Bedachtzaam politicus die talloze Joodse kinderen redde

De op 107-jarige leeftijd overleden Johan van Hulst bleef zijn hele leven een onderwijzer.

Johan van Hulst in 2012 Evert-Jan Daniels/ANP

Tot op hoge leeftijd klonk zijn langzame, bedachtzame stem als een klok. Zijn leven lang bleef hij de onderwijzer die wilde dat ook de zwakste leerling achter in de klas hem goed begreep.

Afgelopen donderdag, 22 maart, overleed de pedagoog, politicus en schaker Johan Wilhelm van Hulst, zo maakte zijn familie bekend. Hij werd op 28 januari 1911 geboren als zoon van een Nederlands-hervormde meubelstoffeerder in Amsterdam. Na de kweekschool (‘de universiteit van de gewone man’) werd hij in 1929 onderwijzer, eerst in Oudewater en later in Utrecht. Na het behalen van diverse aktes werd hij leraar geschiedenis en Nederlands aan verschillende scholen in Amsterdam en omgeving.

In 1942 werd hij benoemd tot directeur van Hervormde Kweekschool (voorloper van de pedagogische academie) aan de Plantage Middenlaan tegenover de Hollandsche Schouwburg. Daar werden toen Amsterdamse Joden bijeengedreven voordat ze op transport werden gesteld naar Westerbork. Met gevaar voor eigen leven zorgde Van Hulst ervoor dat Joodse baby’s werden gered via zijn school, waarvoor hij in 1973 de Yad Vashem-onderscheiding ontving.

In een EO-radioprogramma in de zomer van 2008 relativeerde hij zijn oorlogsactiviteiten: „Duizenden werden er weggevoerd. Hoevelen hebben we kunnen redden? Minimaal vijfhonderd. Is dat veel? Nee, veel te weinig.”

Op het feit dat zijn naam niet voorkomt in het standaardwerk dat dr. Lou de Jong over de Tweede Wereldoorlog schreef, reageerde Van Hulst laconiek. De Jongs beeld van de oorlog werd gestempeld door zijn verblijf in Londen en daar paste dit niet bij. „Ik vermoed dat hij het niet uit zijn pen heeft kunnen krijgen dat een lid van de CHU in het verzet nog enige betekenis heeft gehad.”

In 1960 werd hij wetenschappelijk medewerker aan de Vrije Universiteit, waar hij een jaar later promoveerde op een pedagogisch onderwerp. In 1963 volgde hij er de in protestants-christelijke kring legendarische prof. Jan Waterink op als hoogleraar pedagogiek. Hij heeft deze functie tot zijn pensionering in 1976 bekleed.

Lees ook het interview met Van Hulst uit 2011: 'Ik wilde nooit de held spelen'

Ook politiek was Van Hulst actief, als partijvoorzitter en als parlementariër. In 1956 werd hij tot lid van de Eerste Kamer gekozen voor de Christelijke Historische Unie, een van de drie partijen die later zou opgaan in het CDA. In 1968 werd hij fractievoorzitter van de CHU. Na de totstandkoming van het CDA in 1977 zou hij die functie nog vier jaar blijven bekleden. Van 1961 tot 1968 was hij ook lid van het Europees Parlement.

Van Hulst was zijn leven lang ook een fervent schaker. Hij was een vaste deelnemer aan het Hoogovens (later Corus-, Tata-) schaaktoernooi in Wijk aan Zee. In 2011 deed hij voor de 32ste keer mee. In 2010 werd hij met oud-senator Jan Nagel nog gedeeld eerste in de poule voor oud-parlementariërs.

    • Herman Amelink