Saoediërs zijn nog niet klaar voor een beursgang

Beursweek Deze rubriek belicht beursfondsen of bedrijven die in de belangstelling staan. Dit keer: oliebedrijf Aramco.

Foto Hamad I Mohammed/Reuters

Het had de grootste beursgang van het jaar moeten worden. De grootste ooit zelfs, met ruime voorsprong. Want de Saoedische regering mag dan slechts 5 procent van staatsoliebedrijf Aramco in de verkoop doen, bij een geschatte marktwaarde van om en nabij de twee biljoen dollar (ruim 1,6 biljoen euro) is dat nog altijd een belang van 100 miljard. Vier keer zo veel als het vorige record.

Gemikt werd op de tweede helft van dit jaar, zo kondigde topman Amin al-Nasser begin 2017 al aan. „Daar hebben we altijd op ingezet”, zei de Saoediër. Inmiddels wordt binnen de olie-industrie steeds meer getwijfeld of Aramco die planning nog wel gaat halen. Zakenkrant Financial Times meldde onlangs op basis van bronnen dat de beursgang pas in de loop van volgend jaar plaatsvindt.

Afgelopen donderdag reageerde de Saoedische minister van olie, Khalid al-Falih, op die geruchten. Hij liet in een gesprek met persbureau Reuters weten dat een beursgang in 2018 wat hem betreft nog zeker niet „uit zicht” is. Maar zien kenners van de sector dat ook zo? Of verwachten zij dat Riad er uiteindelijk toch voor kiest de plannen een jaartje op te schuiven?

‘Olieprijs is niet stabiel’

Espen Erlingsen van het Noorse Rystad, een onderzoeksbureau gericht op de energiesector, gaat uit van dat laatste. Hij merkt op dat Aramco veel papierwerk moet afronden. „Ze zijn nog niet klaar met de voorbereidingen”, aldus Erlingsen. „Er moeten nog vooruitzichten komen, en marktanalyses en juridische documenten. Ze zijn daar minder ver mee dan we hadden verwacht.”

Daarnaast speelt natuurlijk de olieprijs mee: hoe beter die markt er voor staat, hoe meer beleggers willen betalen voor aandelen in een oliebedrijf. Voorlopig lijkt het er echter op dat beleggers het prijskaartje van 2 biljoen euro wat té optimistisch vinden. De meeste analisten die zich aan een voorspelling waagden, kwamen aanmerkelijk lager uit: Erlingsen op 1,2 tot 1,5 biljoen bijvoorbeeld.

Samen met andere olielanden beperkt Saoedi-Arabië bewust de olieproductie, in een poging de prijs omhoog te krijgen. De aankomende beursgang van Aramco speelt daarbij mee.

Een tweede reden voor uitstel is dus dat de Saoedische regering wacht op een hogere, stabielere olieprijs. Volgens bronnen van Reuters zou Riad daarbij niet zozeer naar de dagprijs kijken, maar naar een gemiddelde prijs over een langere periode: die moet op 70 dollar per vat uitkomen. Het afgelopen jaar kostte een vat Noordzeeolie (Brent) gemiddeld ruim 56 dollar.

Dat het gemiddelde zo laag is, komt overigens vooral door vorig jaar. In de eerste maanden van 2018 kwam de olieprijs al dicht in de buurt van de 70 dollar. Hans van Cleef, specialist op het gebied van energie bij ABN Amro, verwacht dat dat de komende kwartalen zo blijft. Maar stabiel kun je de prijs zeker niet noemen, zegt Van Cleef. „Het is nog steeds mogelijk dat de olieprijs even 15 dollar omhoog of omlaag schiet.”

In New York of in Riad?

Onduidelijk is bovendien nog wáár Aramco naar de beurs gaat. Lang ging het verhaal dat de Saoedische regering keek naar een plekje in Londen, New York of Hongkong, wellicht in combinatie met een notering aan de beurs van Riad. Inmiddels is echter duidelijk dat Saoedi-Arabië zo zijn bedenkingen heeft bij een beursgang in het buitenland.

„Dat ze nu voor Riad lijken te kiezen, is mogelijk omdat ze bang zijn de controle over hun bedrijf te verliezen”, denkt analist Erlingsen van Rystad. „In New York en Londen moet een bedrijf zich aan strenge regels houden en veel informatie delen met beleggers. Terwijl Aramco altijd het liefst zo veel mogelijk bedrijfsinformatie geheimhoudt.”

Aramco is één van de vele bedrijven die dit jaar naar de beurs gaat: het wordt dringen rondom de gong.

Voor de buitenlandse interesse zou een notering in Riad juist niet zo positief zijn, stelt Erlingsen. Hij wijst erop dat de beurs van de golfstaat door de vele regelgeving moeilijk toegankelijk is voor beleggers uit andere landen. „Dus als ze veel beleggers willen aantrekken, kunnen ze beter naar een buitenlandse beurs gaan.”