Frankrijk is niet langer ‘de zieke man van Europa’

Hervormingen Voor het eerst in tien jaar ligt het Franse tekort onder de Europese bovengrens. Macron is nog niet klaar met hervormen.

Ondanks stakingen blijft de Franse regering doorgaan met hervormen en bezuinigen. Foto Philippe Lopez / AFP

Om de Europese Unie en de eurozone te kunnen hervormen, moet Frankrijk eerst zelf weer een monetair betrouwbare partner zijn. Emmanuel Macron zei het in 2017 bij iedere campagnebijeenkomst. Daarvoor moest het land zo snel mogelijk onder de in het stabiliteits- en groei-pact afgesproken begrotingstekort van 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) komen. Dat punt heeft hij in het eerste jaar van zijn presidentschap bereikt.

Maandag kwam statistisch bureau Insee met het verlossende nieuws. Uit nieuwe cijfers blijkt dat het Franse tekort in 2017 voor het eerst in tien jaar onder de Europese bovengrens ligt. En ruimer dan gedacht. Terwijl de regering rekening hield met -2,9 procent, is vooral dankzij gunstige belastingopbrengsten het tekort nog iets verder teruggelopen, tot 2,6 procent van het bbp. In 2015 kreeg Frankrijk van de Europese Commissie een laatste waarschuwing voordat daadwerkelijk strafmaatregelen genomen konden worden.

Geloofwaardigheid

Dat succes kantelt het beeld van het land, zei minister van Europese Zaken Nathalie Loiseau maandag op vragen van NRC. „Frankrijk werd gezien als de zieke man van Europa, als een land dat niet kan hervormen omdat de bevolking niet zou meegaan. Maar die fataliteit is ontzenuwd door de recente hervormingen”, zei ze. „In het werk met onze Europese partners merk ik dat de geloofwaardigheid van Frankrijk terug is.”

Het kleinere tekort is niettemin vooral te danken aan de betere conjunctuur. De Franse economie groeide in 2017 volgens de laatste berekeningen 2 procent. Hervormingen van de arbeidsmarkt en lastenverlichting voor bedrijven onder Macrons voorganger François Hollande hebben daaraan bijgedragen.

Lees ook: De erfenis van stille hervormer Hollande

Maar Macron heeft ook impopulaire maatregelen moeten nemen om enkele niet gedekte cheques uit de nadagen van Hollandes presidentschap te compenseren. Net na zijn aantreden verraste de Franse Rekenmaker de nieuwe president met 8 miljard euro aan niet begrote uitgaven in Hollandes laatste jaar. Die zou onherroepelijk leiden tot een nieuwe overschrijding van de grens. Een verlaging van de huurtoeslag voor lage inkomens leidde tot verzet, maar ging uiteindelijk wel door. Daarnaast is fors gesneden in gesubsidieerd werk.

Een volgende onwelkome verrassing kwam in oktober 2017, toen een door Hollande in 2012 ingevoerde belasting voor bedrijven op uitgekeerde dividenden door het Constitutionele Hof met terugwerkende kracht ongrondwettelijk werd verklaard. Om de inmiddels ontvangen 10 miljard euro terug te kunnen betalen, werd tijdelijk voor de allergrootste ondernemingen – die met een omzet boven het miljard – de vennootschapsbelasting verhoogd. Minister van Financiën Bruno Le Maire appelleerde destijds aan de „gemeenschapszin” van bedrijven.

Ondanks het goede nieuws reageert de Franse regering behoedzaam. „Dit is niet het eind van onze inspanningen om de boekhouding op orde te krijgen”, zei Le Maire maandag op radiozender France Info. Voor het laatst in 1974 had Frankrijk een begrotingsoverschot. „Een tekort blijft een tekort”, zei hij.

En dat heeft zijn effect op de staatsschuld: die is naar een nieuw record van 97 procent van het bbp gestegen. De Franse eurocommissaris Pierre Moscovici (Financiën) wees er maandagochtend fijntjes op dat dát percentage nog hoog boven de in het stabiliteitspact afgesproken grens van 60 procent ligt. In absolute zin zijn de overheidsuitgaven ook weer gestegen: 2,5 procent. „We blijven meer geld uitgeven dan we hebben”, erkende Le Maire. „Als de groei goed is, moet je publieke uitgaven terugbrengen om een minder gunstige internationale conjunctuur aan te kunnen.”

Het stond in zijn programma

Daarmee nam hij vast een voorschot op de sociaal onstuimige lente die in Frankrijk in het verschiet ligt. Na een eerste grote stakingsdag, afgelopen donderdag, hebben vakbonden nieuwe protesten aangekondigd. Gepensioneerden en leraren protesteren tegen hun verminderde koopkracht, medewerkers van publieke ziekenhuizen tegen hun verslechterde werkomstandigheden en spoorpersoneel wil behoud van gunstige arbeidsvoorwaarden.

Maar bezuinigingen en hervormingen blijven nodig „niet voor de Europese Commissie maar voor de Fransen”, zei Le Maire. Daar is volgens Loiseau draagvlak voor. „Burgers wisten dat Macron zou hervormen, het stond in zijn programma.”

Want ondanks de aantrekkende economie is de werkloosheid met 8,9 procent nog altijd hoog. De privésector creëerde in Frankrijk in 2017 weliswaar 277.000 banen, maar in de publieke sector verdwenen arbeidsplekken, vooral bij gesubsidieerd werk. Het inzetten van werkzoekenden voor klusjes op scholen en bij plantsoenendiensten was volgens Macrons minister van Arbeid Muriel Pénicaud louter een poging (van Hollande) om werkloosheid „statistisch aan te pakken”. Zij presenteerde onlangs hervormingen van de beroepsscholing en strengere regels voor werklozen. Die mogen niet meer zomaar een baan weigeren die verder dan 30 kilometer van huis ligt of minder betaald wordt dan eerder werk.

    • Peter Vermaas