Opinie

De echte Defensienota moet nog volgen

Het predicaat Defensienota oogt nogal pretentieus voor het stuk dat minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) en haar staatssecretaris Barbara Visser (VVD) maandag naar de Tweede Kamer hebben gestuurd. Eerder gaat het hier om een administratieve uitwerking van in internationaal (NAVO) verband gemaakte afspraken met de bondgenoten en in nationaal verband in het regeerakkoord met de coalitiegenoten.

Vroegere Defensienota’s hadden vaak als doel een majeure beleidswijziging vorm te geven. Zo was de Prioriteitennota uit 1993 het antwoord op het einde van de Koude Oorlog. Van een puur defensieve krijgsmacht primair bedoeld om het eigen grondgebied te verdedigen werd de omslag gemaakt naar een expeditionaire krijgsmacht. Met als gevolg Nederlandse militaire aanwezigheid in tal van delen van de wereld, ver van het vaderland maar wel in het belang van dat vaderland.

De ‘Verkenningen’ uit 2010 die na een brede discussie in diverse geledingen van de samenleving werden uitgebracht waren bedoeld om het als gevolg van aanhoudende bezuinigingen behoorlijk kaalgeplukte Defensie weer enige structuur te geven. Aan die exercitie ontleent Defensie de metafoor van het Zwitsers zakmes: een organisatie die van alles moet kunnen. Alleen, zo bleek al binnen een jaar, ontbrak het geld voor die ambitie. Het eerste kabinet Rutte bezuinigde nog eens voor één miljard euro op de defensieuitgaven.

Onder druk van de internationale omstandigheden is nu eindelijk terecht de omslag in gang gezet. Waar het vorige kabinet een voorzichtig begin maakte met extra geld kan minister Bijleveld nu geleidelijk aan tot 1,5 miljard euro per jaar toevoegen aan haar begroting die nu nog rond de 8,7 miljard bedraagt. Het lijkt veel, maar kijkend naar alle gespecificeerde uitgaven die in de nieuwe Defensienota staan opgesomd gaat het toch vooral om achterstallig onderhoud. Iets dat hard nodig is getuige het fatale mortierongeval in Mali dat een gevolg bleek te zijn van verouderde munitie.

De defensieorganisatie heeft daardoor te kampen met een ernstige vertrouwensbreuk. Commandant der Strijdkrachten Tom Middendorp sprak hierover vorig jaar bij zijn vervroegde vertrek bittere woorden. Met de opmerking van minister Bijleveld in de inleiding van haar Defensienota dat zij „allereerst” wil gaan „investeren in onze mensen” krijgt hij het signaal dat zijn klacht is gehoord.

De minister wil het vertrouwen in de defensieorganisatie herstellen. Dat zal ook hard nodig zijn. Opmerkelijk in dit verband is dat onder de aanduiding ‘Wat we willen zijn’ de doelstelling een betrouwbare en betrokken werkgever zijn als eerste wordt genoemd. Een krijgsmacht die snel inzetbaar is op alle geweldniveaus staat pas als één van de laatste punten.

De nieuwe Defensienota is vooral een illustratie van de beperkingen waarmee een Nederlandse minister van Defensie kampt. In het grotere geheel van de NAVO is Nederland één van de toeleveranciers van operaties waar mensen en materieel op moeten zijn afgestemd. Dat beperkt de keuzes. Voor de extra uitgaven is zij aangewezen op het regeerakkoord. In 2014 is binnen de NAVO uitgesproken dat in 10 jaar tijd de uitgaven zich moeten bewegen in de richting van de norm van twee procent van het binnenlands product. Met de 1,5 miljard die Defensie nu krijgt zal dat percentage over vier jaar altijd nog maar 1,25 procent bedragen. Bijleveld verwijst niet voor niets naar een nieuwe nota in 2020. Dat zal dan de echte Defensienota moeten zijn.

Lees ook: Er is meer geld voor Defensie, maar veel gaat dat niet helpen

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.