Profiel

Abdel-Fattah al-Sisi

Stem op Sisi, want er is niemand anders

De Egyptische president Sisi begon gematigd, maar na vier jaar is de repressie toegenomen en hebben Egyptenaren het moeilijker dan ooit. „Niets is ooit zijn fout, het zijn altijd de anderen.”

‘Ik zweer bij god: ik had niets liever gehad dan dat er 1, 2, 3 of zelfs tien tegenkandidaten waren geweest”, zei Abdel-Fattah al-Sisi vorige week in een veelbekeken tv-interview.

De president doelde op het gebrek aan keuze wanneer de Egyptenaren deze week naar de stembus gaan. Dat Sisi die verkiezingen opnieuw gaat winnen staat vast: alle serieuze tegenkandidaten zijn gearresteerd, of hebben zich teruggetrokken na intimidatie, of die van hun medewerkers.

Uren voor de deadline stelde Moussa Mostafa Moussa, leider van de Ghad-partij, zich alsnog kandidaat. Moussa is een geweldige fan van Sisi. Tot hij zich kandidaat stelde, hielp hij Sisi-meetings organiseren. In interviews heeft hij gezegd dat zijn kandidatuur een vaderlandse plicht is: Sisi alleen zou slecht zijn voor het imago van Egypte.

In het interview legde Sisi de schuld voor het gebrek aan kandidaten bij de oppositiepartijen zelf. „We hebben meer dan 100 partijen. Laat ze dan iemand nomineren. Maar we zijn niet klaar, en dat is jammer.”

Lees ook: Egyptenaren hebben maar één keuze: president Sisi

Dat is typisch Sisi’s stijl, zegt de Egyptisch-Amerikaanse Timothy Kaldas, verbonden aan het Tahrir Institute for Middle East Policy, vanuit Kairo. „Niets is ooit zijn fout, het zijn altijd de anderen geweest. Die valse bescheidenheid ook: hij doet het voor het vaderland, en er is niemand anders die de baan aankan.” Zogenaamd.

Sisi sloeg dezelfde toon aan toen interviewster Sandra Nashaat hem confronteerde met ‘gewone’ Egyptenaren middels een tien minuten durend filmpje. Verschillende mensen willen eerst niet meedoen: ze zeggen dat ze bang zijn om in de cel te belanden.

Sisi antwoordt zonder blikken of blozen dat zij zich vergissen: „Mensen moeten kunnen zeggen wat zij denken. Ik heb daar geen probleem mee.” En dan suggereert hij dat het hun eigen fout is als mensen denken dat zij hun mening niet mogen zeggen.

„Als men blijft herhalen dat de politie mensen oppakt, dan ontstaat er een klimaat waarin mensen geloven dat ze niet vrijuit kunnen spreken. De waarheid is dat dit niet gebeurt, of tenminste: het is geen richtlijn.” Volgens Kaldas beschouwt Sisi daarmee „de mensen als debielen”. Volgens hem weet elke Egyptenaar dat het niet waar is.

Waanzinnig populair

Dat Sisi bij zijn verkiezing in 2014 waanzinnig populair was, lijdt geen twijfel. Een jaar eerder had hij zijn voorganger Morsi van de Moslimbroederschap afgezet, nadat miljoenen Egyptenaren tegen diens bewind de straat op gingen. Sisi was de redder van het vaderland.

De nu 63-jarige Sisi was een carrière-soldaat die gestadig opklom in de rangen zonder veel potten te breken. In 2006 studeert hij aan het War College in Pennsylvania. Mensen die hem daar hebben gekend, herinneren zich hem als „religieus maar niet fanatiek”, een ernstige student die zijn thesis wijdde aan de noodzaak – én de gevaren – van democratische hervormingen in het Midden-Oosten.

Wanneer Mubarak in februari 2011 ten val komt, is Sisi hoofd van diens militaire inlichtingendienst. Hij wordt het jongste lid van de Hoge Raad van de Egyptische Strijdkrachten in de periode dat het leger zelf het land probeert te runnen.

