Recensie

Grote lijnen zoek in ‘Tripelconcert’

Het Radio Filharmonisch Orkest slaagde er niet in om de mozaïek van klankvelden in het ‘Tripelconcert’ tot een geheel te smeden.

Foto Marco Borggreve

De werkenlijst van Sofia Goebajdoelina telt flink wat stukken voor bajan, de traditionele Russische knoppenaccordeon. Veel daarvan werden in première gebracht door de Zwitserse accordeoniste Elsbeth Moser. Zo ook het Tripelconcert (2016) voor bajan, viool en cello, dat vrijdag voor het eerst in Nederland te horen was. Celliste Harriet Krijgh en de Letse violiste Baiba Skride tekenden voor de overige twee solopartijen.

„Een kosmisch drama”, zo omschrijft Goebajdoelina haar Tripelconcert dat grossiert in religieuze symboliek. Uit helse mengsels van contrabassen, tuba’s en een laag grommende bajan kronkelen viool- en cellolijnen omhoog. Triangel, celesta en fluiten stralen als een gouden aureool op een orthodox icoon.

Een verbindend chromatisch solomotief kan niet verhinderen dat de partituur vooral een mozaïek van klankvelden vormt. Zo staan decibelrijke tuttisecties pal naast kamermuzikale passages voor het solistentrio. Onder dirigent Dima Slobodeniouk slaagde het Radio Filharmonisch Orkest er niet altijd in om uit die fragmenten een dwingend geheel te smeden. Daarbij hielp niet dat de klankbalans aanvankelijk niet optimaal was, al werd die gaandeweg het stuk beter. Aan de solisten lag het niet. Die opereerden overtuigend als drieëenheid en speelden afzonderlijk sterk. Krijgh imponeerde met expressief, in de snaren klauwend spel en fel schurende aanzetten.

In de Zevende symfonie van Dmitri Sjostakovitsj was Slobodeniouks greep op de grote vorm uitmuntend. Getuige het eerste deel, waarin de componist een opgetogen marsje langzaam laat ontaarden in een verpletterend oorlogstumult. Slobodeniouk begon de metamorfose in nauwelijks hoorbare fluisterdynamieken om gaandeweg maximaal te kunnen opschakelen en toonde naar het einde toe lef met vrijmoedige, maar effectieve tempoversnellingen.