Defensie wil weer betrouwbaar worden

Maandagmiddag presenteerde de minister van Defensie de Defensienota. Het extra geld wordt vooral geïnvesteerd in achterstallig onderhoud - van materieel en personeel.

Militaire voertuigen worden aan boord van treinen geladen, die ze naar Polen vervoeren om deel te nemen aan een grote militaire oefening. Foto: Vincent Jannink/ANP

Toekomstperspectief begint bij achterstallig onderhoud. Dat is de strekking van de Defensienota die minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) en staatssecretaris Barbara Visser (VVD) maandag te midden van militaire vlieg- en voertuigen hebben gepresenteerd op de Koot-kazerne in Stroe, Gelderland.

De anderhalf miljard euro die Rutte III na decennia van bezuinigingen investeert in de krijgsmacht, gaat vooral naar salarisverhoging voor het personeel en het oplappen van het bestaande materieel. Geld voor grote nieuwe investeringen, extra vliegtuigen, of grootschalige missies is er nauwelijks.

Het grootste deel van het extra te besteden geld, structureel 825 miljoen, gaat naar ‘investeringen in de modernisering’ van de krijgsmacht. Het meeste geld gaat naar de marine, waar zowel fregatten als onderzeeboten moeten worden vervangen. Er komt geen extra geld om meer JSF-straaljagers te kopen, zoals de luchtmacht had gewild. Net zomin wordt er concreet geïnvesteerd om meerdere missies tegelijk te doen. Defensie zou naast de huidige missies in Mali, Irak en Afghanistan geen troepen meer kunnen uitzenden.

Defensie komt met het extra budget bij lange na niet in de buurt van de NAVO-norm. Die vraagt van lidstaten 2 procent van hun bruto binnenlands product aan de krijgsmacht uit te geven. Dit jaar geeft Nederland 1,29 procent uit. Omdat de economie sneller groeit dan de defensieuitgaven, daalt dat percentage in deze kabinetsperiode tot 1,25 procent.

Leren van fouten

In de maandag gepubliceerde Defensienota (‘Investeren in onze mensen, slagkracht en zichtbaarheid’) maakt het kabinet duidelijk dat defensie weer betrouwbaar wil zijn. Een betrouwbare partner voor internationale bondgenoten, betrouwbaar wakend over de veiligheid van de samenleving en vooral betrouwbaar tegenover het eigen personeel, waaronder veel onvrede leeft.

Het defensiepersoneel had tot vorig jaar vier jaar lang geen cao. Ze moeten werken met materieel dat op z’n laatste benen loopt of helemaal niet meer functioneert. Maar vooral dodelijke ongevallen, in Mali en op een schietbaan in Ossendrecht, gaven militairen het gevoel letterlijk niet veilig te zijn binnen hun eigen organisatie. „Daarom brengen we de organisatie op orde, ook op het gebied van veiligheid. Dat kost tijd, vraagt volharding en verandering van cultuur”, schrijven de bewindslieden. Ze beloven ook: „We worden een organisatie die leert van fouten.”

Om de trots op en zichtbaarheid van de organisatie te bevorderen, werd op maandagochtend al bekend dat het in 2014 afgekondigde uniformverbod wordt opgeheven. Het argument dat het gevaarlijk zou zijn voor militairen om in uniform over straat te gaan, blijkt vervallen. Op een krapper wordende arbeidsmarkt moet defensie er alles aan doen om personeel te behouden en, vooral technisch, personeel te werven.

Wat betreft wapensystemen heeft het verbeteren van wat defensie in huis heeft de prioriteit boven nieuwe spullen. De Bushmaster (pantserwielvoertuig), de Fennek (gepantserd verkenningsvoertuig), de CV90 (infanteriegevechtsvoertuig), de Pantserhouwitser, de Apache (gevechtshelikopter), het amfibisch transportschip en de hydrografische opnemingsvaartuigen worden gemoderniseerd.

    • Emilie van Outeren