Column

Juich niet te vroeg over verslaan van IS

Europa onderschat de dreiging van IS buiten de eigen grenzen, maar overschat die juist daarbinnen, constateert Carolien Roelants

IS-verdachte in een Koerdisch screeningcentum in Dibis, Irak. FOTO Bram Janssen/AP

Een bizar toeval wilde twee jaar geleden dat een Brusselse denktank een bijeenkomst over ‘Het fenomeen van jihadistische radicalisering’ had georganiseerd op de dag van de zelfmoordaanslagen op Zaventem en het metrostation Maalbeek. Ik was daar toen, net als vorig jaar op de verjaarsbijeenkomst. Dit jaar was de herdenking opgezwollen tot een hele conferentie, compleet met hoge heren en bijbehorende clichés, over ‘De uitdaging van jihadistische radicalisering in Europa en daarbuiten’. Zo sprak de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Reynders die erg trots was op het geweldige Belgische aandeel in de strijd tegen terrorisme en in de alliantie tegen de Islamitische Staat. Daar wordt hij natuurlijk voor betaald, dus nou ja oké.

Maar ik vond wel dat hij en sommige andere sprekers wat te voorbarig waren wat betreft de overwinning op IS, dat wil zeggen het fysieke IS-kalifaat. Ik lees juist in de webpublicatie niqash.org dat er de laatste maand in Irak een aanzienlijke toename is gesignaleerd in het aantal aanslagen door IS-extremisten aan de randen van steden waaruit IS is weggebombardeerd. Niqash, dat schrijft vanuit en over Irak, constateert dat de organisatie zich heeft aangepast aan de nieuwe omstandigheden. De extremisten hadden zich goed voorbereid op de dag na het einde van hun kalifaat, en bijvoorbeeld her en der wapenvoorraden begraven. Het wordt ook duidelijk, aldus Niqash, dat IS’ers wel zware verliezen hebben geleden in de grote steden – denk aan Mosul – maar uit de kleinere steden zijn weggeglipt. Doet mij denken aan 2006-2007, toen IS-voorganger Al-Qaeda-in-Irak scheen te zijn verslagen. In werkelijkheid waren strijders naar huis gegaan waar zij hun wapens onder het matras hadden opgeborgen in afwachting van betere tijden. Die inderdaad kwamen, met het kalifaat als kers op de taart. En dan hebben we het nog niet eens over Syrië. Ik waarschuw maar.

In Irak heeft IS zich aangepast aan de nieuwe omstandigheden

Wat ik wél interessant vond, was een panel over de rol van grassroots organisaties in de strijd tegen radicalisering híér. Met name Cherif El Farri, de directeur van een advies- en preventiecentrum (ceapire.be) had een zinnige bijdrage. Na de aanslagen van Brussel werd deradicalisering booming business, maar Farri’s organisatie is al sinds 2000 actief en heeft in de tussentijd veel ervaring opgedaan. Wat hij onder andere doet is radicale of pre-radicale jongeren ervan proberen te doordringen dat ze zélf moeten denken: ja, dit zegt een religieuze tekst, maar je hebt geen hersens gekregen om die slaafs te volgen.

Het sombere deel van zijn verhaal: dat het nog steeds zo ongelooflijk makkelijk is om propaganda te vinden – Facebook sluit nu wel radicale platforms, maar dan ga je gewoon ergens anders heen. Dat er hier nog steeds meer dan voldoende potentiële aanwas is voor extremisme. En dat de machocultuur van de straat, hiphop en populaire videogames als Call of Duty – „waar je moet moorden, verkrachten, vernietigen” – extremistisch geweld in de hand werkt.

En toen kwam ten bewijze daarvan die aanslag-annex-gijzeling in het Franse dorpje Trèbes, misschien niet in opdracht, maar wel in de sfeer van de IS; één dader en vier dodelijke slachtoffers. In de hele Europese Unie waren er volgens officiële cijfers in 2017 „in relatie tot de Syrisch-Iraakse context” 15 aanslagen, 7 pogingen daartoe en 40 plannen (zie cat-int.org). Dat is natuurlijk hoe dan ook een dreiging van helemaal niks. Maar ja, de psychologie. Zie Trèbes.

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.