Medisch, cosmetisch, wat is het verschil?

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: als maakbaar mens op bezoek bij de huidarts.
Illustratie Eliane Gerrits

Ik leg hier minstens tien keer meer doktersbezoeken af dan in Nederland. Voor elk lichaamsdeel is er een specialist die me jaarlijks wil onderzoeken. Of het nu om mijn botten, darmen, baarmoeder, borsten of hormonen gaat. En dat voor een relatief gezond persoon als ik.

Vandaag ben ik bij de huidarts. Hij brengt alle moedervlekjes, pukkeltjes en plekjes, waarvan ik er overigens weinig heb, in kaart. Hij is een kwieke veertiger met een smetteloze huid en een verdacht frisse oogopslag.

Terwijl hij mijn lichaam inspecteert, vertelt hij zonder enige schroom wat hij zelf allemaal doet om er goed uit te zien. Hormonen om preventief zijn prostaat klein houden en als bonus zijn haargroei op peil. Of is het andersom? Hij noemt nog meer pillen waarvan ik de naam niet ken. En dat zijn alleen nog maar de medicijnen waarvoor hij zichzelf een recept uitschrijft. Verder neemt hij een heel arsenaal aan vitamines, mineralen, chemicaliën en supplementen. En niet te vergeten aspirine, waarvan volgens hem het effect zeer onderschat wordt.

Hij is van plan minstens 150 te worden. „We weten nog maar het topje van de ijsberg om veroudering te voorkomen.”

Hij adviseert me met klem om hormonen ‘bij’ te slikken, de beste preventie voor haren, botten en huid. „Erg belangrijk om er goed uit te blijven zien. Anders word je maar ongelukkig.”

„Je gaat er wel veel van plassen”, zegt zijn assistente, een twintiger die het ook slikt.

„Cholesterol”, vraag ik, „doe je daar iets aan?”

„Ha!”, zegt hij. „Dat probleem heb ik volledig opgelost. Dankzij een enkele pil. Die zet de slechte cholesterol gewoon op nul. Nul! Zal ik je een recept voorschrijven? Het kost wel zo’n 16.000 dollar per jaar.”

„En?”, vraag ik, als hij klaar is met de inspectie. „Daar zit een lelijk plekje”, wijst hij. Ik had het nog niet gezien, maar nu kan ik er niet meer omheen. „Ik kan het laten wegbranden of wegsnijden.”

„Is dat medisch of cosmetisch?”, vraag ik, turend in de handspiegel. Hij kijkt me niet begrijpend aan. „Is er een verschil? Als je er niet goed uitziet, word je depressief. Dat is een ernstig medisch probleem dat zorgt voor fysieke klachten, zoals slecht slapen, hoofdpijn en eetproblemen. Bovendien leidt dat tot relatieproblemen, waarvoor je in therapie moet. Ik voorkom met mijn ingrepen veel doktersbezoeken.”

Zo had ik er nog niet tegenaan gekeken. Hij geeft me een stapel recepten, een aantal monsters van exclusieve crèmes en het besef dat ik een lelijk plekje heb.

Als ik op wil staan, staart hij ineens dringend naar mijn voorhoofd. „Wacht even.” Hij komt terug met een grote spuit in zijn hand. „Zal ik nog even wat botox doen? Het is zo gebeurd. Zie je er meteen een stuk frisser uit.”

Hoogste tijd om te gaan. Niet alleen heb ik een lelijk plekje, ik zie er blijkbaar ook onfris uit.

Deze arts kijkt naar zijn gezondheid als naar het dashboard in de cockpit van een vliegtuig. De overtreffende trap van de maakbare mens. Gewoon wegsnijden, opvullen, afbranden, inslikken, oppeppen en insmeren. En niet te vergeten afrekenen.

Reacties naar pdejong@ias.edu
    • Pia de Jong