Ironisch genoeg is het Morsi zelf die Sisi in 2012 benoemt tot stafchef van het leger. Morsi moet in de vrome Sisi een bondgenoot hebben gezien, een buffer ook tegen de oude garde van het leger die Morsi’s Moslimbroederschap altijd als de vijand had beschouwd.

Lees ook: Sisi krijgt op valreep tegenstander bij presidentsverkiezingen

Vier jaar na zijn verkiezing is Sisi’s populariteit moeilijk in te schatten. Maar de wittebroodsweken zijn voorbij, zegt Kaldas. „Je hebt een harde kern Sisi-aanhangers die hem door dik en dun steunt, en je hebt een groep die wel teleurgesteld is in Sisi maar die geen alternatief ziet. Het is duidelijk dat hij aan populariteit heeft ingeboet.”

In Sisi’s voordeel pleit dat hij bij zijn aantreden geen luchtkastelen heeft verkocht. In zijn eerste speech spreekt hij de natie toe als een strenge vader. Hij waarschuwt de Egyptenaren dat zij offers moeten brengen. Hij geeft het voorbeeld door de helft van zijn salaris in een fonds voor de ontwikkeling van Egypte te storten. Dat hij zelf van bescheiden afkomst is – zijn vader had een antiekwinkel voor toeristen – maakt hem sympathiek.

Maar na vier jaar Sisi is het leven van de Egyptenaar moeilijker dan ooit. Dat heeft veel te maken met de devaluatie van het Egyptische pond en het afschaffen van een aantal geldverslindende subsidies – moeilijke beslissingen die Sisi moest nemen om in aanmerking te komen voor een IMF-lening. „Wat de mensen zien, is dat hun koopkracht onder Sisi is gedaald”, zegt Kaldas.

Van een strenge, naar een boze vader

Gaandeweg is Sisi van een strenge, een boze vader geworden. Wanneer de bijdragen voor zijn ‘Leve Egypte’-fonds tegenvallen, beveelt hij de Egyptenaren die het zich kunnen veroorloven om elke dag tien pond te storten via hun telefoon. Slechts weinigen geven daar gehoor aan. Zijn toon wordt steeds dreigender. „Luister naar niemand anders dan mij”, brult hij in 2016. „Stel mijn geduld niet op de proef. Eenieder die de staat kwaad wil berokkenen, zal ik van deze aarde verwijderen.”

Dat de repressie onder Sisi erger is dan onder Mubarak of Morsi, is door het ene rapport na het andere aangetoond. Veel Egyptenaren zagen dat als een goede zaak. In 2013 had een volgelopen Tahrirplein Sisi enthousiast het „mandaat tegen het terrorisme” gegeven waarom hij vroeg.

Maar de strijd tegen het terrorisme was bij Sisi’s aantreden grotendeels beperkt tot het Sinaï-schiereiland; de voorbije jaren hebben de aanslagen zich juist uitgebreid en verplaatst naar het vasteland, met name tegen koptische kerken. En de repressie beperkt zich al lang niet meer tot de Moslimbroederschap, nu verboden.

Veel burgeractivisten zijn in de cel beland. De politie jaagt ook op homoseksuelen, terwijl het parlement een wet voorbereidt om het atheïsme strafbaar te maken.

„Met de repressie is ook de straffeloosheid teruggekeerd waarmee de politie in de wijken optreedt”, zegt Kaldas. „Af en toe zie je dat de woede daarover overkookt, zoals toen een politieman in Kairo een kelner doodschoot omdat hij zijn thee te duur vond.”

In dit klimaat is zelfs de grootste Sisi-fan niet veilig. Dat mocht tv-presentator Khairy Ramadan ondervinden. Ramadan, die bekend staat als regeringsgetrouw, had in februari de vrouw van een politieman geïnterviewd die zei dat ze moeite heeft om elke maand rond te komen. Een onschuldig item op het eerste gezicht. Maar op 1 maart zei Sisi dat het beledigen van leger en politie voortaan als landsverraad zou worden beschouwd. Daags nadien werd Ramadan gearresteerd.

    • Gert Van Langendonck