Hij bracht een miljoen kinderen klassiek bij

José Abreu (78) gaf in Venezolaanse sloppenwijken zijn model voor muziekonderwijs vorm. Hij kreeg hiervoor de Erasmusprijs.

José Abreu (1939-2018) Foto AP

Oprichter van het netwerk van kinder- en jeugdorkesten ‘El Sistema’ José Abreu is zaterdag op 78-jarige leeftijd overleden. Abreu zette in 1975 in Venezuela een sociaal programma op met muziekonderwijs voor kinderen uit sloppenwijken. Het werd later in ongeveer zestig landen overgenomen. Ongeveer een miljoen kinderen kwamen via het programma in contact met klassieke muziek.

Aan de basis van zijn muziekonderwijs stond het idee dat sociale problemen en armoede aangepakt kunnen worden door kinderen samen muziek te laten maken. Muziek, aldus Abreu, verlicht armoede maar zorgt ook voor wederzijds begrip en solidariteit. De koren en orkesten werden wereldwijd bekroond met internationale prijzen. In 2010 ontving Abreu uit handen van prins Willem-Alexander de Erasmusprijs.

Abreu was in de jaren zestig student economie en studeerde tegelijkertijd af als componist en organist van het Nationaal Conservatorium van Venezuela. Hij werkte als hoogleraar en was een tijdlang afgevaardigde in het Venezolaans Congres.

Recent kwam Abreu in opspraak door zijn banden met president Nicolás Maduro, de Venezolaanse socialist die ervan wordt beschuldigd de oppositie structureel buitenspel te zetten. „De Venezolanen die zoveel van je houden, huilen om dit verlies”, schreef de president zaterdag op sociale media. In Venezuela zijn drie dagen van nationale rouw afgekondigd.

In een recent boek over ‘El Sistema’ werd de muzikant beschreven als visionair maar ook als gevreesde autocraat. Het netwerk zou verbonden zijn met corruptie op hoog politiek niveau en tussen muziekdocenten en leerlingen zou seksueel misbruik hebben plaatsgevonden. Kort na de publicatie van het boek ging Abreu met pensioen. Vorig jaar werd bekend dat de organisatie loog over zijn doctoraat. Op de website van ‘El Sistema’ was te lezen dat Abreu in economie gepromoveerd zou zijn. Persbureau AP ontdekte dat dit onwaar was. (NRC)

    • Maartje Geels