Column

Hoe Leefbaar onnodig naar rechts draaide

In 2014 gold de Rotterdamse Leefbaar-voorman Joost Eerdmans als een politiek talent. In de verkiezingsdebatten met PvdA-lijsttrekker Hamit Karakus had hij indruk gemaakt met zijn ontspannen houding en constructieve toon. Niet Haags roepen maar Rotterdams aanpakken, was zijn motto.

Wie wil aanpakken, moet regeren. En wie wil regeren, heeft coalitiepartners nodig. In de campagne maakte hij er dan ook een prioriteit van om de kanalen met andere partijen open te houden. Met succes, want na de verkiezingen wist hij relatief vlot een coalitie te smeden met CDA en D66.

Door openlijk afstand te nemen van Wilders („Ten overvloede: Leefbaar Rotterdam is geen PVV. Uitspraken ‘minder Marokkanen’ verwerp ik, kopvoddentax etcetera idem”) bevestigde hij het beeld van de redelijke populist, de man op rechts met wie wél zaken te doen zijn. Er werd zelfs al gespeculeerd over een overstap naar de landelijke politiek. Maar, zo verklaarde hij, dat was van later zorg. Eerst wilde hij in Rotterdam een tweede termijn in het college dienen, daarna zag hij wel verder.

Geen vuiltje aan de lucht dus. Totdat Wilders in het voorjaar van 2017 bekend maakte bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen ook mee te willen doen in Rotterdam. Het plaatste Eerdmans voor een duivels dilemma. Vanaf het begin hadden er twee zielen in de borst van zijn partij bestaan.

De pragmatische stroming, waartoe hij zelf ook behoorde, werd belichaamd door fractieleider Ronald Buijt. De dogmatische vleugel, waar in de beginjaren ook openlijk extreemrechtse politici als Michiel Smit bij zaten, stond onder aanvoering van Leefbaar-oprichter en PVV-senator Ronald Sörensen.

Eerdmans kon een confrontatie met Wilders onmogelijk uit de weg gaan. Maar als hij te nadrukkelijk afstand van hem zou nemen, dreigde hij een deel van zijn eigen partij van zich te vervreemden. Wat te doen?

Het duivels dilemma leidde uiteindelijk tot een Faustiaans pact. Eerdmans verbond zijn politieke lot aan dat van de uiterst-rechtse nieuwkomer, het Forum voor Democratie van de politieke dandy Thierry Baudet. Hij accepteerde de rassentheoretische bagage en lanceerde zijn campagne via een gezamenlijk optreden met de FvD-voorman. Bij die gelegenheid kwam hij ook met een omstreden pleidooi voor een vestigingsverbod voor nieuwe islamitische slagerijen: „Het is weer tijd voor de Hollandse groenteboer!” Het optimisme van 2014 maakte plaats voor zwartgallige retoriek. Leefbaar oreerde opeens tegen „de steeds verder oprukkende islamisering” en waarschuwde voor een „Mekka aan de Maas”.

Eerdmans bleef uiteindelijk veruit de grootste, maar verloor naast drie zetels ook zijn reputatie van pragmaticus. Tot overmaat van ramp deed coalitiegenoot D66 hem in de ban vanwege het omarmen van het rassenvertoog van Baudet en het presenteren van discriminerende voorstellen. Zonder D66 kan hij onmogelijk een meerderheidscoalitie formeren. Hij moet dus opnieuw kiezen. Gaat hij de breuk lijmen door zijn excuses aan te bieden voor zijn extreme campagneuitspraken en openlijk afstand te nemen van Baudet? Of weigert hij te buigen, daarmee het risico lopend om in de oppositie te belanden? Welke optie hij ook kiest, winst valt er voor Eerdmans niet meer te behalen. Zijn reputatie is beschadigd, de glans van 2014 is er voorgoed vanaf. En het ironische: de PVV bleek uiteindelijk in Rotterdam niet de gevreesde staaf politiek dynamiet maar een losse flodder. Het pact met Baudet, de draai naar uiterst rechts: het was allemaal niet eens nodig. Tel uit je verlies, Joost.

Joshua Livestro is hoofdredacteur van opiniesite Jalta.nl. Dit is zijn laatste column voor NRC.