Recensie

Met vernuftig fonkelende dood van Orfeo neemt Audi afscheid van De Nationale Opera

Het Opera Forward Festival is een geweldige erfenis van scheidend directeur Pierre Audi bij de Nationale Opera. Audi’s laatste regie overtuigde maar half. Een boeiende double bill van de talentafdeling des te meer.

Audi's laatste: La Morte d'Orfeo Foto De Nationale Opera

La morte d’Orfeo (1619) van Stefano Landi is de laatste regie van Pierre Audi als directeur van De Nationale Opera, waarvan hij na dit seizoen afscheid neemt. De cirkel is rond: in Amsterdam vestigde Audi dertig jaar geleden zijn naam mede met een grootse Monteverdi-cyclus.

En Landi’s werk sluit naadloos aan bij Monteverdi’s beroemde oer-opera Orfeo: nadat hij Eurydice heeft verloren sterft de bard nu zelf. La morte d’Orfeo was een van maar liefst vier nieuwe producties in het slotweekend van het Opera Forward Festival – een geweldige Audi-erfenis bij DNO.

Het gestileerde chiaroscuro van de enscenering fonkelde, de choreografie van de zangers verried de meesterhand, de spiegeling van openings- en slotscène was vernuftig. Eurydices afwezigheid was van meet af aan zichtbaar, als een bloeiende boom die omgekeerd boven het toneel hing.

Geen voelbaar drama

Toch haalde La morte d’Orfeo niet het niveau van Audi’s Monteverdi-producties, zoals vorig jaar nog de Mariavespers in het Holland Festival en de herneming van Madrigalen. Dat lag vooral aan de opera – die heeft een wisselvallig libretto en hoewel Landi’s muziek prachtig is kan hij aan het muziektheatrale instinct van Monteverdi niet tippen. Neem de uitgesponnen scène waarin Orfeus’ broer hun moeder vertelt over Orfeus’ lot: Audi bracht het terughoudend, maar het bleef gespeeld drama, geen voelbaar drama.

De vele rollen, vertolkt door tien solisten, misten te vaak een duidelijk profiel. De solisten zongen ook de koren en hoewel de cast goed was, ontbrak de pure korale pracht. Christophe Rousset liet Les Talens Lyriques spelen in Landi’s oorspronkelijke, vrij kale bezetting – lovenswaardig authentiek, maar de totaalklank boette wel in aan frisheid.

Bernsteins Trouble in Tahiti

De jonge regisseur Ted Huffman creëerde met de DNO-talentafdeling een vindingrijke double bill, waarbij de tegenstellingen elkaar versterkten. Trouble in Tahiti (1952), Leonard Bernsteins slice of life-realisme over een ongelukkig suburb-echtpaar, was exuberant geënsceneerd. Maar krachtiger was James MacMillans eenakter Clemency (2011). Daarin maakten de felle kleuren plaats voor rokerige schemering en uitgekiende wit-lichteffecten en kreeg de emotioneel verwaarloosde puberzoon uit Trouble in Tahiti een echo in de onvervulde kinderwens van Sarah en Abraham.

Trouble in Tahiti, prelude; BBC 2001

Terroristentrio uit Genesis 18

Clemency is een hervertelling van Genesis 18, waarin drie mannen Sarahs zwangerschap aanzeggen en vervolgens doorreizen om Sodom en Gomorra in as te leggen. Als drievuldige stem van God vormde dit geheimzinnige terroristentrio het duistere hart van de opera. Het werd geweldig vertolkt door Lucas van Lierop, Stefan Kennedy en Alexander de Groot. Hun entree betekende instant dreiging, hun onnavolgbaar vervlochten invocaties grepen je bij de strot. Sarahs cri de coeur aan het slot („Geloof!”) was dubbelzinnig – je kon er hoop uit putten, maar in het licht van Trouble in Tahiti gaapte vooral de leegte. Het Nederlands Kamerorkest speelde uitstekend onder Duncan Ward, met name in MacMillans broeierige strijkersmuziek.

Klapstuk: Stockhausen

Als klapstuk was er zondagavond een voorproefje van Aus Licht, de ruime selectie uit Karlheinz Stockhausens zevendelige operacyclus Licht (1977-2003) die in het Holland Festival 2019 zal worden uitgevoerd. Invasion-Explosion, de tweede akte uit Dienstag, werd geënsceneerd volgens Stockhausens schetsen: een bizarre strijd tussen de rode trombonetroepen van aartsvijand Lucifer en het zilveren trompetleger van aartsengel Michael, uitgevochten te midden van het publiek en omgeven door een zinderend octofoon soundscape. De sf-gekte culmineerde in een wereldvreemde toetsensolo van ‘Synthi-Fou’ in Einstein-vermomming. Maar het hoogtepunt was de piëtascène, een ontroerend quasi-elektronisch duet tussen Eva (sopraan Pia Bohnert) en Michael (Marco Blaauw op flügelhorn). Dat wordt wat, volgend jaar.