Er is meer geld voor Defensie, maar veel gaat dat niet helpen

Toekomst Defensie Minister van Defensie Ank Bijleveld heeft meer budget dan haar voorgangers, maar er valt veel te repareren. De NAVO-norm blijft ver weg.

Foto Marcel van Hoorn

Wie hoopte op een Defensienota vol investeringen in nieuwe wapens en vergezichten over de internationale inzetbaarheid van de Nederlandse krijgsmacht werd dinsdag teleurgesteld. Qua toekomstvisie op hoe defensie met extra geld Nederland en de wereld veiliger gaat maken, hebben de plannen die minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) en staatssecretaris Barbara Visser (VVD) voor deze kabinetsperiode presenteerden weinig om het lijf.

De nota, Investeren in onze mensen, slagkracht, en zichtbaarheid, is vooral een intern gebaar. De veiligheid van militairen, hun uitrusting, de kwaliteit van de spullen waarmee zij moeten werken en hun arbeidsvoorwaarden hebben de komende jaren prioriteit. Het herstel van vertrouwen van het Defensiepersoneel in hun eigen organisatie is „misschien wel de belangrijkste uitdaging de komende jaren”, zei Bijleveld op de Koot-kazerne in het Gelderse Stroe.

Lees ook het commentaar: De echte Defensienota moet nog volgen

Bijleveld is de eerste Defensieminister in decennia die substantieel meer budget heeft. Rutte III investeert structureel anderhalf miljard euro, waardoor de Defensiebegroting deze kabinetsperiode stijgt naar ruim tien miljard. Maar voordat er sprake kan zijn van zichtbare groei, grotere of meer buitenlandse missies en spectaculaire wapensystemen, moet de nieuwe minister eerst heel veel achterstallig onderhoud repareren. Onderhoud aan materieel: de voertuigen Bushmaster-, Fennek-, CV90- en pantserhouwitser, de Apache gevechtshelikopter en verschillende grote schepen die de afgelopen jaren met noodverbandjes bij elkaar werden gehouden, worden gemoderniseerd. Maar vooral onderhoud aan het moreel van het personeel.

Militairen hebben de afgelopen jaren geleden onder de financiële malaise bij Defensie. Er werd bezuinigd op opleidingen en trainingen. Door gebrek aan onderdelen werden voertuigen niet gerepareerd en onbruikbaar. Uitrustingen en schoenen voldeden niet voor de missies die militairen ermee moesten uitvoeren. En pas eind vorig jaar werd voor het eerst in vier jaar een nieuwe cao gesloten.

De vier procent loonsverhoging die daarin werd afgesproken slokt een groot deel van het extra defensiebudget op. Maar Bijleveld en Visser beloven meer wat militairen rechtstreeks tegemoetkomt. Ze willen investeren in interne gezondheidszorg, opleidingen en deeltijdwerk. Kazernes die zouden sluiten blijven open. Overal komt draadloos internet. En de persoonlijke uitrusting, gevechtsvesten en handwapens, worden vernieuwd.

Bijleveld moet bij uitstek het vertrouwen van militairen terugwinnen die zich onveilig voelen. Onderzoeken naar dodelijke incidenten in Mali en tijdens een oefening op een schietbaan in Ossendrecht lieten zien dat Defensie de veiligheid van het eigen personeel onvoldoende waarborgt. De minister belooft wat dat betreft „een organisatie die leert van fouten”.

Ze neemt ook een gratis, maar voor militairen meer dan symbolische maatregel: zij mogen weer in uniform over straat. Sinds 2014 bestond een uniformverbod, omdat werd ingeschat dat één of meerdere militairen in het openbaar gevaar zouden lopen. Het dreigingsbeeld is niet veranderd, maar militairen moeten weer zichtbaar zijn in de samenleving, en trots mogen zijn op hun uniform.

De enorme aandacht voor personeel komt mede uit economische noodzaak. Als de economie groeit kost het Defensie erg veel moeite om personeel te werven en te houden. Elders in de maatschappij is immers meer te verdienen voor minder gevaarlijk werk. Het nieuws over slechte arbeidsvoorwaarden, haperend materieel en dodelijke incidenten helpen Defensie niet om zich te presenteren als aantrekkelijke werkgever.

De stijgende welvaart zit Bijleveld ook dwars in haar doelstelling om dichter bij de NAVO-norm te komen. Die schrijft lidstaten voor 2 procent van hun bruto binnenlands product aan de krijgsmacht uit te geven. Dit jaar haalt Nederland 1,29 procent, maar ondanks stijgende uitgaven zakt dat percentage in deze kabinetsperiode tot 1,25 procent.

Grote materiële investeringen, zoals in nieuwe onderzeeboten, komen slechts zijdelings aan bod in de Defensienota. „Dat is misschien atypisch, maar we hebben er heel bewust voor gekozen om in deze nota vooral voor onze mensen te staan.” Bijlevelds streven is om bij haar vertrek de krijgsmacht weer up and running te hebben. Dan is het aan haar opvolger om nieuwe spullen en nieuwe missies binnen te halen. En misschien een stapje te zetten richting de NAVO-norm.

Mmv Bastiaan Nagtegaal