij de eerste vijf te eindigen dit jaar”, zegt Kruize. „Zo niet, dan ben je eigenlijk weer terug in de eerste klasse. Het worden nog spannende weken.”

    • Jelmer Kos